Niemand kan jou beter uitleggen hoe het is om bij Sterk Huis hulp te krijgen dan onze cliënten. Zij weten precies wat je meemaakt als je bij Sterk Huis terecht komt. Zij vertellen jou graag met wat voor problemen zij te maken hebben gehad en hoe zij door Sterk Huis daarmee geholpen zijn. Hier lees je hun ervaringsverhalen. Je staat er niet alleen voor.

Pleegzorg

Moeder Alette en pleegmoeder Ilja delen de zorg voor eeneiige tweeling.

Denk je aan pleegzorg, dan denk je niet meteen aan co-ouderschap. Toch is het een mooie combinatie, bewijzen moeder Alette en pleegmoeder Ilja. Samen zorgen zij voor de eeneiige tweeling van Alette, twee jongens van zeven jaar met een verstandelijke beperking.

“Het is geen schande om hulp te vragen”

Qua uiterlijk lijken de jongens veel op elkaar, maar qua karakter zijn ze verschillend. De een is heel rustig, kijkt de kat uit de boom en bouwt graag dingen. De ander is een gangmaker, praat tegen alles en iedereen, zingt volop en staat altijd ‘aan’. Een van de twee heeft autisme, beiden hebben een verstandelijke beperking. Ze zitten op een school voor speciaal onderwijs. In hun doen en laten zijn ze momenteel vier jaar oud.

Overleefstand

“De tweeling is tien weken te vroeg geboren, met een spoedkeizersnede in Leiden”, blikt moeder Alette terug. “Daarna lagen ze nog een tijd op de intensive care. Dat was traumatisch voor mij. Eenmaal thuis huilden ze non-stop. We hadden ook nog een oudere dochter om voor te zorgen. Het eerste jaar sliep ik nog maar twee uur per nacht. Je bent aan het overleven. Je gaat gewoon door, maar de klap komt later. De jongens bleken een ontwikkelingsachterstand te hebben. Toen ze drie jaar waren, begonnen ze ’s nachts ineens te krijsen en met hun hoofd tegen de muur te bonken. Dat was teveel voor mij. Ik kon het niet meer aan, ook door mijn onbehandelde trauma’s. Ik had echt rust nodig.”

Crisissituatie

Alette schakelde alle hulptroepen in, maar werd niet direct gehoord en serieus genomen. Tot ze de crisisdienst van Jeugdzorg belde. Het nummer had ze zelf op internet gevonden. Zo kwamen de jongens op driejarige leeftijd volledig bij pleegouder Ilja en haar gezin terecht. “Dat kwam voor ons ook onverwacht”, aldus Ilja. “We zaten nog in de afronding van de pleegzorgtraining van Sterk Huis. Maar dit was een crisissituatie. De ouders moesten echt ontlast worden en tot rust komen. Het doel was duidelijk: co-ouderschap, zodra de ouders de zorg weer aankonden. Alette zei heel krachtig: ‘Ik heb nu hulp nodig, zodat ik straks weer alles zelf kan doen.’”

Lees het artikel verder in ons online magazine www.sterkmagazine.nl

hart

Een bijzonder avontuur in Zuid-Korea

Annelies en Ton hebben vijf kinderen en vijf kleinkinderen. Daarnaast bieden ze al 13 jaar crisis-kortverblijf pleegzorg aan jonge kinderen. Deze zomer beleefde het koppel een bijzonder avontuur: ze brachten hun pleegzoon Yon naar zijn grootouders in Zuid-Korea, waar hij verder mag opgroeien bij zijn grootouders en familie. Annelies deelt haar verhaal.

“Al onze pleegkinderen hebben een plekje in mijn hart”

Annelies wilde vroeger altijd een kindertehuis beginnen. Hoewel dat eigen tehuis er nooit gekomen is, kan Annelies als pleegouder en gastouder wél al haar zorg en aandacht kwijt. In totaal woonden er al 19 kinderen bij het zorgzame koppel in. “Ze mogen blijven tot er meer duidelijkheid is voor de toekomst”, verduidelijkt Annelies. “Kan het kind terug naar de ouders of is er voor langere tijd een (ander) pleeggezin nodig?”

Bijzondere samenloop van omstandigheden?

In april werd Annelies gebeld door pleegzorg: of zij en haar man plaats hadden voor een dreumes van Koreaanse ouders. “Met het oog op onze leeftijd en gezondheid wilden we eigenlijk net even een pauze nemen van het pleegouderschap. Maar omdat één van onze dochters toevallig in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul studeerde, stemden we toch in”, vertelt Annelies. Het stel zei ‘ja’ tegen pleegzorg, ‘ja’ tegen Yon.

Een pittige start

“Het begin was niet makkelijk met Yon. Het jongetje krijste veel en werd regelmatig zó boos, dat hij zichzelf achterover op de grond gooide. Ik moest steeds op zoek naar oplossingen om de box en het huis veilig te maken voor het kindje én om hem uit zijn boosheid te halen”, aldus Annelies. Gelukkig was Yon wel een goede slaper, zijn bed was altijd een veilige plek voor hem. Desondanks was het een zware tijd voor de pleegouders. Door contact met Pleegouders Ontmoeten Pleegouders (POP) kregen Annelies en Ton hernieuwde energie om door te gaan. Het kind kan er niks aan doen, hielden ze in gedachten. Na een aantal maanden werd Yon dan ook een gezellige peuter, die graag met andere kinderen speelt en houdt van boekjes lezen, met auto’s spelen, zwemmen en fietsen. Ze begonnen echt van hem te genieten.

Lees het artikel verder in ons online magazine www.sterkmagazine.nl

hart

Supergewone mensen gezocht

Voor Petra en Geert is hun pleegzoon gewoon ‘onze Wesley’

Het is de Week van de Pleegzorg, midden in de campagne ‘Supergewone Mensen Gezocht’.

Want pleegzorg betekent niet elke week naar een pretpark. En pleegouders zijn geen superhelden, maar heel gewone mensen die iets supers doen voor een kind: samen eten, een potje voetballen of helpen met je huiswerk. Daar zijn de Tilburgse pleegouders Petra en Geert en ‘onze Wesley’ het helemaal mee eens.

Na de geboorte van hun zoon, dertig jaar geleden, verloren Petra en Geert hun tweede én derde kindje. Hun droom van een groot gezin vervloog. De huisarts zette hen op het spoor van pleegzorg.  Ze hadden er direct een goed gevoel bij en in de jaren erna vonden meerdere kinderen een stabiel en veilig thuis bij het Tilburgse koppel. “Want dat is heel belangrijk”, legt Geert uit. “Deze kinderen komen vaak uit een chaotische situatie. Ze hebben vooral behoefte aan rust, structuur en duidelijkheid.” De inmiddels 22-jarige Wesley kwam als peuter van 14 maanden bij zijn pleegouders wonen. Dat herinnert hij zich natuurlijk niet, maar toch weet hij precies hoe het zat: “Mijn moeder kon de zorg voor mij en mijn vier jaar oudere broertje niet aan; als vijfjarige gaf hij mij de fles en verschoonde mij. We zijn toen beiden uit huis geplaatst. Om te voorkomen dat mijn broer voor mij zou blijven zorgen, gingen we allebei naar een ander gezin. We hebben gelukkig wel altijd contact gehouden.”

Altijd feest

“Eens in de maand ging ik naar mijn biologische moeder”, vertelt Wesley. “Dat was altijd feest. Dan gingen we de stad in, kreeg ik friet, cola en snoep. Ik hoefde niet op tijd naar bed. Logisch, zij wilde dat weekend zo gezellig mogelijk maken. En dat was het ook. Ik had dan wel een paar dagen nodig om thuis weer in het ritme te komen. Maar tegelijk wist ik dat die regels en zorg goed voor me waren. Bij mijn moeder had ik mij nooit op deze manier kunnen ontwikkelen, hoe goed ze het ook met ons voor heeft. Hoewel de band anders is dan in een normale situatie, is en blijft ze altijd mijn moeder.”

Achter het behang

Wesley kijkt terug op een heel normale jeugd, inclusief puberstreken: “Zo rond mijn 15ewas ik best erg, ik had overal een mening over en wilde die per se doorduwen. Als ik mijn gelijk niet kreeg, werd ik heel bokkig en kon ik dagen zwijgen.” Petra: “Dan kon ik hem wel achter het behang plakken!” En ja, toen dacht Wesley wel eens ‘ik ga terug naar mijn eigen moeder’. Net als Geert en Petra dan dachten ’gá ook maar’. Maar uiteindelijk gaat ook die periode weer voorbij. Petra: “Het hoort gewoon bij de leeftijd en het was ook ineens weer over. Niet anders dan bij je eigen kinderen.”

Over zijn pleegbroer, die inmiddels het huis uit is en waar het tweede kleinkind op komst is, vertelt Wesley: “Hij is altijd gewoon mijn grote broer geweest. Nog steeds krijg ik als hij thuiskomt een aai over mijn bol en zegt hij: ‘hé bruurke!’. Die aai, daar kon ik vroeger heel boos om worden”, lacht hij. Wesley wijst naar de foto aan de muur: “Kijk, we lijken zelfs een beetje op elkaar. Soms zeggen mensen: ‘je kunt wel zien dat jullie broers zijn’. Dat laten we dan gewoon zo. Prima toch?”

Nog lekker thuis

Veel mensen denken dat ze niet geschikt zijn als pleegouder, omdat ze bijvoorbeeld alleenstaand zijn of homoseksueel, een te drukke baan hebben of juist werkloos zijn. “Soms denken mensen dat het financieel niet haalbaar is om een kind erbij in huis te nemen”, weet Geert. “Maar dat is goed geregeld. Je krijgt een vergoeding voor de normale dagelijkse dingen, zoals eten en kleding. Verder worden bijzondere kosten voor bijvoorbeeld zorg en school vergoed.” Wesley vertelt dat hij na het vmbo de koksopleiding heeft gedaan bij de Rooi Pannen. “Daarna kreeg ik direct een baan en daar werk ik inmiddels alweer vier jaar.” Hij zou dan ook makkelijk op zichzelf kunnen gaan wonen. Maar nee hoor: “Ik zou niet weten waarom, ik heb het goed hier.”

hart

KOEN EN JAN-WILLEM OVER DE LIEFDEVOLLE ZORG VOOR HUN PLEEGKINDEREN

Ze vergeten het nooit meer, die allereerste ontmoeting. “De deur ging open en twee blonde krullenkoppies kwamen de hoek omkijken. Dan voel je meteen, ongeacht welk kind daar staat, dit is het. Dít is onvoorwaardelijke liefde.” Inmiddels zijn Koen Ketelaars (44) en Jan-Willem Verhoeven (39) al jaren de gelukkige pleegouders van deze twee jongens, een tweeling. “We wisten niet dat er in Nederland zoveel kinderen zijn die een veilig thuis missen. Dat gaf voor ons de doorslag om pleegouders te worden.”

Koen en Jan-Willem vonden pleegouderschap best een spannende stap. Jan-Willem: “De meeste pleegzorgkinderen zijn beschadigde kinderen. Ze hebben veel meegemaakt. Daarnaast is het de bedoeling dat ze op een dag terugkeren naar de biologische ouders. Dat vonden we moeilijk. Maar toen we erachter kwamen dat in Nederland, zelfs in je eigen omgeving, veel kinderen rondlopen die dringend zorg nodig hebben, waren we overtuigd. Dit moesten we doen.”

Tweeling

Vanaf dat moment ging het balletje snel rollen. “Na een verplichte startcursus bij Pleegzorg en het aanmaken van een eigen profiel − onze voorkeur ging uit naar langdurige pleegzorg voor één kind − kregen we in maart 2014 het bericht dat ze een tweeling bij ons wilden plaatsen “, blikt Koen terug. “Dit kwam twee maanden voor onze trouwerij, een superhectische periode. Toch zeiden we meteen: Ja, dit gaan we doen. Deze jongens hebben een thuis nodig.”

Ze hebben elkaar

8 juni 2014 was het officieel: Koen en Jan-Willem werden pleegouders. “Soms worden tweelingen gescheiden van elkaar”, weet Jan-Willem. “Ze komen dan allebei in een ander pleeggezin terecht. Hoewel onze voorkeur oorspronkelijk uitging naar één kind, was voor ons meteen duidelijk dat de jongens bij elkaar moesten blijven. Achteraf zijn we daar heel blij mee. Ze hebben elkaar hard nodig en wij kunnen ons geen leven meer zonder die twee voorstellen. De rechter heeft uitgesproken dat de kinderen tot 21 jaar bij ons mogen blijven. Dat geeft rust. We vormen nu echt een gezin. Het heeft allemaal zo moeten zijn.”

Professioneel opvoeder

Het pleegouderschap brengt de mannen veel. “Als je ziet dat de kinderen lachen, spelen en zich goed ontwikkelen, zijn wij zo blij”, vertelt Jan-Willem. “Maar je blijft toch altijd een soort van professioneel opvoeder”, vult Koen aan. “We streven naar een zo normaal mogelijke situatie, maar door de voorgeschiedenis van pleegkinderen komt er toch meer kijken bij de opvoeding. Wij zijn onszelf daarvan bewust en helpen elkaar: nu pak jij je rust en doe ik het even, daarna mag jij weer. Iedere ouder heeft dat soms nodig, maar bij kinderen met een rugzakje brengt het opvoeden extra lading met zich mee.”

Sterk Huis

Koen vervolgt: “We zijn blij met de hulp van Sterk Huis. Ze luisteren naar ons. Wij zien de jongens 24 uur per dag en kennen ze het beste. We mogen zelf aangeven wat goed en niet goed voor ze is.” Jan-Willem: “Daarnaast vraagt onze pleegbegeleider regelmatig: ‘Hoe gaat het met jullie? Besteden jullie nog genoeg tijd aan elkaar? Maak op tijd gebruik van jullie netwerk om even te ontladen.’ Belangrijk, want je stapt op die trein en dendert alleen maar vooruit.”

Traumabehandeling

Ook als het om therapie gaat, is Sterk Huis een belangrijke partner voor de vaders. “We zijn onlangs met het psychotraumacentrum van Sterk Huis gestart met traumabehandeling voor de kinderen”, aldus Koen. “Bij onze zonen is in de vroege kinderjaren een preverbaal trauma ontstaan. Daar gaan we naar terug met behulp van EMDR-therapie.” Een zwaar en confronterend traject voor het gezin, maar tegelijkertijd zeer effectief. “De therapeut heeft een verhaal (situatieschets) geschreven over die moeilijke begintijd van de jongens”, vertelt Jan-Willem. “Toen ik dat verhaal voor het eerst las, heb ik flink gebruld. Tijdens de therapie nemen we zelf onze zoon op schoot (de andere zoon is er niet bij) en lezen we het verhaal voor. De therapeut gaat vervolgens tappen: ritmisch om de beurt tikken op de rechter- en linkerkant van een knietje.” Koen: “Eerst zie je heftig lichamelijk verzet bij de jongens, maar daarna komen ze tot rust. Deze methode prikkelt de hersenen en ruimt het trauma letterlijk op.”

Ontspannen

Het effect is merkbaar voor het gezin. “De jongens zijn meer ontspannen”, signaleert Koen. “Eerder stonden ze altijd aan. Er was nooit een moment van rust.” Jan-Willem: “Als wij ze ‘s avonds nog een kus gingen brengen voor het slapengaan, zaten ze meteen rechtop in bed. En ‘s ochtends waren ze meestal rond 5:00 uur al wakker. Nu slapen ze tot 7:00 uur door. Er zit meer rust in die lijfjes.” Volgens Koen bewegen de jongens ook makkelijker mee. “Eerder wilden ze zelf alle touwtjes in handen houden: ik bepaal, dan kan er niks geks gebeuren. Als wij linksaf wilden, gingen zij rechtsaf. Nu is de situatie veel minder excessief. Dan denk je oh jee we gaan de andere kant op, daar gaan we weer, maar bewegen ze gewoon mee. Soms lopen ze nog boos een extra rondje de andere kant op, maar uiteindelijk sluiten ze toch aan. Dat is echt de winst van de therapie. Heel bijzonder en waardevol voor ons als gezin.”

Huid Honger

Onlangs trad de Hilvarenbeekse theatergroep Rauwkost van Koen en Jan-Willem op met een toneelstuk over kindermishandeling, getiteld HuidHonger. Koen is de schrijver en Jan-Willem, samen met de tienjarige Sjors Plasmans, hoofdrolspeler Jaap.

Koen: “Dit werk staat los van onze privé-situatie. Maar gezien de urgentie wilden we, in samenwerking met de gemeente Hilvarenbeek en Regionale Taskforce Kindermishandeling, aan de slag met dit thema. Kindermishandeling is heftig. Niemand wil dat er iets met kinderen gebeurt. Het was bijna niet te doen om dit stuk te maken, vooral nu ik zelf vader ben.”

Jan-Willem: “De eerste keer dat ik de scènes doornam, dacht ik: nee, dit kan ik niet spelen. Vooral de momenten waarop ik terugga naar de kleine Jaap. Dan denk je: waarom is er niemand die me oppakt uit deze situatie? Iemand die zegt dat het goed komt, dat ik veilig ben? In die scènes zie ik mijn eigen blonde jongens. De tranen komen dan vanzelf.”

Koen: “We laten in het stuk echt niet alles letterlijk zien, maar toch is het zo voelbaar wat er fout gaat in het leven van Jaap. De zaal is vijf kwartier stil. De voorstelling raakt.”

Jan-Willem: “In de zaal zitten ook mensen die zelf te maken hebben met het onderwerp. We krijgen vaak te horen: Dit is míjn verhaal. Als je de cijfers erbij haalt, schrik je enorm. In een klas van dertig kinderen zit tenminste één kind dat mishandeld wordt. Per jaar sterven 52 kinderen aan kindermishandeling. Dat is één kind per week. Daar word je stil van.”

Koen: “De impact van de voorstelling is groot. Mensen durven de stap te nemen om erover te praten en melding te doen. Die openheid is belangrijk. Niemand wil bewust een kind pijn doen. Daar zit altijd een verhaal, een bepaalde wanhoop, achter. Pas als het onderwerp bespreekbaar wordt, kan er hulp voor deze mensen komen.”

hart
pleegkind doet haar verhaal over haar pleegouders

"Geen ouders maar opvoeders"

Thuis werd Manon verwaarloosd en kreeg ze geen aandacht. In een woongroep kreeg ze de verkeerde aandacht. Vanaf haar elfde woont Manon bij pleegouders en krijgt ze stapje voor stapje haar leven op de rit. Inmiddels heeft ze een lieve vriend, woont ze in een leuke studio en volgt ze een uitdagende opleiding. “Normaal kan ik me moeilijk concentreren, maar in de horeca heb ik daar geen last van.”

“Vanaf het moment dat mijn jongste zusje werd geboren, voelden mijn oudere zus en ik ons buitengesloten. We werden verwaarloosd, omdat mijn moeder vond dat het baby’tje alle aandacht nodig had. Mijn zus en ik zijn vervolgens uit huis geplaatst. Eerst verbleven we in een woongroep, maar daar voelde ik me niet thuis. Bij Dirk en Janine, mijn pleegouders, in huis voelde het meteen fijn. Zij zijn ouders die goed voor mij zorgen. In de woongroep woonde ik samen met kinderen met gedragsproblemen. Ik ben zelf erg stil, dus dat botste. Ik kreeg soms klappen en voelde me alleen in de chaos.”

Alle spullen al ingepakt

“Mijn eerste ontmoeting met Dirk en Janine was bij de woongroep. Janine had verkeerd getankt, dus ze was veel te laat. Dat vond ik grappig. De spanning die ik voelde, ebde meteen weg. Ik had mijn meeste spullen al ingepakt, omdat ik wist dat ik zou verhuizen. Dirk en Janine wilden mijn lievelingskleuren weten: geel, roze en rood. Mijn nieuwe kamer was helemaal in die kleuren geverfd, heel leuk!”

Bij vreemden in huis wonen

“In het begin vond ik het lastig om bij vreemden in huis te wonen. Ik wilde naar mijn echte ouders toe. Nu vind ik het normaal. Dit is mijn leven. Ik heb het er zelf niet moeilijk meer mee. Mijn echte moeder nog wel. Eens in de maand heb ik contact met haar. Het kan zijn dat anderen het vreemd vinden dat ik niet bij mijn echte ouders woon, maar het kon nu eenmaal niet anders. Als iemand ernaar vraagt, vertel ik hoe het zit.”

Geen ouders, maar opvoeders

“Ik zie Dirk en Janine niet als mijn ouders, maar wel als mijn opvoeders. Als ik iets moois meemaak of als er iets naars gebeurt, zijn zij de eersten waar ik mijn verhaal mee deel. Toen ik mijn woongroep verliet, heb ik mijn moeder beloofd dat ik mijn pleegouders nooit papa of mama zou noemen. Daar heb ik me altijd aan gehouden. Mijn moeder zou heel verdrietig worden als ik dat wel zou doen. Ze is bang dat zij haar plaats overnemen.”

Nog steeds samen koken

“Mijn pleegouders hebben een aanbouw aan het huis laten maken. Dat is mijn studio, met een eigen voordeur. Dirk en Janine zorgen ervoor dat ik alsmaar zelfstandiger leer leven. Als ik klaar ben met mijn leer-werktraject bij Prins Heerlijk, wil ik met mijn vriend gaan samenwonen. Dirk denkt dat dit wel kan. Hij blijft wel mijn bewindvoerder, dus hij blijft in mijn leven. Dat vind ik fijn, dan kunnen we nog steeds lekker samen koken en eten.”

hart

"Mijn tante gaf me zelfvertrouwen"

Kimberley (20) was 13 toen haar moeder overleed aan een herseninfarct. Kort daarna kreeg haar vader een hersentumor en hij stierf negen maanden later. ‘Het was een zenuwslopende tijd’, vertelt Kimberley in de huiskamer van haar tante Jannie en oom Arthur. ‘Ik zat in de tweede klas van de havo, maar er kwam niks van school terecht.

Ik zat diep in de put. In de zomervakantie ging ik een week bij mijn tante en oom logeren. Hier kwam ik tot rust. Mijn twee oudere broers wilden dat ik bij hen in huis bleef, maar zij konden me geen structuur en veiligheid bieden.’

In die periode ging het slecht met Kimberley. Haar tante en oom zeiden tegen elkaar: ‘We halen Kimberley op en laten haar nooit meer gaan.’ De twee broers waren het er niet mee eens. Na veel getouwtrek en rechtszaken wist Kimberley pas op haar zeventiende dat ze echt bij haar tante en oom mocht blijven. ‘Ik ben hier thuis en ik heb ook een goede klik met hun zoon en dochter.’

Toch voelde ze zich in het begin een beetje een buitenstaander in haar nieuwe huis. ‘Ik durfde bijvoorbeeld niet zelf drinken uit de koelkast te halen. Gelukkig veranderde dat snel. Ik wilde vooruit. Het had geen nut om in een hoekje te zitten huilen, ik moest mijn leven weer opbouwen. Dat zouden mijn ouders ook zo hebben gewild.’ Soms vindt Kimberley het moeilijk om uit te leggen dat ze bij haar tante en oom woont. ‘Mensen trekken gemakkelijk de conclusie: die is vast uit huis geknikkerd. Maar de meeste mensen denken dat oom Arthur en tante Jannie mijn ouders zijn. Het voelt ook als eigen.’

Haar tante en oom gaven Kimberley liefde en structuur in haar leven. ‘Van mijn broers kreeg ik weinig begeleiding en school had geen prioriteit. Als ik thuis wilde blijven, meldden zij me ziek. Als 13-jarige mocht ik zelf weten hoe laat ik thuis kwam. Vaak dwaalde ik ’s avonds laat over straat. Bij mijn tante en oom moest ik meedraaien in het gezin en me aan de huisregels houden. Om tien uur thuis is geen vijf over tien! Ze wilden altijd weten waar ik was en met wie. Mijn tante leerde me dat ik fouten mag maken en ze gaf me zelfvertrouwen.’ Tante Jannie zegt trots: ‘Zes jaar geleden was Kimberley een onzekere, ‘uit de pan geschoten’ tiener. Moet je zien wat ze nu heeft bereikt!’

Kimberley stapte van de havo over naar het vmbo en dat was een goede keuze. ‘Ik kreeg rust in mijn hoofd en ontdekte wat ik in de toekomst wil doen: festivals organiseren. Volgend jaar hoop ik het mbo-diploma Recreatie niveau 4 te halen en daarna ga ik Communicatie en International event studeren aan het hbo. Binnenkort vertrek ik vijf maanden naar Lanzarote om stage te lopen in het animatieteam van een hotel.’ Haar tante vindt het moeilijk om afscheid te nemen. ‘Kimberley is een van onze kinderen en ik zal haar enorm missen. We gaan vaak skypen!’ Kimberley: ‘Na mijn stage kom ik hier terug en kijk ik rustig of ik zelfstandig kan wonen. Ik weet dat ik altijd terecht kan bij tante Jannie en oom Arthur!’

hart

Van crisis naar kortdurend naar langdurend

Vrienden van Erik en Hanna zijn pleegouders en zij wilden naar de Verenigde Staten op vakantie. Hun pleegkindje kon niet mee en Erik en Hanna boden zich aan als logeer gezin. Dat beviel zo goed, dat ze besloten om te starten met de voorbereiding van Kompaan en De Bocht (inmiddels Sterk Huis) om pleegouder te worden. Inmiddels hebben ze al 10 jaar ervaring als pleegouder en na de zomer is er nog een pleegkind welkom want nu de 2 oudste kinderen het huis uit zijn, is er weer ruimte in hun huis. Plek in hun hart is er altijd. Vooral voor pubers want hun jongste pleegkind van inmiddels 10 jaar wil de jongste blijven.

Hun eerste pleegkindje Saskia, kwam als baby bij hen wonen. Het was een crisisplaatsing. Pleegzorg vroeg of Saskia nog wat langer mocht blijven en dat was ook prima en toen later bleek dat Saskia niet meer naar huis kon, mocht ze blijven. Zo gaat het vaker bij pleegzorg. Je weet vooraf nooit precies hoe het gaat lopen. Binnenkort woont Saskia 10 jaar bij Hanna en Erik en dat wil ze vieren met haar pleeggezin. Hanna: “We gaan gezellig met zijn allen uit eten. Vieren is een beetje dubbel want het is natuurlijk nooit fijn als je niet thuis kunt opgroeien en als je kind naar een pleeggezin moet. We gaan met zijn allen uit eten en ook onze pleegdochter Selin die inmiddels volwassen is en weer bij haar ouders woont, gaat gezellig mee.”

Pubers lastig? Valt wel mee hoor. Je groeit er in mee en je moet er tegen kunnen dat ze vaak op een andere planeet zitten.

Goed contact met de ouders

Ook Selin vond een plaats om op te groeien bij Erik en Hanna.

Erik: “Het contact met de ouders was goed. De verjaardag van Selin vierden we samen en de evaluatiegesprekken bij pleegzorg deden we ook samen. De ouders waren altijd vriendelijk en hebben ons ook bedankt.” Hanna: “In overleg met Selin’s voogd en de pleegzorgmedewerker is het contact tussen ouders en Selin uitgebreid van reguliere bezoekmomenten naar de behoeftes van Selin. Als het voor haar goed voelde even naar haar ouders toe te gaan, gaven we haar daar de ruimte daarvoor.”

Terug naar huis

Hanna: “Toen Selin 18 jaar werd, was ze duidelijk zichtbaar nog niet klaar om een volgende stap te kiezen. Het werd daarna steeds duidelijker dat ze ook sterk de behoefte had om bij haar biologische ouders te zijn. Daar hebben we een jaar lang samen naar toe gewerkt. En nu woont ze bij haar ouders. De problemen bij ouders zijn niet over, maar we hebben er vertrouwen in dat Selin sterk genoeg is om voor zich zelf op te komen. En ze weet dat ze altijd bij ons terecht kan.” Erik: “We hopen wel dat ze ook echt aan zichzelf blijft denken. Ze was bij ons bezig met rijles en daar is ze nu mee gestopt. Dat vinden we wel jammer. Als ik haar tegenkom in het winkelcentrum, is ze altijd blij en omhelst me. En ze heeft ook de sleutel van ons huis. We vertrouwen haar.”

Ik zie de liefde van de moeder voor haar kind ervan af spatten. Dat basisgevoel is zo herkenbaar

Een goed koppel

Wat maakt dat Hanna en Erik een goede match zijn als pleegouders?

Hanna: “We zijn allebei rustig. We hadden al veel geduld, maar hebben toch geleerd nog meer geduld te hebben. We hebben samen duidelijke regels bijvoorbeeld over op tijd thuis komen en mee eten. Voor 3 uur laat je weten of je mee eet of niet. Bij zo’n groot gezin sta ik vaak om 4 uur al in de keuken.”

Tip van Hanna en Erik aan mensen die pleegouder willen worden:

“Het moet vanuit jezelf komen, het is een oergevoel…het delen van je hart, je huis, en je geld moet in je zitten.  Het is ook iets wat je meekrijgt van uit je eigen opvoeding. En het mooie is dat we het onze eigen kinderen ook weer doorgeven. Je leert je kinderen het belangrijkste wat ze hebben ‘hun ouders’ te delen met andere kinderen, hoe mooi is dat…en hoe knap om dat te kunnen.”

hart

ALLEENSTAAND PLEEGOUDER, WAAROM NIET?

Het is alweer 3 jaar geleden dat mijn hulp als netwerkpleegouder gevraagd werd en ik in contact kwam met een pleegzorgorganisatie. Vanaf die tijd ben ik actief geweest in de crisisopvang. Totdat de vraag kwam of ik twee zusjes één keer in de maand een zondagmiddag op wilde vangen. Dat zag ik wel zitten. En dus heb ik toen kennis gemaakt met de twee zusjes. Bron: Pleegzorg Nederland 

Deze meiden waren al geplaatst bij een pleeggezin. Maar door omstandigheden moesten ze met spoed naar een ander gezin. Omdat zij mij al kenden en ik hen, werd me gevraagd of ik ze wilde opvangen. Ik had ruimte in mijn huis en hart dus kwamen ze bij mij in huis. Na een paar maanden, en in goed overleg, werd de crisisopvang langdurige opvang.

Een hele verandering

Mijn leven als onafhankelijke, zelfstandige vrouw, met een druk sociaal leven veranderde in een bestaan met zorgen voor kinderen, regels opstellen, oppas regelen, naschoolse opvang regelen etc.

Van begin af aan werd mijn leven op een heel andere manier gevuld. Twee meiden die verzorgd moesten worden, die aandacht vroegen en mijn liefde nodig hadden. Een hele verandering. Maar wél een waar ik geen moment spijt van heb gehad en waar ik voor de volle 100% achter sta! Vanaf het moment dat ze bij mij in huis kwamen, zag en zie ik veel veranderingen bij deze meisjes. Ze zijn zekerder van zichzelf geworden, ze hechten zich aan mij en ze doen het heel goed op school en daarbuiten. Het valt mij op hoe goed ze zich hebben aangepast aan de situatie.

De keuze om twee meiden op te voeden kost mij natuurlijk veel tijd, en ik stop er ook veel energie en liefde in. De veranderingen die dit met zich meebrengt in mijn leven doen me vooral goed. Ik weet nu veel beter wat belangrijk is in het leven en mijn prioriteiten liggen bij mijn twee pleegdochters in plaats van bij mijn sociale contacten. Wat niet betekent dat ik geen tijd overhoud voor mijn sociale contacten.  Ik vind het heerlijk om de meiden om me heen te hebben, voor ze te zorgen en dingen met ze te ondernemen. We hebben ook heel veel plezier met z’n drietjes. Ze hebben heerlijke humor en dat doet mij ook goed.

Waarom niet?

Vaak wordt gevraagd of je als alleenstaande wel pleegkinderen op mag vangen? En ja, dat mag! Volgens mij gaat het er om of je deze kinderen een warm thuis kan bieden en in mijn ogen maakt het dan niet uit of je met z’n tweeën of in je eentje kinderen opvoedt. Ik kan dit ook als alleenstaande doen omdat ik een goed sociaal netwerk heb. Zij ondersteunen mij waar nodig. Ook de begeleiding en steun die ik krijg van mijn vaste pleegzorgbegeleider is van groot belang. Als ik ergens over twijfel of vragen heb, kan ik altijd even contact opnemen om te sparren.

‘Waarom pleegouder?’ wordt mij nog weleens gevraagd, en dan zeg ik altijd: ‘waarom niet?’. Mijn leven is completer geworden met mijn twee meiden.

hart

Mel (23)

“Mijn moeder hoort gewoon in mijn leven”

“In de jaren ’70 vluchtte mijn moeder uit Oeganda naar Nederland, toen dictator Idi Amin daar aan de macht kwam. Idi Amin wilde de welvarende Indiase bevolking uit Oeganda verjagen. Mijn moeder is half Aziatisch en toentertijd kregen de Aziaten in Oeganda de schuld van de economische crisis. Hierdoor was mijn moeder genoodzaakt te vluchten.

In Nederland kreeg mijn moeder een relatie met mijn biologische vader en raakte ze zwanger van hem. Hem heb ik nooit gekend. Ik was drie jaar toen ik bij mijn pleegouders Marjan en Theo werd geplaatst

Mijn moeder houdt enorm veel van me en ik van haar, maar het was voor haar te moeilijk om voor mij te zorgen. Ze heeft altijd onder bewindvoering gestaan en ze wordt nog steeds begeleid door maatschappelijk werk. Toen ik drie jaar was, is er een regeling met Jeugdzorg getroffen dat mijn moeder me elke week mocht bellen. Dat heeft ze al die jaren elke woensdagavond stipt om zeven uur gedaan. Verder ben ik haar heel die tijd om de week blijven zien. Nu kan dat even niet vanwege mijn stage in Israël, maar in december komt ze mij hier opzoeken!

Ik heb heel goed contact met mijn pleegouders. Ik kan altijd bij hen terecht. Hun zoon Guust is drie jaar ouder dan ik. Onze relatie voelt echt als broer en zus. Marjan en Theo zijn mijn ouders en ik heb er een tweede moeder bij. Mijn moeder komt altijd op mijn verjaardagen bij ons in het gezin. Ook nu ik in Israël ben, nodigt ze Marjan en Theo uit voor haar eigen verjaardag. Mijn pleegouders vinden het contact met haar heel belangrijk. Mijn moeder hoort gewoon in mijn leven.

Als kind vond ik het soms lastig dat ik geen andere pleegkinderen kende. Gelukkig had ik een penvriendin die ook in een pleeggezin woonde. Toen ik ouder werd, was het soms moeilijk met mijn moeder omdat ze over mij wilde ‘moederen’, terwijl ik in een aantal opzichten verder was dan zij. Daarom wilde ik een tijdje niet bij haar op bezoek. Toch bleven Marjan en Theo het contact met mijn moeder stimuleren. Daar ben ik hen nu heel dankbaar voor.

Mijn schooltijd heeft lang geduurd. Na groep 5 ging ik naar het speciaal onderwijs, omdat ik dyscalculie heb. Daarna heb ik ‘gestapeld’ , via het vmbo-tl naar het mbo, dat ik met hoge cijfers heb afgesloten. Op mijn zestiende deed ik een maatschappelijke stage bij Kompaan en De Bocht. Daar werkte ik mee aan trainingsavonden voor aspirant-pleegouders. Ik vond het fijn om daar mijn ervaringen te kunnen delen.

Nu studeer ik Social Work aan de hogeschool Rotterdam, via het Honoursprogramma (een verzwaard hbo+ traject). Voor mijn studie heb ik in Oeganda stage gelopen en daar heb ik met straatkinderen gewerkt. Daarnaast heb ik vrijwilligerswerk in Zuid-India en Kenia gedaan, waar ik ook met straatkinderen werkte. Vanaf augustus tot en met december dit jaar loop ik stage bij een vluchtelingenorganisatie in Israël. Daar doe ik onderzoek naar het asielbeleid en ik schrijf publicaties over vluchtelingen uit Eritrea en Zuid-Soedan in Israël. Dat is een kwetsbare groep die vaak wordt vergeten. Als ik terugkom uit Israël, ga ik stagelopen in het wijkteam in Rotterdam- Zuid, als gezinscoach. Na mijn hbo- studie wil ik graag nog een master in Human Rights gaan volgen.

Ik wil de wereld een stukje beter maken. Het had voor mij heel anders kunnen lopen als ik niet bij Marjan en Theo was terechtgekomen. Met mijn moeder ben ik meermalen in Oeganda geweest en als ik daar ben, realiseer ik me weer des te meer hoeveel kansen ik in Nederland heb. Ik ben ambitieus en wil wat kunnen betekenen voor mensen die het minder goed hebben getroffen. Van Marjan, Theo en mijn moeder heb ik altijd geleerd om niet alleen aan mezelf te denken, maar juist ook aan anderen.”

Auteur: Lindy Popma
Citaat Lindy: “Ik ben onder de indruk van de manier waarop haar moeder en haar pleegouders hebben samengewerkt aan de vorming van Mel tot een mooie, krachtige vrouw die zich inzet voor kwetsbare mensen.”

hart

Grote zus én tweede moeder voor pleegbroertje en -zusjes

"We zijn geen groep, we zijn een groot gezin"

Rinneke (31) heeft twee broers en vier zusjes. Zo voelt dat, al is alleen de oudste haar biologische broer. “Een kind moet het gevoel hebben dat er iemand voor ze wil vechten. Die keuze hebben mijn ouders gemaakt – en ik ook. Als zij ooit niet meer voor ze kunnen zorgen, doe ik het.”

Rinneke was twaalf toen een vriendinnetje door omstandigheden het huis uit moest. “Mag ze bij ons komen wonen, vroeg ik aan mijn ouders. Ze was welkom.” Een gezellige tijd, herinnert ze zich. “Je vriendin die bij je in huis woont, wat wil je nog meer?

Soms vond ik het lastig om de aandacht van mama te delen; die beschouwde haar al snel als een eigen kind.” Het vriendinnetje ging na anderhalf jaar terug naar huis en een klasgenootje nam haar plaats in. “Toen ik hoorde dat zij uit huis geplaatst zou worden, was dat vanzelfsprekend. Je laat iemand toch niet aan zijn lot over? We trokken veel met elkaar op. Zaten op dezelfde school, hadden dezelfde vrienden, droegen elkaars kleren. En soms botste het. Ach ja, mijn eigen broertje heb ik ook wel eens vervloekt. Wat dat betreft is het niet anders.”

Ze horen bij ons

Zeven jaar later, Rinneke en haar broer zijn dan volwassen, stellen hun ouders het huis opnieuw open voor kinderen die om welke reden dan ook een veilige plek nodig hebben. Vaak heel jong, soms slecht enkele dagen oud. Maar liefst vijf van hen bleven ‘plakken’. Tot op de dag vandaag. Rinneke somt op: een broertje van inmiddels bijna acht en vier zusjes in de leeftijd van zeven tot zestien jaar. “Ik voelde me vanaf het begin hun grote zus en een beetje hun tweede moeder. Die vijf kids, ze hebben allemaal hun eigen karakter, maar we houden van allemaal evenveel. Ze horen bij ons. Ieder heeft z’n eigen kamer in huis, en deze zomer zijn we met z’n achten naar Spanje geweest. We hadden twee vierpersoonskamers: mijn oudste zusje en ik namen er twee onder onze hoede en de twee jongsten sliepen bij mijn ouders. We zijn geen groep, maar gewoon een groot gezin.”

Kleine mensjes

Rinnekes jongste pleegzusje heeft een verstandelijke beperking. “Zij zal altijd onze zorg nodig hebben. Als mijn ouders het ooit niet meer kunnen, zorg ik voor haar. Net als voor de anderen, mocht dat nodig zijn. Deze kinderen hebben veel meegemaakt, dat merk je, zo klein als ze zijn. Soms duurt het lang voordat ze zich weer durven hechten.” Het pleegouderschap, daar moet je 100% voor gaan, vindt Rinneke. “Natuurlijk is het niet altijd makkelijk. Niet voor het kind zelf en ook niet voor de pleegouders en de nieuwe broertjes en zusjes. Maar zijn ménsen, kleine mensjes weliswaar, geen objecten. Als het even niet lukt, kun je niet zeggen: ga maar terug naar de woongroep of naar een ander pleeggezin. Zij moeten het gevoel hebben dat er iemand voor ze wil vechten. Mijn ouders hebben die keuze gemaakt – en ik ook. Natuurlijk wil ik zelf ooit pleegkinderen. Hoeveel, dat weet ik nog niet, het ligt eraan of ik zelf kinderen heb en of mijn broertje en zusjes me nodig hebben.” Ze lacht: “Want hoeveel ik ook van ze hou, vijf vind ik best een beetje veel

hart

Het weekend/vakantie gezin biedt mij

"Lucht, ruimte en perspectief"

Ik krijg zo de ruimte om te herstellen (van ptss) en mijn netwerk weer te versterken en uit te bereiden. Zo ontstaat er voor mijzelf ruimte om plannen voor de toekomst te maken en om mij als mens weer volwaardiger te voelen en weer te leren ontspannen.

Ik wil mijn kinderen meegeven dat het belangrijk is om goed voor jezelf te zorgen en dat dit ook betekent dat ik als moeder soms iets voor mezelf doe. Mijn pleeggezin biedt ons als gezin extra stabiliteit, rust en meeleven. Het feit dat ze begaan zijn met mijn kind raakt me. Familie heb ik, maar zij zijn ver weg. En juist de eerste onvoorwaardelijke kring van liefde en aandacht is zo belangrijk voor een kind, én de ouder.

Het kost natuurlijk tijd die band op te bouwen, te laten groeien. Maar daarmee wordt mij wel iets ontzettend moois gegeven, wat niet in geld is uit te drukken. Ik ben ontzettend gelukkig en blij met iets wat voor anderen misschien vanzelfsprekend is, maar daarom niet minder waard; juist heel erg veel!

Bedankt lieve pleegouders.

Groetjes, Babette,
– Moeder van twee dochters en een zoon van 6 jaar die 1 weekend in de maand naar een weekend/vakantie gezin gaat. –

hart

NA HEFTIGE JEUGD HEEFT KELLY (18) MOOIE AMBITIES VOOR DE TOEKOMST

Kelly woont sinds haar derde niet meer thuis. Ze verhuisde verschillende keren, van pleegouder naar gezinshuis. Sinds twee jaar woont ze in een Fasehuis bij Sterk Huis. Bij FunX vertelt ze openhartig over haar verleden, het fasehuis en haar toekomstdromen.

Toen Kelly drie jaar oud was kwam Kelly in aanraking met jeugdzorg. Ze herinnert het zich nog goed. ‘Ik zat op de crèche toen twee mensen van jeugdzorg vertelden dat ik met ze meeging.’ Na haar turbulente verleden woont ze nu in een fasehuis van Sterk Huis. ‘In het fasehuis leer ik in fases om op mezelf te wonen. Ik wordt klaargestoomd voor een goede toekomst. Zo kan ik straks bijvoorbeeld in mijn eigen huisje wonen.’

Ambities voor de toekomst

In de toekomst zou Kelly graag haar eigen horecazaak willen hebben. Voor de mensen die ooit aan haar hebben getwijfeld heeft ze een boodschap: ‘Wat je ook meemaakt, jij bent de enige die iets van je toekomst kan maken. Dat kan niemand anders voor je doen. In welke situatie je ook zit, je moet met hart en ziel vechten voor wat je wil.’ Aan jongeren die momenteel in dezelfde situatie zitten wilt ze graag vertellen: ‘Zit je in een vervelende situatie thuis? Er is een veilige plek, een plek waar je kunt groeien en jezelf kunt zijn. Pak die kans, Jouw toekomst is het allerbelangrijkste.’

Fragment terugluisteren? Klik hier

Fasehuis

Het fasehuis en KTC zijn bedoeld voor jongeren vanaf 16 tot en met 23 jaar die door problemen in de opvoeding en/of de omstandigheden niet meer thuis kunnen wonen. Het gaat hierbij om jongeren die ondersteuning nodig hebben op weg naar zelfstandigheid en een kansrijke toekomst.

Het Fasehuis helpt jongeren in een gefaseerde behandeling op weg naar zelfstandigheid. De hulp en begeleiding die een jongere ontvangt, wordt afgestemd op zijn of haar individuele behoeften. Dit kan variëren van 24uurs zorg tot een aantal uur zorg per week.

Iedere jongere heeft zijn eigen leerdoelen waar onder begeleiding van mentoren zelf aan wordt gewerkt. De werkwijze bestaat voornamelijk uit het in gesprek gaan met jongeren en hen bewust maken van hun eigen gedrag. Daarnaast krijgen jongeren ook begeleiding bij (dagelijkse) praktische zaken.

hart

Wil je ook pleegouder worden?

Klik hier voor meer informatie en vraag een informatiepakket aan.

Armoede

“Het is fijn met Fatima en haar kinderen op de afdeling”

In Nederland leeft ruim een miljoen mensen op of onder de armoedegrens. Jacqueline van Gijzen en haar vier kinderen horen bij die grote groep. “Wekelijks tel ik de boterhammen precies af. Als een van de kinderen een vriendje meeneemt tijdens de lunch, heb ik een probleem.”

Huisje-boompje-feestje
Nog maar vijf jaar geleden was er geen wolkje aan de lucht voor Jacqueline. Ze leefde het gelukkige huisje-boompje-beestje-leven. Tot haar man en zij uit elkaar gingen en Jacqueline vlak daarna haar baan verloor. Ze rolde van genoeg te besteden in geen cent te makken. Vandaag de dag wonen Jacqueline en haar kinderen dan ook in een klein rijtjeshuis. Ze bezitten alleen nog wat restanten van hun leven van voor de armoede. De hoekbank die met tape aan elkaar hangt, is wat dat betreft veelbetekenend. Op de vraag of Jacqueline zich arm voelt, antwoordt ze stellig: “Absoluut niet.”

Geld ruiken, maar meer ook niet
Jacqueline bevindt zich in een complexe situatie als het op haar vermogen aankomt: “Ik bezit een erfdeel van een pand van mijn ouders. Dat deel komt pas vrij als zij beiden zijn overleden. Daardoor ben ik op papier vermogend en vinden de instanties dat ik geen recht heb op een hoop toeslagen en tegemoetkomingen waar andere mensen in mijn financiële situatie wel recht op hebben. In de praktijk komt het erop neer dat ik ieder dubbeltje moet omdraaien.”

‘Aan mijn kinderen zie je het niet’
Het erfdeel waar Jacqueline recht op heeft, weegt allang niet meer op tegen de torenhoge schulden die ze heeft opgebouwd. “Als dat erfdeel ooit vrijkomt, zijn mijn schulden al vier keer zo hoog”, verzucht ze. Maar de alleenstaande moeder zit niet bij de pakken neer: “Aan mijn kinderen zul je nooit zien of merken dat ze iets te kort komen. Die lopen er altijd piekfijn bij. En ik maak er mijn persoonlijke missie van om ze dolgelukkig te houden. Daar put ik mijn geluk dan weer uit.”

Kedeng kedeng, ka-ching ka-ching
Bram is met zijn dertien jaar de oudste zoon van Jacqueline. Als hij tijdens het gesprek binnen komt wandelen, bevestigt hij de woorden van zijn moeder met een grijns van oor tot oor: “Ik kom helemaal niets te kort.” Bram volgt een opleiding in Breda en moet dus iedere dag op en neer met de trein vanuit Tilburg. Zo’n trein-abonnement kost bijna honderdvijftig euro per maand en is onbetaalbaar voor Jacqueline. “Maar dit is de studie die hij wil volgen en Bram heeft het ontzettend naar zijn zin op school, dus zorgen we dat het kan”, vertelt Jacqueline vastberaden.

Ik denk aan mijn krantenwijk …
Het bewijs dat je met een hoop doorzettingsvermogen een eind komt, wordt geleverd door moeder en zoon. “Op Brams naam lopen we dagelijks vier verschillende krantenwijken”, zegt Jacqueline. “Zo kunnen we het dure treinabonnement toch bekostigen. Mijn andere kinderen, van wie de jongste vier is, lopen vaak mee. Als we tijdens het bezorgen een speeltuintje tegenkomen, kunnen ze daar even lekker spelen. Alles wat we doen, doen we als een eenheid. Zo hecht als nu zijn we nog nooit geweest. Die onbreekbare band kun je niet kopen, die moet je samen verdienen.”

Van het kastje naar de muur
Ondanks het geluk dat ze met haar kinderen deelt, loopt Jacqueline tegen genoeg problemen aan. Zo heeft ze het gevoel dat ze al jaren van het kastje naar de muur wordt gestuurd, met name door de Belastingdienst. “Als ik ze bel om iets toe te lichten of als ik een regeling probeer te treffen, kom ik er niet door. Als Leonie met de Belastingdienst belt, worden er bergen verzet. Zij krijgt wél antwoorden los en kan betaalregelingen treffen.” Leonie is de ambulant hulpverlener van Sterk Huis die is gekoppeld aan Jacqueline. Laatstgenoemde concludeert: “Zo zie je maar wat een naam als Sterk Huis los kan maken.”

‘Ik wist niet dat Sterk Huis dit ook deed’
Jacqueline kwam in contact met Sterk Huis door een erg vervelende situatie. “Verder vertel ik daar liever niets over, omdat het een afgesloten hoofdstuk is en ik me volledig op de toekomst wil richten.” Tijdens de gesprekken die Jacqueline met Sterk Huis voerde, kwamen ook haar schulden ter sprake. “Daar werd toen meteen op doorgepakt door de hulpverlener. Erg fijn, want ik wist niet dat ik hiervoor ook bij Sterk Huis terechtkon.”

Creatief met centen
Het gebrek aan geld maakt Jacqueline creatief: “Ik moest een flinke drempel over om aan te kloppen bij de Voedselbank. Of om een beroep te doen op andere instanties die een steentje bij kunnen dragen. Uiteindelijk moest ik wel. Door de jaren heen leer ik steeds meer manieren om aan allerlei benodigdheden te komen. De Ruilwinkel is daar een goed voorbeeld van. Ik breng er spullen heen die ik niet meer gebruik en krijg in ruil daarvoor waardepunten. Van die punten koop ik weer spullen die andere mensen hebben afgestaan. Als mijn kinderen iets nodig hebben, kennen ze het antwoord al: op naar de Ruilwinkel!”

Geen eigen schuld, wel een dikke bult
Door haar verhaal te delen, hoopt Jacqueline een voorbeeld te zijn voor mensen in een soortgelijke situatie: “Armoede heeft een hoog eigen schuld, dikke bult-imago. Soms is dat inderdaad zo, maar veel vaker ook niet. In alle gevallen vind ik dat mensen geholpen moeten worden. Veroordelen kan iedereen, maar kijk ook eens naar het leed dat achter de armoede schuilgaat. Steek indien mogelijk een hand uit, want met z’n allen bereiken we net wat meer.”

Crisisopvang

Wij krijgen altijd veel vragen over onze crisisopvang. Hoe is dat eigenlijk, wonen op de crisisopvang? Is het hetzelfde als een blijf-van-mijn-lijf huis? Wie wonen daar dan? Of waarom is er eigenlijk een crisisopvang? Door het delen van mooie gebeurtenissen, verhalen en opmerkelijke situaties geven de medewerkers van de afdeling jullie een kijkje achter de schermen van onze crisisopvang: De Poort

Ik was zijn marionet

“Ik was zijn marionet”

10 jaar lang werd Tess door haar man gemanipuleerd en vernederd. Haar huwelijk heeft haar emotioneel beschadigd. Gelukkig vond Tess de kracht om voor zichzelf te kiezen en kwam ze bij Sterk Huis terecht. Nu zet ze als lid van de Cliëntenraad Sterk Huis haar ervaringen in om anderen te helpen die een vergelijkbare situatie zitten. 

Het perfecte leven

Voor de buitenwereld leek het alsof Tess (33) het perfecte leven leidde. Al jaren leek ze gelukkig getrouwd met haar man en woonden ze samen in een prachtig huis. ‘Het verhaal begint mooi’, vertelt Tess. ‘Ik ontmoette Rob kort nadat mijn moeder overleden was. Ik zat in een slechte periode en ben toen met hem sneller in een relatie gestapt dan dat ik normaal zou doen.’ Rob stond klaar voor Tess en gaf haar precies wat ze nodig had. Het stel leek voor alle mensen om hen heen het perfecte koppel.

Rode vlaggen

‘Langzaamaan begon ik een aantal rode vlaggen in mijn relatie met Rob op te merken. Er klopten een aantal dingen niet. Als we bezoek kregen moest ik bijvoorbeeld van hem ons huis altijd perfect schoonmaken. Lagen er twee modeblaadjes scheef op tafel, zag hij dat als troep. Niemand mocht zien dat er in ons huis werd geleefd.’ Ook bleef Rob vaak nachten weg waarin hij niets van zichzelf liet horen. Tess ontdekte dat hij dan alcohol en drugs gebruikte.

Liefde bestond niet meer

Op haar 21e raakte Tess zwanger van Rob en trouwde ze met hem. ‘Ik geloofde erin dat dit een goede stap was in onze relatie. Ik dacht dat zekerheid goed voor ons zou zijn.’ Maar niets bleek minder waar. Vernederingen en het drugsgebruik namen toe. Toen Tess een miskraam kreeg, verergerde dat de situatie. Rob kleineerde Tess steeds vaker en verkocht in het geheim haar sieraden om aan geld voor drugs te komen. Hij zocht contact met jongere meiden, aan wie hij vertelde dat zijn relatie met Tess niets voorstelde. ‘Rob maakte me zwart bij alles en iedereen. Maar elke keer kwam hij opnieuw met excuses, waardoor ik onze relatie steeds weer een kans bleef geven.’

Tess wist niet wat ze met de situatie aan moest. Ze probeerde zich aan Rob aan te passen en hem steeds meer liefde te geven, in de hoop dat van hem terug te krijgen. Maar al haar pogingen waren tevergeefs. ‘Hoe meer liefde ik hem gaf, hoe meer pijn hij me deed. Als ik hem een knuffel gaf, begon hij me te knijpen of van zichzelf af te drukken. Liefde bestond niet meer in onze relatie.’

‘Als je nu niet weggaat, overleef je het niet’

‘Toen ik ongeveer acht jaar met Rob samen was, kon ik alles wat hij me aandeed steeds moeilijker accepteren. Ik trok het gewoon niet meer. Ik klaagde veel over Rob bij anderen, maar dan kreeg ik te horen dat ik niet zo moest zeuren. Daardoor voelde ik me heel alleen.’ Tess werd steeds eenzamer en ging slechter voor zichzelf zorgen. Ze deed geen boodschappen meer, at weinig en had nergens meer energie voor.

Op een avond namen de vernederingen zo toe, dat Tess in paniek schoot. ‘Ik dacht: als ik nu niet wegga, kom ik hier niet meer levend uit. Het is vreselijk om het gevoel te hebben dat iemand tot iets in staat is dat het daglicht niet verdraagt.’ De volgende ochtend besloot Tess direct naar haar vriendin te bellen, die haar te hulp schoot. ‘Mijn vriendin zei dat als ik nu niet weg zou gaan, ik het inderdaad niet zou overleven. Daardoor besefte ik me dat ik echt moest gaan. Ik heb gelijk actie ondernomen. Zo kwam ik bij Sterk Huis terecht.’

Een nieuwe manier van leven

Tess verbleef 17 weken bij De Poort: de crisisopvang van Sterk Huis. Dat was enorm wennen voor haar. Zo mocht ze vanwege haar eigen veiligheid niet meer naar buiten toe. ‘Je leeft heel erg met beperkingen en komt erachter dat de basics het meest belangrijk zijn. Ik moest ineens de hagelslag aankruisen op een lijst, in plaats van dat ik die zelf kon kopen in de supermarkt. Ik was nog nooit zo blij met hagelslag op mijn boterham.’

Ondanks haar nieuwe manier van leven voelde Tess zich bij De Poort fijner dan ooit. ‘Bij Sterk Huis werd er goed op mijn veiligheid en gezondheid gelet. Mijn begeleiders stonden dag en nacht voor me klaar.’ Tess kon 24 uur per dag hulp krijgen. Dat was ook nodig, want haar ex-man bleef haar lastig vallen in de periode dat ze bij Sterk Huis verbleef. ‘Regelmatig brak hij in op mijn telefoon en hield hij in de gaten met wie ik contact had.’ Ondanks alles durfde Tess geen aangifte te doen. ‘Rob had een hoge functie op zijn werk. Ik was bang dat hij door mijn aangifte ontslagen zou worden en niet meer aan een baan zou komen. Daardoor zou hij nog meer vrije tijd over hebben om mij lastig te vallen.’

Geen marionet meer

Positief denkt Tess terug aan haar tijd bij Sterk Huis. ‘Het klinkt misschien raar, maar Sterk Huis was een van de betere periodes in mijn leven. Ik heb er zoveel basis dingen geleerd, die ik niet vanuit mijn gezin heb geleerd. Bijvoorbeeld hoe ik goed op mezelf kan letten en gedragspatronen kan herkennen.’ Tess volgde verschillende cursussen en trainingen bij Sterk Huis, waardoor ze veel heeft geleerd over zichzelf en anderen. ‘Meer dan 12 jaar probeerde ik mijn ex-man te veranderen. Bij Sterk Huis heb ik geleerd daarmee te stoppen. Ik heb geleerd voor mezelf te kiezen en zelf te veranderen, want daar heb ik invloed op. Als je zelf verandert, zal de situatie om je heen met je mee veranderen.’ Ze vervolgt: ‘Ik was zijn marionetpoppetje. Nu ben ik dat niet meer.’

Van negatief naar positief

Inmiddels woont Tess in een HAT-woning, waar ze samen met haar hondje Luna haar leven opnieuw vorm probeert te geven. Binnenkort verhuist ze naar een andere woning, nog verder weg van haar ex-man vandaan. ‘Ik heb daar nog geen netwerk, maar ik probeer uit de negatieve ervaringen iets positiefs te halen. Ik hoop dat het juist een stimulans wordt om sterker in mijn eigen schoenen te staan en eindelijk mijn rijbewijs te gaan halen.’

Gezien en gehoord worden

Een begin met het opbouwen van haar netwerk heeft Tess al gemaakt. Onlangs werd ze namelijk lid van de Cliëntenraad van Sterk Huis. Vol passie denkt ze mee over nieuwe hulpmogelijkheden en de toekomst van Sterk Huis. ‘Zo wil ik Sterk Huis helpen bij het opzetten van trainingen voor slachtoffers van psychische mishandeling. Ik wil mijn ervaring delen, om ervoor te zorgen dat slachtoffers gezien en gehoord worden.’ De sleutel tot succes is volgens Tess om signalen van slachtoffers eerder te leren herkennen. ‘Als je iemand herhalend hoort klagen over zijn of haar relatie, draai dan niet om en loop niet weg,’ is haar tip. ‘Geef een luisterend oor, begrijp de situatie en probeer mee te denken over een oplossing. Hoe moeilijk dat ook is.’

Meer weten?

Wil jij meer weten over mishandeling en wat Sterk Huis voor jou kan betekenen? Kijk dan eens op deze pagina van onze website.

“Het is fijn op de afdeling met Fatima en haar kinderen”

Sinds twee weken verblijft Fatima* met haar vier kinderen bij ons op de crisisopvang. Gevlucht vanuit een klein rommelig flatje klopte ze bij ons aan voor hulp. Fatima moest haarzelf en haar kinderen in veiligheid brengen. Haar man, 15 jaar ouder, kleineerde Fatima regelmatig. Soms waren de ruzies zo erg dat hij haar mishandelde. Bang dat haar kinderen ook wat werd aangedaan is Fatima gevlucht naar Sterk Huis.

Consultatiebureau
Eenmaal bij Sterk Huis is Fatima samen met haar kindjes tot rust gekomen. Ondanks haar jonge leeftijd doet ze het super goed. Staat elke dag samen met haar kindjes op. Ze zien er altijd allemaal verzorgd uit en alle taken worden super goed gedaan. Fatima heeft geen makkelijke tijd achter de rug. Soms is ze erg moe, maar ze blijft voor haar kinderen vrolijk en rustig. Zelfs als ze opstandig worden. Afgelopen week moest Fatima met haar jongste naar het consultatiebureau. Wat was ik trots op haar daar! De arts gaf Fatima zelfs complimenten over de wijze waarop ze contact maakt met haar dochtertje.

Fatima spreekt geen Nederlands of Engels. Met handen en voeten moeten wij soms elkaar dingen duidelijk maken. Meestal lukt ons dat heel goed, maar achter blijkt wel eens dat we niet over hetzelfde hadden. Dat heeft ons al een paar hele grappige situaties opgeleverd. Het is fijn met Fatima en haar kinderen op onze afdeling!

Jessica
Pedagogisch medewerker op de Poort

Opvoeden en ouderschap

Rowenna overwon haar schaamte en trok aan de bel

Quinn (1) was altijd al een druk mannetje. Echter toen hij ziek werd en door uitdroging drie maanden in het ziekenhuis had gelegen, ging het van kwaad tot erger. Er kwamen forse ontwikkelingsproblemen. Zijn ouders wisten niet meer wat ze met hem aan moesten. Moeder Rowenna overwon haar schaamte en trok aan de bel.

“Quinn was uitgedroogd en kreeg sondevoeding. Ik was dag en nacht bij hem. Toen hij thuis kwam, wilde hij niet meer eten en slapen, zijn hele ritme was weg. Door de langdurige ziekenhuisopname had hij een trauma opgelopen. In het ziekenhuis was hij gewend dat ik er altijd was en het eten ging vanzelf, via een slangetje. Thuis was dat anders en daar zijn we de fout ingegaan. Hij was de baas en wist van gekkigheid niet wat hij moest doen. In het ziekenhuis dachten ze dat Sterk Huis wel kon helpen. Ik vond dat niks voor ons, maar bij de kennismaking kreeg ik er direct een goed gevoel bij. Mijn kind zit hier goed, dacht ik.”

Schaamte aan de kant

“Ik schaamde me toen ik naar Sterk Huis ging. Dat is iets voor kinderen met (alleen) grote problemen, dacht ik. Ik vond dat ik had gefaald als ouder. Je wordt voor het eerst moeder en je weet niet wat wel en niet goed is. Je wilt een goede moeder zijn met een perfect kind. Iedereen heeft wel een mening over hoe je het als ouder moet aanpakken en daar werd ik erg onzeker van. Toen het taxibusje Quinn op kwam halen, dacht ik dat de buurt er wel over zou praten. Nu ik zie met hoeveel plezier Quinn in het busje stapt, maakt me dat niets meer uit. Tegen ouders die problemen hebben met het gedrag van hun kind wil ik zeggen: Schaam je niet voor anderen omdat ze denken dat ze het beter weten. Je kind is het belangrijkste en door hulp krijg je een betere toekomst.”

Ik weet dat ik het kan!

“Samen met de pedagogisch medewerker Mirelle hebben we een plan opgesteld om structuur te krijgen in de thuissituatie. Als Quinn structuur heeft, gaat de rest vanzelf, merken we in de groep. Rust, regelmaat en ritme zijn belangrijk voor hem. Hij zit gewoon weer in het patroon: opstaan, eten, tandenpoetsen. Door veel kijken, luisteren, vragen en de leiding nadoen, heb ik geleerd die structuur weer aan te brengen en consequent te zijn. Nu weet ik dat ik het kan en zie ik beter wat mijn kind nodig heeft van mij.

Hulp thuis

“In de groep voel ik me serieus genomen en vertrouwd. Ook de hulp thuis van Dionne, de ambulant hulpverlener, vind ik fijn. We doen samen boodschappen en zo leer ik om te gaan met de boosheid van Quinn als hij zijn zin niet krijgt. Nu durf ik weer met hem de supermarkt in. Dionne was er ook bij toen een vriendin met haar kindje op bezoek kwam omdat ik bang was dat Quinn de baas zou spelen.”

Blij dat ik om hulp heb gevraagd

“Sinds een tijdje kan ik zeggen dat ik een ander kind zie. Quinn is rustiger, luistert, eet en heeft respect voor me. Ik geniet er weer van om een dag met Quinn alleen te zijn, zonder angst. Hij was eerst de baas en nu zijn wij weer de baas. Ik moet het wel volhouden om consequent te zijn, bijvoorbeeld bij het naar bed gaan, en niet bang zijn dat hij ertegenin gaat. Ik weet dat ik het kan en ik heb het gevoel dat het me nu lukt om rustig te blijven want schreeuwen en tikken uitdelen helpt niet. Voor ons samen als ouders is het ook goed geweest want we kunnen nu beter met elkaar praten. We hebben het samen overwonnen! Ik ben blij dat ik om hulp heb gevraagd.”

Heb jij hulp nodig omdat de ontwikkeling van je kind verkeerd lijkt te gaan? Of heb je moeite met de opvoeding? Kijk hier voor meer informatie

“Ik doe alles voor mijn kind”

Aan tafel zit een knappe, verzorgde vrouw. Een beetje zenuwachtig, maar ook stralend. “Ik vertel mijn verhaal graag”, zegt Sandra, “ik wil laten zien dat het altijd nog goed kan komen. Ook al sta je er beroerd voor.”

Sandra, die haar echte naam liever niet vertelt, had een moeilijke jeugd als enig kind. Haar ouders hadden veel ruzie en scheiden toen ze nog klein was. Op school werd ze veel gepest. Na de lagere school, ging Sandra naar de huishoudschool. Die maakte ze af op haar 16e. Inmiddels ging Sandra regelmatig uit. “Daar maakte ik verkeerde vrienden en raakte ik aan de drugs. Ik gebruikte cocaïne, in het begin een keer in de twee weken. Mijn moeder merkte in het begin niks. Ik werd verliefd op een jongen, waarna ik steeds meer begon te gebruiken. Ik had natuurlijk geld nodig om aan drugs te komen. Stelen werd een dagelijkse hobby. Het was een spannende tijd, maar ik deed mijn moeder veel verdriet. Mijn hart was geblokkeerd, ik voelde niks meer. Uiteindelijk werd ik gepakt en belandde ik in de gevangenis.” Sandra vond het daar fijn. “Het was er heel gezellig. Ik had veel vrienden en een zelfstandige ruimte op de begane grond. Ik voelde me er niet meer alleen.”

Heftige tijd

Na negen maanden kwam Sandra vrij. Ze pikte haar oude leventje moeiteloos op. “Het was een heftige tijd. Ik stal en zette alles om in drugs. Op een dag werd ik opgepakt voor beroving met geweld, die ik niet had gepleegd. Ik stond vaak alleen op de uitkijk, maar van deze beroving met geweld wist ik niets. Ik had een knappe vriend waar ik vreselijk verliefd op was. Hij had echter ook zware psychoses, waardoor hij soms bizar reageerde en ik bang van hem was. We kregen een zwaar brommer-ongeluk. Ik lag een week in coma lag en de linkerkant van mijn lijf helemaal verbrijzeld was. Na het ongeluk ben ik wat rustiger geworden. Toch ging het niet goed. Ik gebruikte inmiddels speed en was echt heel ziek aan het worden. Uiteindelijk kwam ik bij een dokter, die een zwangerschapstest deed. Ik was heel blij, had nooit gedacht dat ik –ondanks mijn vele drugsgebruik- nog zwanger zou kunnen raken.”

Op weg naar betere toekomst

Niet iedereen was zo blij als Sandra. “Na mijn gevangenisstraf kreeg ik begeleiding vanuit de reclassering en zij schrokken enorm. Ze kwamen meteen praten. Ook mijn moeder was het er niet mee eens. Ze was bang dat ze het kind meteen van me af zouden nemen. En mijn ex had al formulieren opgehaald voor een abortus. Ik wist echter zeker dat ik mijn kind wilde houden en stopte acuut met de drugs.” Sandra moest via urinecontroles steeds bewijzen clean te zijn en blijven. Dat lukte haar zonder problemen. Ze kreeg extra medische begeleiding in het ziekenhuis bij haar zwangerschap. In haar zevende maand kwam ze terecht bij Sterk Huis.

Steeds sterker

“Hier zette ik mijn eerste stappen op weg naar een betere toekomst. Ik maakte mijn taakstraf van 240 uur die nog open stond af. Dat was geen probleem. Ik vond het gezellig om het werk te doen. Ondertussen werd ik voorbereid op de komst van mijn kindje. Ik was onzeker en bleef bang dat ze mijn kindje zouden afnemen. Ik maakte verschillende keren mee dat een kindje uit  huis werd geplaatst. Dat was echt een schrikbeeld. Uiteindelijk belandde ik met een zwangerschapsvergiftiging in het ziekenhuis. Inmiddels had ik mijn relatie beëindigd, maar mijn ex bleef me manipuleren. Ik was echt bang voor hem. Toen werd mijn zoon geboren. Wat was ik blij!” Na een paar dagen gingen we met z’n tweeën naar De Bocht (voorloper van Sterk Huis). Hier was er de eerste week nachtzorg voor de baby. Al snel was dat niet meer nodig. Ik werd steeds sterker. Ik kon de zorg voor mijn kind zelf aan, al was er nog wel vrijwillige jeugdzorg. Nadat mijn ex in een psychose mijn zoon mee nam toen ik met hem aan het wandelen was, heb ik alle contact met hem verbroken. Langzaam groeide ik toe naar zelfstandigheid. Mijn zelfvertrouwen groeide. Er waren steeds minder momenten om terug te vallen op de begeleiding. Dat ging goed.”

Op eigen benen

Na ruim een jaar kon Sandra met haar zoontje Sterk Huis verlaten. Ze ging zelfstandig wonen met haar zoontje en is veel bij haar moeder. “Het gaat goed. We zijn echt een gezin met zijn drieën. Mijn zoontje zit inmiddels op school en doet het goed. Al mijn schulden zijn opgelost. Ik kan nu zelfs sparen. Ik krijg hele positieve reacties op mijn nieuwe leven van mensen die me nog uit mijn slechte tijd kennen. Ook doe ik allerlei leuke dingen met mijn zoontje. Ik doe alles voor hem. Hij maakt me echt gelukkig!”

Sandra is een fictieve naam van een echte vrouw die zelf koos voor een beter leven!

IK VOEL ME WEER EEN STERKE VROUW

Sylvia (44) voelt zich weer een sterke vrouw. ”mijn kind had vaak woede-uitbarstingen. Als kleuter gooide hij op school een computer op de grond of beet hij zichzelf. En zelf heb ik ook een heftig verleden. Dankzij de hulp van Sterk Huis is er meer rust in huis.”

Lees het artikel via de viewer hieronder!

Huiselijk Geweld

“Wij houden elkaar sterk”

Na een geschiedenis vol geweld zijn Romy en Emre – met hulp van Sterk Huis – toch weer samen

Ze zijn verliefd en houden elkaars hand stevig vast, terwijl dochter Meyra (acht maanden) vrolijk schaterlacht vanuit haar loopstoel. Een tafereeltje van een jong en onbezorgd gezin, zou je denken. Maar niets is minder waar. Romy (25) en Emre (27) hebben samen al veel meegemaakt, waarbij verdriet, angst en huiselijk geweld de boventoon voerden. Romy: “Ik was ooit zó bang voor hem dat ik niet meer naar buiten durfde. Maar de liefde heeft ons toch weer bij elkaar gebracht.”

Verkering

Romy: “Tien jaar geleden kregen wij verkering. We kenden elkaar uit de buurt.” Emre: “In het begin was onze relatie goed. We waren verliefd en altijd samen.” Romy: “Ik woonde destijds bij mijn oma, omdat ik een slechte band had met mijn moeder. Ik had veel vrijheid, dus was vaak bij Emre.

Na twee maanden ging het mis. Romy – toen vijftien jaar – raakte zwanger van Emre, een taboe op die leeftijd. Vooral de vader van Emre, van Turkse komaf, was fel tegen de zwangerschap.

Abortus

Emre: “Ik moest van mijn vader afstand nemen van Romy. Hij stuurde mij naar Turkije, om haar te vergeten. Maar ik kon haar niet vergeten.” Romy: “Ik bleef alleen achter en wist niet wat ik moest doen. Ik ben tegen abortus, maar had geen andere keuze door alle angst en dreigingen. De dag dat Emre terugkwam uit Turkije, pleegde ik abortus. Ik heb er nog steeds spijt van.” Emre: “Toen ik over de abortus hoorde, had ik echt medelijden met haar. Maar we waren zelf nog kinderen.” Romy: “Ik heb Emre een tijd gehaat. Hij had naast mij moeten staan bij de abortus.”

Toch kwamen Romy en Emre weer snel samen. In het geheim, want de vader van Emre accepteerde Romy niet langer.

Opnieuw zwanger

Romy: “Ik had nog wel goed contact met de moeder van Emre, maar zij kreeg in 2013, op kerstavond, een hersenbloeding.” Emre: “Ze is in mijn armen neergevallen. Heel plotseling, ze wilde boodschappen gaan doen. In het ziekenhuis is ze overleden. Mijn moeder was pas 44 jaar. Ze was mijn steun en toeverlaat.” Romy: “In de week dat zijn moeder overleed, kwam ik erachter dat ik weer zwanger was. Ik was in paniek. Mijn familie had inmiddels grote ruzie met zijn familie. Niemand wist dat wij nog samen waren. De vader van Emre zat toen in Turkije. Ik heb hem gebeld om het te vertellen. Door alle dreigingen die volgden, ben ik op de Extra Veilige Afdeling (EVA) van Sterk Huis (destijds De Bocht) terechtgekomen. Ik wilde niet nog eens abortus plegen.

Lees het artikel verder in ons online magazine www.sterkmagazine.nl

 

VAN NEGATIEF VERLEDEN NAAR POSITIEVE TOEKOMST

Eindelijk oprecht gelukkig

Na jarenlang slachtoffer te zijn geweest van lichamelijk en geestelijk geweld, krijgt Dewi haar leven stukje bij beetje weer op de rit. In STERK Magazine doet ze haar verhaal.

“Het was 5 maart 2015. Ik bracht mijn jongste zoontje naar school. Net als alle andere dagen parkeerde ik mijn auto voor school, gaf hem een kus en zei gedag. Niks bijzonders. Toch had ik een verontrustend gevoel, alsof ik wist dat er iets ging gebeuren.

In mijn achteruitkijkspiegel zag ik mijn ex-partner, de vader van mijn zoontje, aan komen rijden. Meteen voelde ik paniek, maar voordat ik de kans kreeg om weg te rijden, was hij al uitgestapt en had mijn deur opengetrokken. Hij schreeuwde tegen me waarom ik me in godsnaam liet mishandelen door mijn nieuwe vriend. Daarna begon hij op me in te slaan en vroeg of hij dan maar hetzelfde moest doen. Het lukte me hem terug te duwen, de deur dicht te trekken en weg te rijden, maar hij kwam me achterna. Tijdens die achtervolging heb ik doodsangsten uitgestaan. Ik belde een vriendin en vroeg haar om naar het dichtstbijzijnde politiebureau te komen, dan reed ik daar ook naartoe.”

Terug naar het begin

Daar, op het politiebureau, begint het herstelverhaal van Dewi. Zij is 43 jaar en alleenstaande moeder van drie kinderen: twee zoons, van 12 en 23, en een dochtertje van bijna 3. Dewi groeide op in een liefdevol gezin, met haar vader, moeder en een oudere zus. Zij stonden altijd voor Dewi klaar, en nog steeds. Iets waar ze nog iedere dag blij mee is.

“Als klein meisje was ik een vrolijk, maar gevoelig en verlegen kind. Mijn beste vriendinnetje woonde in Breda en vanaf mijn 11e mocht ik alleen met de trein van Eindhoven naar haar toe. Op een dag, ik was inmiddels 13, zei ik tegen mijn moeder dat ik naar de Efteling ging. Een leugen. Met alle gevolgen van dien. Ik nam stiekem de trein naar Breda om ergens te gaan zwemmen met mijn vriendin en haar vrienden. Eén van hen trok me ineens het riet in en ging bovenop me liggen. Ik riep nog dat hij van me af moest gaan en probeerde hem weg te duwen. Mijn vriendinnen zagen het gebeuren, maar hadden niet door wat er echt aan de hand was. Ze moesten zelfs lachen. Toen ik thuiskwam, schaamde ik me en dacht dat dit alles het gevolg was van mijn leugen. Ik heb het verhaal aan één vriendin verteld en op haar advies een morning after pil gehaald. Verder heb ik er niet over gesproken. Ik deed gewoon alsof er niks gebeurd was.”

Lees het artikel verder in ons online magazine www.sterkmagazine.nl

Sharina (34 jaar) wist te ontsnappen uit een gewelddadige relatie

Werk en opleiding zijn belangrijk voor een veilig en zelfstandig leven. Daar weet Sharina (34) alles van. Het was haar droom om in een ziekenhuis te werken. Daarom ging ze Verpleegkunde studeren. Sharina’s droom werd echter wreed verstoord toen zij in een gewelddadige relatie terechtkwam.

Het verschil maken

Sharina (34) kwam op haar 18e van Suriname naar Nederland. Als jonge vrouw had ze één droom: werken in een ziekenhuis. Mensen helpen en voor anderen zorgen: dat was voor haar weggelegd. Dat wist ze, omdat ze jarenlang voor haar neefje met nierfalen had gezorgd. Vol vertrouwen begon Sharina aan de opleiding Verpleegkunde. Niet lang daarna ontmoette ze een liefdevolle man, met wie ze haar eerste zoon Xavi kreeg. Sharina was gelukkig en zag de toekomst positief tegemoet. Als moeder én verpleegkundige zou zij het verschil gaan maken.

Een onverwachte wending

Jaren vlogen voorbij als minuten. Sharina zat op haar plek op haar opleiding en ze genoot ervan om haar zoon te zien opgroeien. Alles leek perfect te gaan, totdat haar iets overkwam waar geen oplossingen voor zijn: de dood van een geliefde. Sharina’s man stierf plotseling tijdens een vakantie in Suriname. In één klap verloor Sharina haar beste vriend en de liefde van haar leven. Dit had zo’n impact op haar, dat ze in een negatieve spiraal terecht kwam. Ze zette haar opleiding in de wacht en focuste zich op de opvoeding van Xavi. Ondanks dat ze het beste wilde voor haar zoon, viel de opvoeding als alleenstaande moeder haar zwaar. In een dieptepunt verloor ze de voogdij over haar zoon en bleef ze alleen achter.

Nieuwe liefde

Na een periode van verhuizingen ontmoette Sharina een andere man, met wie ze fijne gesprekken had. Sharina was blij om weer iemand om zich heen te hebben die haar liefde gaf. Na een paar maanden merkte ze echter dat hij heel snel jaloers was. Dit zorgde regelmatig voor ruzies. Sharina beëindigde de relatie en verhuisde niet veel later naar een anti-kraakwoning. Ze pakte ook haar opleiding weer op. Met plezier werkte ze in een begeleidingscentrum voor dak- en thuislozen. Daar haalde ze haar energie uit.

Loze belofte

Eenmaal in haar nieuwe woning kwam Sharina tot de ontdekking dat ze al drie maanden zwanger was van haar ex. Ze schrok hiervan, omdat ze er op dat moment alleen voor stond. Gelukkig kwam toen Rudy op haar pad. “Hij stond voor me klaar, tijdens en na mijn zwangerschap”, vertelt Sharina. “Dat was precies wat ik toen nodig had.” Al snel vertelde Rudy aan Sharina dat hij een huurwoning beschikbaar had waar hij zelf geen gebruik van maakte. Hij beloofde haar dat hij haar zou inschrijven voor de woning, zodat zij haar leven weer kon oppakken. Niets bleek minder waar.

Van charmeur naar tiran

Vol goede moed trok Sharina samen met haar inmiddels eenjarige zoontje Jayden haar nieuwe woning in. Ze kreeg veel aandacht van Rudy, die hoopte dat er tussen hen een relatie zou opbloeien. Maar daar dacht Sharina anders over: “ik was blij dat ik gebruik mocht maken van Rudy’s woning, maar voor mij zat er geen relatie met hem in.” Vanaf het moment dat Rudy dit doorkreeg, ging er bij hem een knop om. Hij veranderde van een charmeur naar een tiran.

Lees het artikel verder in ons online magazine www.sterkmagazine.nl
Heb jij te maken met huiselijk geweld? Wacht dan niet met hulp zoeken. Kijk hier voor meer informatie

“IK KEN NU MIJN EIGEN GRENZEN EN LAAT NIEMAND DAAR MEER OVERHEEN GAAN”

Wanneer een kind slachtoffer, of getuige is van huiselijk geweld is dit een traumatische ervaring en spreek je van kindermishandeling. Het is belangrijk dat kinderen hier de juiste hulp voor krijgen en erover leren te praten. Vera, moeder van twee, werd slachtoffer van huiselijk geweld. Haar oudste zoon was ook regelmatig doelwit en haar jongste zoon was getuige. Ze doet haar verhaal.

“De eerste keer dat hij geweld gebruikte
was in het tweede jaar van onze relatie,
daarna werd het alleen maar erger”

Vera was zeventien jaar samen met haar man B. Ze hadden twee kinderen en runden samen een afhaalrestaurant met Indonesisch eten. “De klanten waren dol op ons eten, maar achter de schermen ging er veel mis. We woonden boven onze zaak, dus ons zakelijk en privéleven liepen door elkaar heen. Dit bracht veel stress met zich mee, dat voelde het hele gezin.”

“De werkdruk uitte zich bij B. in agressie. De eerste keer dat hij geweld gebruikte was in het tweede jaar van onze relatie, daarna werd het alleen maar erger. Ik bleef hem vergeven, want hij hield van mij en ik van hem.” Vera schoof het gedrag van haar man af op de trauma’s uit zijn jeugd. “B. kwam als kind naar Nederland en heeft zijn twee zussen veel te vroeg verloren. Daarnaast was hij vrijwillig beroepsmilitair en werd uitgezonden naar Joegoslavië. Zijn harde karakter en perfectionisme heeft hij hieraan overgehouden.

“Zijn vader corrigeerde hem continu, zijn gedrag en prestaties moesten perfect zijn”

Dat perfectionistische eiste hij ook van hun oudste zoon. “De psychische mishandeling die hierbij kwamen kijken hebben veel gevolgen gehad. Zijn vader corrigeerde hem continu, zijn gedrag en prestaties moesten perfect zijn. Wanneer onze zoon niet aan deze verwachtingen voldeed, drukte B. zijn vingers tussen zijn zoons ribbenkast, sloeg hij met zijn knokkels op zijn hoofd of kneep hij hem. Onze jongste zoon bleef buiten schot, hij was zijn lieveling.”

Ondertussen ging het steeds slechter met de zaak en werden de ruzies tussen Vera en B. erger. “Op een avond gooide hij uit woede de salontafel om, dit was voor mij de druppel. Ik dacht, ik kan dit niet meer en ik wil dit niet meer. Ik weet niet hoe, maar dit stopt nu.” Vera heeft de beste vriend van haar man gebeld en alles verteld. “We besloten samen dat B. uit ons huis moest. Hij kon tijdelijk bij zijn vriend slapen. Daarna heb ik mijn moeder gebeld, ze zei dat ik hulp moest zoeken en dat zij de kinderen op zou vangen.

“Ik zag wat het met mijn zoon deed, zijn eigenwaarde en zelfvertrouwen waren kapot”

“Onze omgeving had hiervoor nooit wat door gehad, we konden heel goed geheimhouden wat er zich thuis afspeelden. Ik kon er ook niet over praten, dat voelde als verraad. Maar ik zag ook wat het met mijn zoon deed, zijn eigenwaarde en zelfvertrouwen waren kapot. Hij wilde niet naar school, daar werd hij gepest.” Dit zorgde voor een enorm schuldgevoel bij Vera, ze voelde zich een mislukte moeder omdat ze B. zolang zijn gang liet gaan.

“We praten veel over wat er gebeurd is, ook met mijn jongste zoon. Dat heeft ons veel geholpen”

In januari sloot ik ons restaurant en ben ik naar Sterk Huis gestapt. Hier kon ik aan mezelf gaan werken, met de juiste mensen om mij heen die mij steun boden. Ik was mezelf volledig kwijt en moest opzoek naar wie ik was en wilde zijn. Hier heb ik veel goede gesprekken over gevoerd, die mij nieuwe inzichten gaven. Ik ken nu mijn eigen grenzen en laat niemand daar meer overheen gaan.”

Vera’s oudste zoon kreeg ook hulp. Hij heeft een half jaar bij een kinderpsycholoog gelopen. “Inmiddels zit hij op een school waar hij volledig geaccepteerd wordt. Hij heeft vrienden, een vriendinnetje en haalt goede cijfers. Hij bloeit helemaal op. We praten veel over wat er is gebeurd, ook met mijn jongste zoon. Dat heeft ons veel geholpen.”

“We zijn weer vrij, deze vrijheid gaan we nooit meer opgeven”

Met hun vader kunnen de kinderen nog niet goed praten. “Toch probeer ik hem nog in hun leven te houden. Hij is ernstig ziek geweest en kwam terecht in een hospice. We hadden alle drie al afscheid genomen en op zijn sterfbed vroeg hij ons om vergiffenis. Dit was fijn, hij blijft toch de vader van onze kinderen en ik hou nog steeds van hem. Maar toen hij na een nieuw medicijn langzaam weer opknapte viel hij al snel terug in oude gewoontes.” B. werd manipulatief en kroop in de slachtoffer rol. “Dit was voor mij heel lastig. Hij hoopte dat we weer samen verder konden toen hij uit het ziekenhuis kwam, maar dat gaat niet gebeuren. Dat heb ik aan mezelf en mijn kinderen beloofd. Ik wil nooit meer met hem onder één dak wonen en mijn kinderen ook niet. We zijn weer vrij, deze vrijheid gaan we nooit meer opgeven.”

Praten was voor Vera en haar zoons het allersterkste medicijn. “Dit wil ik andere moeders in een vergelijkbare situatie ook zeker meegeven. Praten betekent ook manifesteren. Als je uitspreekt waarvoor je wilt gaan word je motivatie om hieraan te werken ook groter. De eerste keer dat ik bij Sterk Huis uitsprak ‘ik word mishandeld’ vond ik doodeng. Maar inmiddels is het een opluchting om te vertellen. Ik zeg het zelfs tegen wildvreemden. Wij zijn als gezin eindelijk bevrijd van de schaamte en angst waarin we al die jaren leefden.“

“HIJ DUWDE ME VAN DE TRAP EN IK MOEST VLUCHTEN MET MIJN KINDEREN”

Patricia had haar droomman gevonden. Ze verhuisde naar de Randstad en trouwde niet veel later. Samen met haar man adopteerde ze twee meisjes uit China. Ze leek een ideaal gezin te hebben. Patricia bleek echter met een dominante en agressieve man te zijn getrouwd: “Hij zei tegen me dat ik dom en lelijk was.”

“Mijn man liet me geloven dat ik moeilijk was om mee samen te leven. Ik kon weinig goed doen. Hij schoot uit zijn slof als het er thuis niet netjes uitzag. Als één van de kinderen een glas water omstootte tijdens het eten, maakten ze zich snel uit de voeten. Ze wisten dat hij zou gaan schreeuwen.” Wanneer de kinderen in bed lagen, reageerde Patricia’s man zich fysiek op haar af. “Ik was ervan overtuigd dat de kinderen daar niets van meekregen. Ik vertelde het niemand. Het was toch mijn eigen schuld dat ik klappen kreeg? Ik deed toch ook niets goed? Ik was toch ook lastig? Dat vertelde mijn moeder me vroeger ook altijd.”

Geen Confrontaties

Met een verhuizing naar Noord-Brabant keerde Patricia terug naar haar roots. Haar echtgenoot voelde zich er niet thuis. Het geweld nam toe. “Ik probeerde confrontaties uit de weg te gaan door hem altijd gelijk te geven. Door hem niet aan te kijken. Door mezelf klein te maken en weg te cijferen. Diep in mijn hart wist ik al een lange tijd dat het zo niet meer verder kon. Pas na twintig jaar huwelijk durfde ik een scheiding aan te vragen en op eigen benen te gaan staan. Ik had nog nooit eerder een rekening betaald of zelf huursubsidie aangevraagd.”

Voorgevoelens

Patricia was ervan overtuigd dat het beter zou gaan. Ze ontmoette een nieuwe liefde: een man met vier kinderen. Ze woonden al snel samen. “We waren gelukkig. En toch had ik het gevoel dat er iets niet goed was. Zijn verhalen over een vorig huwelijk klopten niet.” Patricia’s voorgevoel bleek juist. Op een dag stond er een deurwaarder op de stoep. Haar vriend bleek een enorme belastingschuld te hebben. Een gesprek over de ontstane situatie liep volledig uit de hand. “Hij duwde me van de trap. Ik vluchtte met mijn kinderen naar mijn zus. Ik had allerlei verwondingen en moest geopereerd worden aan mijn knie. Onbewust had ik dus opnieuw voor een foute man gekozen. Op dat moment besefte ik dat ik hulp nodig had. Ik wilde niet meer in een gewelddadige relatie terechtkomen. Niet voor mij en niet voor mijn kinderen.”

Met alle geweld een relatie

Patricia deed aangifte bij de politie. Haar ex-vriend werd door agenten uit huis gehaald. Patricia en haar kinderen konden weer terug. Haar broers en zussen hielpen haar. “Ze luisterden naar onze verhalen. En ik ging aan de slag bij Sterk Huis. De titel van mijn eerste cursus is me altijd bijgebleven: ‘Met alle geweld een relatie’. Een training voor vrouwen die te maken hebben gehad met geweld. Daar leerde ik wat mijn rol was in de relaties die ik aanging met mannen. Dat ik mezelf klein maakte.

“Dat ik mezelf klein maakte. Mezelf wegcijferde. Dat ik in de slachtofferrol kroop.”

Mezelf wegcijferde. Dat ik in de slachtofferrol kroop. De cursus was enorm confronterend, maar heel goed voor me. Ik leerde hoe ik mijn grenzen kon herkennen en aangeven. Hoe ik mijn schaamte- en schuldgevoel kon ombuigen naar positieve gedachten. Zo ontdekte ik dat het heel sterk van me was om bij mijn tweede relatie meteen te vertrekken toen er geweld in het spel was. Op eigen kracht.”

‘Au’

Tijdens de cursus en de vervolgcursussen ontdekte Patricia dat haar kinderen meer van het fysieke geweld hadden meegekregen dan ze zich destijds besefte. “Mijn kinderen waren soms bang voor hun vader. Ze speelden heel stilletjes met hun speelgoed, om maar niets fout te doen. Anders ging hij schreeuwen. Ik dacht dat ze weinig hadden gemerkt van het fysieke geweld tegen mij.” Toen Patricia tekeningen van haar oudste dochter zag, wist ze dat ze het mis had. “Onder begeleiding van Sterk Huis tekende ze mij. Met het woord ‘au’ ernaast. Wat voelde ik me schuldig.” Ook de dochters van Patricia leerden hoe ze hun gevoelens konden uiten. “Zo beeldde mijn oudste dochter met klei uit wat boosheid voor haar
betekende. Dat maakte veel bij haar los. Thuis gooide ze met spullen. De cursusleider had mij van tevoren geleerd hoe ik op haar emoties kon reageren. Zo wist ik dat ik haar gevoel kon benoemen, waarmee ik erkende dat haar boosheid er mocht zijn. Van die momenten heb ik zoveel geleerd. Daardoor is de band met mijn kinderen nog sterker geworden.”

Zonnetjes

De kinderen van Patricia kunnen hun emoties nu beter uiten. “En moet je zien waar we nu staan: mijn dochters doen het veel beter op school sinds er rust is in huis.” Ook Patricia voelt zich steeds sterker. Dankzij de steun van haar broers en zussen. En de handvatten die ze meekreeg tijdens de cursussen. We zijn echt op de goede weg.

LICHT AAN HET EINDE VAN DE TUNNEL

Bijna de helft van alle vrouwen wereldwijd krijgt te maken met geweld in haar leven. Hedi (43) is één van deze vrouwen. Jarenlang was zij slachtoffer van zowel lichamelijke als geestelijke mishandeling van haar (ex-)partners. Gelukkig lukte het haar om de spiraal van geweld te doorbreken. Nu zet ze zich in om andere slachtoffers van huiselijk geweld te helpen vanuit haar eigen ervaring. Graag draagt ze hen een warm hart toe.

Zelfvertrouwen kwijt

“Mijn leven was een zooitje. Ik voelde me verraden, boos en vooral heel bang. Ik was zo bang, dat ik voor mijn gevoel geen keuze had. Ik bleef bij iemand die mij kwetste en mij zo beschadigd heeft.” Na jarenlang mishandeld te zijn geweest hield Hedi niet meer van zichzelf. Haar eigenwaarde was verdwenen en ze was haar zelfvertrouwen kwijt. Ze was bang, boos en verdrietig. Inmiddels heeft ze met de juiste hulp haar leven weer op de rit gekregen.

Niet de enige

Hedi weet dat ze niet de enige vrouw is die geweld heeft meegemaakt in haar leven. “Er zijn veel vrouwen die in slechte relaties blijven. Vaak hebben ze zichzelf ervan overtuigd dat het beter is om in een relatie te blijven waarin je niet wordt gerespecteerd dan dat je alleen bent.” Hedi vindt dat vrouwen in zulke relaties juist niet bang zouden moeten zijn om voor zichzelf te kiezen. Iedere vrouw verdient het volgens haar namelijk om met respect behandeld te worden. “Met de juiste hulp werd ik eraan herinnerd dat er een tijd is geweest dat ik voor niets en niemand bang was. In al die jaren was ik vergeten wie ik eigenlijk echt was: een vrouw met haar eigen ambities en dromen.”

Geloven in jezelf

Langzaam maar zeker heeft Hedi zichzelf na jaren weer teruggevonden. Dat gunt ze ook andere vrouwen die met huiselijk geweld te maken hebben gehad. “Dankzij de juiste hulp werd ik herinnerd aan mijn eigenwaarde.” Hedi geeft aan hoe belangrijk het is om altijd in jezelf te blijven geloven. “Niemand heeft het recht of de macht om jouw dromen kapot te maken, tenzij jij hen die macht geeft. Ik weiger om iemand anders nog die macht te geven. Ik gun mijzelf de kans om te zijn wie ik wil zijn, want ik verdien dat.”

In vrijheid leven

Hedi wenst alle vrouwen die met huiselijk geweld te maken hebben vooral veel hoop en kracht toe. Er is namelijk altijd licht aan het einde van de tunnel, ook als je het zelf misschien nog niet ziet. “Ik gun het andere slachtoffers om hun eigen kracht weer terug te vinden, net zoals dat mij ook is gelukt. Ik wens hen toe dat ze net als ik ooit in vrijheid mogen leven. Iedereen heeft daar recht op.”

Meer weten?

Wil je meer weten over huiselijk geweld? Bekijk dan eens onze pagina over huiselijk geweld en kindermishandeling. 

‘ALTIJD OP MIJN HOEDE BLIJVEN’

Na jarenlange stelselmatige mishandelingen door haar ex-man kwam Daphne* vorig jaar terecht bij Sterk Huis. In het holst van de nacht vluchtte ze met haar kinderen. Het geweld was steeds heftiger geworden en haar ex had gedreigd de kinderen en haar te vermoorden. „Ik had extreem veel klappen gekregen. Mijn moederinstinct zei: ’nu moet je weg’.”

De kinderen zijn getraumatiseerd doordat hun vader ze psychisch mishandelde, isoleerde van de buitenwereld en doordat ze zagen wat er met hun moeder gebeurde. Wekelijks krijgen ze nu individuele begeleiding. Zo werd bijvoorbeeld bekend dat ze nachtmerries hadden en daarom niet durfden te gaan slapen. Ze gaan naar school, waar niemand weet dat ze in een opvang wonen. Alles om te vermijden dat hun vader erachter zou kunnen komen waar ze verblijven en ze iets aan zou doen.

Warme en veilige opvang

In de opvang voelt ze zich veilig en welkom. „We werden in een warme omgeving opgenomen. Ik wist niet dat er een plek bestond waar je zo goed wordt geholpen. Als ik dat had geweten, dan was ik veel eerder weggegaan.”

Door een AWARE thuis ook veilig

Binnenkort vertrekt het gezin naar een eigen huis. Daphne wil werk gaan zoeken „Ik kan niet wachten op die nieuwe start. Het is ook spannend, omdat het niet meer zo beschermd is als hier met cameratoezicht en alles. Het voelt als een nieuw leven, alsof ik een tweede kans heb gekregen.” Het gezin moet wel geheim blijven houden waar ze woont, zegt Daphne. „Sociale media kunnen we niet gebruiken, en als er op school foto’s van m’n kinderen worden gemaakt, dan moet ik daar achteraan. Ik draag een alarmband (AWARE) van de politie. Ik moet altijd op mijn hoede blijven, daar zal ik mee moeten leven.”

Lichamelijke en geestelijke mishandeling zorgen voor een onveilig gevoel en een onveilige situatie. Het is ontzettend lastig om uit zo’n gewelddadige situatie te stappen. Het is belangrijk om hulp te zoeken. Wij kunnen je helpen om het geweld te stoppen. Kijk hier voor meer informatie

Jongeren Hulp

Wesley poseert voor de foto

DE WEG NAAR VOLWASSENHEID. VOOR VEEL JONGEREN EEN KWETSBARE FASE.

Zodra jongeren de leeftijd van achttien jaar bereiken, zijn zij volgens de wet volwassen. Maar dit betekent niet dat zij al volwassen genoeg zijn om zelfstandig te functioneren. De overgang naar volwassenheid is voor veel jongeren en hun opvoeders een uitdaging. Voor jongeren die veel hebben meegemaakt of ontwikkelingsproblemen ervaren, is deze fase extra kwetsbaar. Ook Wes viel een tijdje tussen wal en schip.

“Lange tijd kon ik nergens naartoe”

“Op zevenjarige leeftijd kwam ik in een pleeggezin terecht. Mijn moeder, de enige familie die ik nog had, overleed toen ik acht jaar was”, vertelt Wes (20). “Het ging goed bij mijn pleeggezin, tot ik in de puberteit kwam. Ik was nooit meer thuis, had foute vrienden en vergooide veel geld. Toen ik een vriendin kreeg, probeerde ik het normale leven weer op te pakken. Dat ging goed, tot het uitging en ik weer in dezelfde modus kwam.”

Wes was toen 19 jaar. “Ik lag meestal op bed en maakte veel ruzie met mijn pleegmoeder. Ik kon daar niet langer blijven, dus trok ik in bij een vriend. Niet handig, want zo belandde ik weer in die verkeerde spiraal van hangen, geen school, geen werk en vaak naar het casino. Om uit de ellende te komen, had ik echt een eigen plek nodig. Maar die was er niet. Ik heb vaak om hulp gevraagd en kreeg steeds te horen ‘we gaan het bekijken en regelen voor je’, maar lange tijd kon ik nergens naartoe. Door mijn leeftijd moest het speciaal aangevraagd worden.”

Lees verder in ons STERK magazine

een eigen houtdraaierij voor Abel

EEN EIGEN HOUTDRAAIERIJ VOOR ABEL

Abel woont in een kleinschalige wooneenheid van Sterk Huis. Hij heeft een droom: houtdraaier worden, net als zijn vader en opa uit Eritrea. Maar waar begin je in een land waar houtdraaien een verdwijnend vak is, waar je de taal nog niet goed spreekt en mensen niet kent? Dan hoop je dat er iemand naast je gaat staan en met je meeloopt richting je doel. Abel had dat geluk. Inmiddels werkt hij vol trots in zijn eigen houtdraaierij.

Op zoek naar de échte verbinding

We ontmoeten Abel op een zaterdagmiddag in de houtdraaierij. Veel tijd om te praten heeft hij niet, want hij wil nog veel ideeën uitwerken. Op de grond ligt een grote berg zaagsel. Op tafel staat zijn werk uitgestald: een houten kelk, appel, kerstboompje en nog veel meer bijzondere creaties. Alles tot in detail afgewerkt. Een natuurtalent, zo wordt Abel al genoemd in de wereld van houtdraaiers. Een verlegen lach verschijnt op zijn gezicht. “Het is niet zo moeilijk”, zegt hij bescheiden. “Dit werk maakt me blij. Het is wat mijn familie ook doet. Later ga ik meubels maken, zoals kasten.” Dan verdwijnt hij weer achter de draaibank, geen tijd te verliezen.

Verbinder

Een van de mensen die dicht bij jongeren als Abel staat, écht verbinding met ze maakt en ze niet zomaar loslaat, is Margo Remie. Dit doet ze vanuit haar werk, maar nog meer vanuit haar eigen persoon, haar eigen idealen. Trouw en vasthoudend als ze is. Margo werkte tien jaar bij De Bocht. Inmiddels is ze fotograaf (onder andere voor Sterk Huis) en projectleider KunstkameradenYou! van Stichting de Cultuurkantine.

Stichting Jeugd en Jongerenwerk

Na haar studie Sociale Pedagogiek begon Margo op 23-jarige leeftijd als jongerenopbouwwerker bij Stichting Jeugd en Jongerenwerk Udenhout, het dorp waar ze zelf ook opgroeide. Daar richtte ze zich op kinderen, tieners en jongeren en startte ze een sociaal vernieuwingsproject voor de Marokkaanse gemeenschap. Margo blikt terug: “Ik stuurde de gehele vrijwilligersorganisatie aan, organiseerde sociaal-culturele activiteiten en bood ondersteuning op het gebied van persoonlijke ontwikkeling.”

Lees het verhaal van Margo en Abel verder in ons online magazine

twee zussen die tienermoeder zijn

ZUSSEN ACHTEREENVOLGENS ALLEBEI ALS TIENERMOEDER IN STERK HUIS

Aan tafel zitten twee jonge meiden. Ze lijken sprekend op elkaar, hebben dezelfde stem én lachen hetzelfde. Duidelijk zusjes. Beiden ontspannen. En allebei een lastige jeugd gehad, waarna ze als tienermoeder een stabiele basis terugvonden bij Sterk Huis. De een woonde er zes jaar geleden, de ander woont er nu. Hoe is het om als zussen op dezelfde plek terecht te komen?

“Hulp accepteren is het allermoeilijkste”

Lisa, 23 jaar, kwam zes jaar geleden bij Sterk Huis terecht. “Toen ik in een gesloten instelling in Goes zat, ontdekte ik dat ik zwanger was. Omdat ik toen zeventien jaar was, was ik verplicht om naar een tienermoederhuis te gaan. En dus had ik de keuze: of ik kon naar Lima in Tilburg of naar Friesland. Die keuze was snel gemaakt”, vertelt ze. “Omdat ik minderjarig was, heb ik de voogdij over mijn zoon direct moeten overdragen aan Jeugdzorg.”

Afspraken met Jeugdzorg

“Ik wilde voorkomen dat de vader, mijn ex-man, de voogdij zou krijgen. Hij werd dat jaar achttien jaar. Dat betekent dat je als vader direct tot voogd wordt benoemd. Dat wilde ik echt niet, omdat hij heel onstabiel en gevaarlijk was. Toen onze gezinsvoogd aangaf dat zij de voogdij op zich wilde nemen, heb ik nauwelijks getwijfeld. Ik tekende direct”, legt Lisa uit. “Gelukkig hebben we goede afspraken gemaakt. Normaal zou ik mijn kind niet bij me mogen houden. Als Jeugdzorg de voogdij heeft, hebben zij het kind ook. Maar ik kan bij mijn zoontje zijn. Daar heb ik heel veel geluk mee gehad.”

Kiezen voor je kind als tienermoeder

“Toen ik erachter kwam dat ik zwanger was, belde ik direct de reclassering op” vult Lieke, 19 jaar, aan. “Omdat ik De Bocht (voorloper van Sterk Huis) via Lisa kende, wist ik meteen dat ik daar ook heen wilde. Ik was dan wel achttien, maar wilde er alles aan doen dat mijn kind niet werd afgepakt. Door naar Lima, De Bocht, te gaan, wist ik dat de kans kleiner was dat ik mijn kind zou kwijtraken. Voor papa was het ook een geruststellend idee. Natuurlijk vond hij het moeilijk dat zijn jongste dochter naar een tienermoederhuis moest, maar hij kent het hier. Dat is fijn.”

Lees het verhaal van de twee zussen verder in ons online magazine via www.sterkmagazine.nl

Ben of word jij jong moeder en heb je hulp nodig? Kijk hier voor meer informatie

DIE ENE JONGERE.

Ruim negentien jaar geleden zag hulpverlener Leonie van Oosterum (56) een stil meisje binnenkomen op de kamertraining van Sterk Huis, genaamd Hoi-Shan (toen 16 jaar). “Ze was rustig en teruggetrokken, bijna niet aanwezig”, herinnert Leonie zich. “Maar ze droeg ook een kracht bij zich. En een groot verdriet. Soms huilde ze urenlang dikke tranen. Ze was zoekende, voelde veel frustratie, wilde ergens bij horen. Mijn collega en ik werden haar nieuwe papa en mama. We zagen haar opgroeien tot een prachtige vrouw, die inmiddels sterk in haar schoenen staat en zelf ook mensen helpt.”

Stille waters, diepe gronden

Hoi-Shan (35) denkt nog vaak terug aan de intensieve kamertraining. “Het was aan de Ringbaan Oost in Tilburg, in een oud en hoog herenhuis met een gigantische tuin. Eigenlijk kon je daar alles uitvreten wat je maar wilde”, lacht ze. “Wil ik het weten?”, knipoogt Leonie. “Ik denk dat jullie het wel wisten hoor”, gaat Hoi-Shan verder, “maar het was gezond om op die leeftijd grenzen te verkennen, dus dat stonden jullie oogluikend toe.”

Expressief kind

Hoewel Hoi-Shan haar grenzen opzocht – “Soms zaten we hoog in de make-up verstopt in bed, wachtend op hét moment om te ontsnappen” – had ze vooral behoefte aan geborgenheid. Ergens rust vinden. Op haar twaalfde verliet Hoi-Shan op eigen initiatief haar ouderlijk huis. “Ik groeide op in de Chinese cultuur, waar het belangrijk is om altijd samen te blijven en te werken. Maar achter het luikje van ons restaurant ging veel ellende schuil. Mijn moeder verdween regelmatig en mijn vader was altijd aan het werk. Na het lezen van meidenbladen als Tina, YES! en Break Out! ontdekte ik dat mijn situatie niet normaal was. Ik besloot de gesloten cultuur bij ons thuis open te breken, maar dat werd niet gewaardeerd. Emoties tonen, kon niet. Dat was echt not done, terwijl ik juist een expressief kind was.”

Appels snijden

En zo kwam Hoi-Shan al vroeg in aanraking met hulpverlening. “Eerst woonde ik bij vrienden van mijn ouders. Vervolgens kwam ik op mijn veertiende terecht bij de gedragstherapeutische behandelgroep Prinsenhoeven van Sterk Huis, waar ik tot mijn zestiende verbleef. Daar leerde ik alle basics die je nodig hebt in het leven, zoals appels snijden (dat had ik echt nog nooit gedaan). We hadden daar een lieve gastvrouw. Het was feest hoor, als zij ku lo yuk met nasi maakte. Veel jongeren wilden vooral naar buiten, vrijheid proeven, maar ik zat het liefst aan die keukentafel.”

Veilig eilandje

Leonie: “Dat merkte ik ook toen je bij ons kwam. Jouw zoektocht was anders.” Hoi-Shan: “Ik wilde rust. Een veilig eilandje, waarvandaan ik iedereen kon benaderen en ontmoeten, maar waar ik me ook kon terugtrekken. De kamertraining was zo’n eilandje. Een plek waar ik niet continu bezig hoefde te zijn met anderen, maar mijn eigen pad kon uitstippelen. Als ik verdriet had, stond Leonie voor me klaar. Dan kon zij gaan puinruimen.” Volgens Leonie is dat juist het mooiste werk voor een hulpverlener. “Een ander kalmeren, ondersteunen, vragen stellen. Een mens kan zelf heel goed de antwoorden op levensvragen vinden. De waarheid schuilt in jezelf, maar zit soms nog verstopt achter alle trauma’s, emoties en ervaringen. Stille waters hebben diepe gronden, dat was kenmerkend voor Hoi-Shan.”

Aai over de bol en schop onder de kont

“Wat ik fijn vond aan Leonie, was haar directe aanpak”, vertelt Hoi-Shan. “Het heeft geen zin om ergens omheen te draaien. Zeg gewoon wat je denkt. Soms zijn er hulpverleners die je heel zielig vinden. Nou, dan sla je de plank mis.” Leonie: “Ik ben een hulpverlener van een aai over de bol en een schop onder de kont.” Hoi-Shan: “Jij hebt mij ook nooit het gevoel gegeven dat ik een cliënt was. Ik was gewoon een jongere, op zoek naar antwoorden in het leven.”

Psychische lijntjes

Op haar achttiende was het voor Hoi-Shan tijd om de kamertraining te verlaten. “Het was moeilijk om afscheid te nemen”, blikt ze terug. “Ik ben iemand die graag psychische lijntjes behoudt met mensen die cruciaal zijn geweest in mijn leven, die mij de weg hebben gewezen. Gelukkig hebben we tegenwoordig ook Facebook.” Leonie en Hoi-Shan zijn elkaar dan ook nooit uit het oog verloren. “Als hulpverlener kun je natuurlijk niet met alle cliënten in contact blijven”, benadrukt Leonie, “maar met Hoi-Shan had ik een speciale band. Ik wilde haar blijven volgen. Daarom was ik ook aanwezig bij haar afstuderen aan de kunstacademie St. Joost.”

Groei

Hoi-Shan: “Ik mocht ook een keer bij jou thuis langskomen rond kerst. Ik herinner me die lelijke roze kerstboom van jou”, plaagt ze. Leonie: “Klopt, je zat toen niet zo lekker in je vel. Ik was weer even jouw mama, die jou onder mijn vleugels nam en zakdoekjes aangaf. Het is echt prachtig om te zien hoe jij bent gegroeid. Je bent een volwassen vrouw. Een kunstenares. Een geweldig mens! Je kunt nu veel beter loslaten. Dingen laten zijn zoals ze zijn. Als reisleider reis je heel de wereld over, dan zie ik je op Facebook bijvoorbeeld voorbijkomen in IJsland. Je geeft mensen veel mee, ook in je werk als kunstenares.”

Persoonlijke kunst

“Ik word vaak gevraagd voor culturele projecten, wat voor mij raakvlakken heeft met kunsttherapie”, vertelt Hoi-Shan. “Dan hoor ik mezelf dingen zeggen tegen mensen die ik ooit van hulpverleners heb geleerd. Via kunst kan ik mezelf ook goed uiten. Ik ben nu in de leer bij een man van tachtig jaar, die me leert werken met emaille. Hij zei: ‘Je kunt altijd nijlpaardjes en vogeltjes blijven tekenen, maar een tekening wordt pas interessant als je iets te vertellen hebt.’ Sindsdien maak ik werk over mijn leven, tekeningen die uit mijn jeugd komen. Zo geef ik mijn verleden een mooie plek.”

Jij zegt altijd dat we een team zijn. Wij helpen elkaar, wat er ook gebeurt.

Ze was veertien jaar toen ze zwanger raakte. Op haar vijftiende werd haar dochter geboren. In de beginperiode woonden moeder en kind bij Sterk Huis (destijds nog De Bocht). Het was een mooie, maar ook moeilijke tijd. Als tienermoeder moest ze vechten voor haar kind. Maar dat is gelukt. Haar dochter is inmiddels zelf een jonge tiener, en moeder en dochter hebben een ijzersterke band. In een briefwisseling delen ze hun liefde voor elkaar.

Lieve dochter,

mama was vijftien jaar toen jij geboren werd. Dat is jong. Een kind kreeg een kind. Maar ik wachtte al een tijdje op jou. Ik wilde graag zwanger worden. Toen jij in mijn buik zat, wist ik dat ik jou meer zou liefhebben dan het leven zelf. Voor jou zou ik door het vuur gaan.

Papa en mama waren heel blij met jouw komst. Maar het was ook moeilijk, omdat we nog zo jong waren. Wat hebben we gevochten voor jou. We wilden dat je nooit zou merken dat we tienerouders waren. Papa en mama zijn daarom meteen terug naar school gegaan, zodat we jou een mooie toekomst konden bieden. En kijk waar we nu staan: je bent al twaalf jaar en zit op het gymnasium. Wat ben ik trots op jou, echt wel.

De dag dat jij geboren werd, vergeet ik nooit meer. Daar lag je dan in mijn armen. Ik denk dat ik zeker een uur van blijdschap heb geroepen: mijn kind, mijn dochter! Na je geboorte woonden we eerst nog een tijdje bij De Bocht. Ze waren daar goed voor ons. Papa mocht iedere dag op bezoek komen. Een jaar later kregen we ons eigen huis. Wat waren we dankbaar. Nu vormen we nog steeds een gelukkig gezin: papa, mama, jij en inmiddels ook je twee broertjes.

Lees de rest van dit artikel op: www.sterkmagazine.nl

‘WE ZIJN WEER MEER EEN GEZIN’

Roos (10) werd woest als ze haar zin niet kreeg en accepteerde geen enkele grens van haar ouders. Zij en haar zusje Lilly (8) sloegen elkaar met de stofzuiger slang, trapten ruitjes in en duwden elkaar van de trap. Iedereen was bang dat wanneer de situatie zo zou blijven er gewonden zouden vallen. ‘Roos was nog maar 2 jaar oud toen we haar bijna verloren na een hartstilstand. We maakten ons veel zorgen en gaven haar daarom in àlles haar zin. Dankzij de hulp van Sterk Huis is er nu meer rust in ons gezin.’

Roos werd twee maanden te vroeg geboren. Haar longen, hart, hersenen en immuunsysteem waren nog niet rijp. Als baby moest ze regelmatig naar het ziekenhuis. Evie: ‘Toen ze twee jaar oud was werd Roos opgenomen met een virus. Ze had het vreselijk benauwd en verslikte zich in haar eigen braaksel, wat in haar longen terechtkwam. Ze kreeg een hartstilstand en is met spoed in een ambulance naar een ander ziekenhuis gebracht. We waren zo bang om haar te verliezen, de angst die we voelden kan ik nauwelijks in woorden vatten. Ik heb zelfs gezien hoe ze haar voor de derde keer moesten reanimeren. Dat beeld staat op mijn netvlies gebrand.’

Na een tijd krabbelde Roos weer wat op en mocht ze naar huis. ‘Voor Lilly was deze tijd ook heftig. Soms moesten we midden in de nacht plotseling met Roos naar het ziekenhuis. Lilly werd dan in de ochtend wakker en dan waren wij er niet, haar opa en oma vingen haar op. Ze voelde onze zorgen, ons verdriet.’

‘Wij zijn hier de baas’

Roos (nu tien jaar oud) revalideerde bij een revalidatiecentrum en het ziekenhuis diende een hulpvraag in voor praktische thuisbegeleiding om het gezin te ondersteunen. Zo kwam Gerrie in huis. Zij hielp bij het opzetten van een structuur, een dagindeling. ‘Wat me het meeste opviel toen ik hier in huis kwam was de gespannen sfeer. Ik zag overbelaste ouders, die er alles aan deden om goed voor hun kinderen te zorgen. Maar ze begrensden de meiden niet. Het gedrag van Roos was ongeremd. Als ik een spelletje met haar speelde, gooide ze de pionnen op de grond en sommeerde mij het op te ruimen. Ze werd woest als ze haar zin niet kreeg. De meiden hadden veel heftige ruzies met elkaar en lieten duidelijk weten: “wij zijn hier de baas.” Evie vult aan: ‘Roos schold ons uit en luisterde niet. In de supermarkt kon ze op de grond gaan liggen schreeuwen als ze haar zin niet kreeg. Maar het was moeilijk voor mij en mijn man om haar te begrenzen. Ze had in haar jonge leventje al zoveel moeten doorstaan. Het enige wat we wilden was dat het goed met haar ging, dat ze onbezorgd kon opgroeien. We gaven haar daarom in àlles haar zin.’

Evie stopte Roos ook in een ‘kooitje’, zag in alles gevaar. Met een sjaal voor haar mond deed ze de boodschappen. In de hoop dat ze geen verkoudheid mee terug naar huis zou nemen. ‘Als ik een ambulance hoorde, begon mijn hart al sneller te kloppen en keek ik of die naar de school van Roos reed. En we mopperden vaak op Lilly: “Voorzichtig zijn met Roos.” Mijn alarmknop stond dag en nacht ingedrukt.’ Gerrie zag dat in dit gezin meer nodig was dan praktische thuisbegeleiding. ‘De hulpverlening die vervolgens werd ingezet was te veel gericht op het kind en niet op het gezinssysteem. Een vriendin gaf me een folder van Sterk Huis waarin werd uitgelegd wat EMDR therapie kan betekenen, een therapie voor mensen die een trauma of verlies te verwerken hebben. We waren het er over eens: dit zou voor Evie wel eens een goede stap kunnen zijn.’

Veiligheidsplan

De praktische thuisbegeleiding droeg het gezin over aan Sterk Huis en Gerrie bleef als vrijwilliger betrokken. Bij de kinderen riep de hulpverlening – het gezin was ook gestart met systeemtherapie en dagbehandeling voor de kinderen – in eerste instantie flinke weerstand op. Zoveel dat Roos van boosheid door het glas van de deur trapte. Evie: ‘Het was oorlog thuis. Ik voelde me machteloos. We waren bang dat er iemand gewond zou raken tijdens de ruzies. Dat wilden we absoluut voorkomen.’ Sterk Huis heeft daarom meteen op directe veiligheid ingestoken door het maken van een veiligheidsplan in combinatie met de risico gestuurde zorg voor Evie (EMDR). Evie. ‘Samen met Sterk Huis, mijn ouders, Gerrie, de peettante van de kinderen en haar partner stelden we het veiligheidsplan op. Hierin staat wat wij als gezin nodig hebben en wie wat kan bieden. Wat we nodig hebben? Rust, ruimte om te ademen. Het regelmatig uit elkaar halen van de kinderen heeft hierbij geholpen. Ook staat in het plan dat ik verder zou gaan met mijn EMDR therapie en mijn man ook een therapie zou gaan volgen. Zo maakten we iedereen verantwoordelijk.’

Een Signs of Safety medewerker van Sterk Huis (welke zich richt op het maken van het veiligheidsplan) maakte na gesprekken met Lilly en Roos, ouders en hun netwerk een Word’s and Pictures, een soort stripboek. Hierin staat het veiligheidsplan uitgelegd aan de kinderen: Wat is er gebeurd, wie gingen zich zorgen maken en welke afspraken zijn er gemaakt er om ervoor te zorgen dat het weer veilig wordt thuis voor iedereen. Lilly: ‘Het verhaal in het boekje heeft ook plaatjes. Ik snap beter wat er allemaal is gebeurd en ik lees het verhaal elke dag.’ Ook vind Lilly veel troost bij haar reuzenkonijn Sjef. En de regels die op een lijst aan de koelkast hangen helpen haar enorm. Zo wachten de meiden op elkaars beurt en mogen ze geen geweld gebruiken.

Het veiligheidsplan bracht snel meer rust in het gezin. Evie: ‘De kinderen gaan regelmatig om en om uit logeren bij de opa’s en oma’s en de EMDR therapie heeft mij geholpen bij het verwerken van mijn trauma: het zien van de reanimatie van mijn kind. Ik heb niet meer het gevoel dat mijn alarmknop de hele tijd is ingedrukt. Hierdoor voel ik minder stress waardoor ik het gedrag van de kinderen beter kan begrenzen. “Nee” is nu ook een duidelijke “nee.” Ik merk dat die duidelijkheid goed is voor mijn kinderen, dat is fijn. Ook mijn man is hierin gegroeid sinds hij een therapie volgt.’

lilly speelt met haar konijn om rustig te worden
Lilly en konijn Sjef

Beter samen spelen

Sterk Huis heeft na het maken van het veiligheidsplan doorgepakt in de hulpverlening met dagbehandeling voor de kinderen. Drie keer per week gaan de meiden naar Sterk Huis. Roos: ‘Lilly en ik leren daar om beter samen te spelen zonder ruzie te maken. Ze zetten ons ook samen aan een tafel om te eten en we hebben gesprekjes met onze begeleiders over hoe het thuis gaat. Het spelen met Lilly gaat al beter, dat is fijn. We zijn op vakantie geweest en zaten meer dan 1 ½ uur in de auto. We hebben de hele reis gespeeld.’ Evie vult aan: ‘Natuurlijk hebben ze nog wel eens ruzie. Maar ik merk dat de meiden fijner samen spelen. Zeker als ze echt op elkaar zijn aangewezen zoals op vakantie.’

Gerrie helpt het gezin nog steeds twee middagen per week: ‘Evie doet het dan, ik spring bij waar nodig. Het is een mooi samenspel op die manier. Ik zie meer rust in het gezin. Evie zorgt ook beter voor zichzelf en haar welzijn. Zo is ze bijvoorbeeld weer gaan werken.’ Evie vult aan: ‘Dat is heerlijk. Ik werk als receptioniste en ben hierdoor naast moeder weer een eigen persoon. Het is fijn dat Gerrie zo betrokken bij ons is gebleven. Mijn zoon van 5 jaar oud, noemt haar zelfs wel eens oma. Ze is belangrijk in ons gezin, we vertrouwen haar. Ze is duidelijk naar de kinderen toe en ze hanteert ook onze regels.’

Het gezin kijkt weer positief naar de toekomst. Evie: ‘We zien de toekomst weer rooskleurig in. We begrijpen de kinderen beter, er is meer rust in huis. Het is fijn om weer meer een gezin te zijn, we zullen stappen blijven maken’.

Meer weten over Signs of Safety? Bekijk onze infographic

Teun Haans is betrokken bij de Taskforce Kindermishandeling Hart van Brabant, een netwerk van professionals, organisaties en inwoners die zich betrokken voelen bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. ‘We vinden het belangrijk om vanuit de landelijke visie “gefaseerd samenwerken voor Veiligheid” (van Arum en Vögtlander) te werken. Waarbij we eerst een veiligheidsplan maken om de directe veiligheid te waarborgen en daarna pas inzetten op hulpverlening gericht op risico’s en herstel. De Taskforce omarmt indrukwekkende succesverhalen zoals het verhaal van het gezin van Evie. Het verhaal is een inspirerend voorbeeld waar we als hulpverlening werkende bestanddelen en werkzaamheden uit kunnen halen die we verder kunnen brengen. Het is daarom ook belangrijk dat hulpinstanties zulke verhalen met elkaar delen. Ik roep hen daartoe op.’

EN DE PIJN EN HET VERDRIET BEPALEN DE REST VAN JE LEVEN

Vorige week had ik, met een collega, een indrukwekkend gesprek met Ricky en haar partner. Ricky is in 1969 op De Bocht bevallen van een zoon die zij vanwege veel druk en schaamte vanuit haar omgeving (een gezin in een klein dorp in de omgeving van Tilburg) heeft moeten afstaan. Ricky heeft altijd een onveilige jeugd meegemaakt. Zonder erkenning en liefde. Er werd verschil gemaakt tussen de kinderen. De opvoeding was met schaamte, schuld en een harde hand. Bovendien was er misbruik door een oom. Iemand die haar wel zag, maar op een hele foute manier.

Als je je kinderen hebt moeten afstaan. Een persoonlijk verhaal in relatie tot het meldpunt ‘misstanden bij  binnenlandse adoptie’.

In 1970 is zij opnieuw bevallen van een zoon, na een zwangerschap door een gruwelijke groepsverkrachting, waarvan niet geloofd werd dat het een groepsverkrachting was. Hoe verminkt en gehavend zij ook thuis kwam die avond. Ook van deze zoon heeft zij afstand gedaan.

Als een oermoeder

Met de kracht van een oermoeder in zich heeft Ricky haar oudste zoon vanaf zijn tweede jaar bij haar kunnen laten opgroeien. Daarvoor woonde hij bij De Bocht. Haar zoon en haar kleinzoon zijn de hoop en het vertrouwen van Ricky.

Toen zij het besluit kon nemen om haar zoon thuis op te laten groeien was zij getrouwd met een jonge weduwnaar die ook een jong kind had. Dit huwelijk dat een kans leek op gezinsleven, bleek een drama. Meneer was een alcoholist die haar en de kinderen verschrikkelijk mishandelde. Dit was ook de reden waarom ze uiteindelijk haar tweede zoon toch afstond voor adoptie.

Het leven van Ricky is buitengewoon zwaar en verdrietig gelopen. Haar verhaal gaat nog veel verder. Wat overheerst is het besef dat het ontbreken van basisveiligheid thuis, gezien worden thuis, geen liefde krijgen, niet kunnen praten, geen vertrouwen krijgen het begin is geweest van een leven dat verschrikkelijk is verlopen.

Erkenning en verantwoordelijkheid

Voor de periode op De Bocht, waar Ricky in alle eenzaamheid haar kinderen moest krijgen. Waar zij niet geholpen werd met vertrouwen in haar en met erkenning voor haar slechte omstandigheden en waar haar toen geen perspectief geboden werd op een onafhankelijk leven als alleenstaande moeder wil ik graag mijn spijt uitspreken en hardop erkennen dat wij op De Bocht niet het beste voor Ricky en haar kinderen hebben kunnen doen. Schuld is hierin niet het goede woord. Maar het gaat om erkenning en mede verantwoordelijkheid voor het grote verdriet en de tekortkoming vanuit de hulp van De Bocht in die tijd.

Op diezelfde dag sprak ik ook een kind wat ter adoptie was afgestaan op De Bocht, begin jaren 50. Het leven van dit meisje, nu een vrouw van net over de 70, kent ook zoveel verdriet, slaag en ellende. Met terugwerkende kracht moet ik huilen om haar verhaal en het verhaal van Ricky.

Gebrek aan zelfvertrouwen en eigenwaarde

De problemen van de vrouwen, kinderen, jongeren, mannen en gezinnen die we anno 2019 kennen bij Sterk Huis zijn anders. Er is gelukkig veel meer openheid en acceptatie. Wat nog steeds aan de orde is, is dat aan de basis van veel grote problemen een heel groot gebrek aan zelfvertrouwen en eigenwaarde ligt, omdat je als kind nooit gezien en geliefd werd.

En daar begint ons allergrootste verantwoordelijkheid. Veiligheid en liefde in je leven is een levensvoorwaarde. Als je dat mist en daardoor geen gevoel van eigenwaarde hebt, ben je heel gemakkelijk een ‘speelbal’ voor mensen met foute bedoelingen, die jouw hunkering naar liefde en vertrouwen misbruiken en al snel slecht voor je zijn.

Lian Smits, bestuurder Sterk Huis

Seksueel Misbruik

ANNA KWAM IN DE HANDEN VAN EEN LOVERBOY

Iedereen kent wel de uitdrukking ‘liefde maakt blind’. Vaak wordt deze gebruikt in een luchtige context, maar in hoeverre gaat dit nu echt op? Hoe ver gaat iemand voor de liefde? Heel ver, blijkt uit cijfers van De Nationaal Rapporteur Mensenhandel; jaarlijks worden meer dan 1300 Nederlandse meisjes seksueel uitgebuit door mensenhandelaren en loverboys. Iets wat vrijwillig begint uit liefde, eindigt in een gedwongen nachtmerrie. Gelukkig zijn er ook meiden die uit deze nachtmerrie ontwaken én weer durven te dromen. Anna (22) vertelt haar verhaal.

Van gedwongen nachtmerrie naar vrij om te dromen.

Anna is 20 als ze bij een van haar vrienden H. leert kennen. Hij is charmant, aantrekkelijk en 12 jaar ouder dan zij. Vanaf het eerste moment is er een klik. Niet direct liefde op het eerste gezicht, maar de interesse is gewekt. Anna kan urenlang met hem praten over allerlei onderwerpen; hij geeft haar een gevoel dat ze bij haar vriend al langer mist. Dat hij een crimineel verleden heeft en net uit de bak komt, neemt ze voor lief. Hij praat er immers heel open over en het lijkt erop dat hij zijn leven wil beteren.

De eerste klap

Nadat Anna haar relatie heeft beëindigd, ziet ze H. iedere dag. Ze maken uitstapjes naar Rotterdam en Amsterdam, doen samen een drankje, gaan samen sporten. Ook maakt hij kennis met haar ouders. Zij zijn er niet over te spreken dat hun dochter valt voor een oudere man met een crimineel verleden. Toch lukt het hem om hen te overtuigen van zijn goede bedoelingen.

Na 3 maanden begint H. zich bezitterig en jaloers te gedragen. Hij checkt de telefoon van Anna, wil altijd weten waar ze is en laat haar niet meer met bepaalde vriendinnen omgaan. Wanneer ze op een dag een van die vriendinnen appt zonder zijn toestemming, volgt de eerste klap. “Ik was verbaasd en geschrokken” vertelt ze. “Maar H. begon meteen heel hard te huilen. Hij bood zijn excuses aan en zei dat hij helemaal niet meer zo wilde zijn. Dus ik vergaf hem…”

Bergafwaarts

Vanaf dat moment gaat het echter snel bergafwaarts. H. verwijt Anna dat ze met andere jongens naar bed wil, ziet dingen die er niet zijn. Als ze bij haar ouders aan tafel zitten, knijpt hij Anna zo hard in haar been dat ze er blauwe plekken aan overhoudt. En als de moeder van haar ex appt om te zeggen dat ze Anna mist, legt H. zijn handen om haar keel. Toch leidt ook dit niet tot een breuk. “In het begin trok ik het mij zelfs nog aan, toen het nog heel minimaal was. H. zei dat hij me niet per se pijn wilde doen, maar dat hij dit soort dingen deed uit liefde. Dat hij een goed vrouwtje van me wilde maken en dat het juist betekende dat hij heel veel om mij gaf. Dat maakte het voor mij minder erg.”

Ommekeer

Anna zit intussen hele dagen op haar kamer. Niet omdat ze dat wil, maar omdat ze van H. de deur niet uit mag. Met Facetime aan, want hij wil zien wat ze doet. Welke films kijkt ze? Welke boeken leest ze? Hij is in control, iedere minuut van de dag. Desondanks blijft Anna H. door haar roze bril zien. “Bij hem voelde ik echt hele heftige liefde. We deden alles samen. Ik zag mijn vriendinnen minder en bij mijn familie liep het ook niet altijd even lekker, maar ik kon altijd bij hem terecht. Ik dacht écht dat H. dat wat hij deed, deed uit liefde voor mij en voor ons als stel. Het was hij en ik tegen de rest van de wereld.”

Als H. Anna tijdens een uitstapje naar Amsterdam in de kroeg laat zitten om zelf naar de hoeren te gaan, is voor haar de maat vol. De fysieke mishandeling kan ze handelen, omdat ze mentaal sterk genoeg is. Maar nu hij haar ook psychisch begint te treiteren door vreemd te gaan, is het genoeg. Anna verbreekt de relatie en vertelt haar ouders wat er aan de hand is. De acties van H. zijn doordacht, er gebeurde nooit iets in het bijzijn van iemand anders. Maar het feit dat Anna haar vriendinnen niet meer ziet en haar slaapkamer niet uitkwam tijdens de zomervakantie, deed hen al wel eerder vermoeden dat er iets niet goed zat. Haar vader komt dan ook direct in actie.

Terug bij af

Anna verblijft een tijd bij familie, maar daar weet H. haar al snel te vinden. Na gesprekken met haar ouders, waarin Anna’s vader dreigt om naar de politie te gaan, belooft H. Anna met rust te laten. Als ze hem een tijd later – al dan niet toevallig – op het station tegenkomt, geeft ze hem toch de kans om zijn verhaal te doen. Dit leidt niet tot een verzoening, maar het contact is wel weer gelegd.

Lees het artikel verder in ons online magazine www.sterkmagazine.nl

ONGEWENSTE SEXTING ACHTERVOLGT KIM (16) AL MEER DAN 7 JAAR

Kim* (nu 23) werd slachtoffer van ongewenste sexting. Haar foto die ze in goed vertrouwen naar haar vriend stuurde, verscheen op het internet nadat ze de relatie verbrak. Tot op de dag van vandaag, zo’n zeven jaar later, worstelt ze met het trauma dat ze opliep. (door Willem Pijnenburg)

‘Vertel het aan je ouders.’ Dat is makkelijk gezegd, maar ga er maar aanstaan. Vertellen dat jouw naaktfoto rondcirkelt op het internet en dat je dus geen idee hebt wie de foto gezien heeft. Vreselijk vond Kim het: “Je schaamt je kapot naar je ouders toe. Ik wilde het echt niet zeggen, maar ze zagen gewoon aan mij dat er iets was. Ik kreeg last van een eetstoornis en was terughoudend. Toen heb ik het aan mijn moeder verteld, met lood in mijn schoenen.”

Sterk Huis

Haar moeders reactie zal Kim niet snel vergeten: “Ze reageerde zo lief! Ze bleef rustig en vertelde me dat we samen gingen kijken hoe we dit op konden lossen en dat ze me steunde.’’

Rustig blijven is het belangrijkste advies voor ouders. Jesse Lapien is werkzaam op de Academie bij Sterk Huis en geeft trainingen aan cliënten, professionals en ouders op het gebied van sexting en prostitutie. “Natuurlijk snappen we dat ouders paniekerig en boos zijn, maar dat is niet de reactie die je aan je kind moet laten zien. Ouders moeten zich snel herpakken en aan het kind laten zien dat ze er voor hen zijn. Fluister bemoedigende woorden en pak je kind vast. Geef je kind nooit de schuld van hetgeen dat er is gebeurd.’’

Kim ging in gesprek met de verspreider en de foto’s werden verwijderd. De vrienden van de verspreider scholden haar uit voor hoer en dat ging wel een half jaar zo door. Zelfs op de plaatselijke voetbalvereniging voelde Kim zich niet op haar gemak. De jongens die haar uitscholden voetbalden daar ook en Kim controleerde een tijd lang of ze elkaar bij de wedstrijden en trainingen niet kruisten. Ze was op haar hoede, bang of mensen om haar heen wisten van de foto’s. Kim had geen idee wie haar naakt had gezien.

Sexting in het fietsenhok

Lapien stipt daarmee het gevaar van social media aan: “In mijn tijd hadden we een fietsenhok waar dingen gebeurden die ouders niet mochten weten, nu hebben ze een online wereld. Bij Sterk Huis zeggen we ook wel dat het fietsenhok een telefoon is geworden. Ouders realiseren zich niet wat voor wereld het online is. De online wereld is de wereld van pubers. Begrijp waarom ze bij Snapchat een streak moeten hebben, snap waarom je kind in de stress raakt als er geen WiFi is. Ouders moeten met hun kind in gesprek blijven om te kijken wat ze online doen.’’

Kim ging in therapie, omdat ze zichzelf sneed. Bij de therapeut leerde ze om daar anders mee om te gaan: ‘’Ik moest lippenstift pakken en het op een spiegel schrijven. Waarom mezelf snijden op mijn arm? Op een spiegel kun je slechte gedachtes uitvegen, op je arm gaat dat niet. Ik schreef woorden op die in me opkwamen en samen veegden we ze weg. Ik leerde om het van me af te schrijven, om een brief naar mezelf te schrijven die ik jaren later pas opende. De therapie heeft me beter gemaakt, maar ga niet in therapie omdat het erbij hoort. Doe het omdat je écht beter wil worden. Denk niet dat je zwak bent als je in therapie gaat. Je bent juist sterk als je de hulp aanneemt.’’

Blijvende schade

Ruim anderhalf jaar lang ging Kim intensief in therapie. Ze is er sterker uit gekomen, maar heeft nog altijd last van de nasleep van het trauma. Nachtmerries heeft ze nog en daarin passeert het hele verhaal weer de revue, van het moment dat ze de foto krijgt tot de therapie, waarna ze wakker schrikt. “Mijn vriend zegt soms wel eens dat ik gedroomd heb, dan heb ik hem geslagen en geschopt.’’ Ook als ze wakker is achtervolgt het naar nog steeds: “Iemand heeft bij mij een stukje privé weggehaald en dat is nog steeds niet terug. Ik weet ook niet of die puzzel ooit nog helemaal gelegd kan worden, ik denk dat er altijd een stukje zal ontbreken. Bijvoorbeeld als ik in bikini loop, dat is wel een dingetje. Ik denk dan altijd dat ze wéér mijn lichaam zien, dat ze naar het meisje van de naaktfoto kijken en niet naar wie ik echt ben. Terwijl ik helemaal niet weet wie de foto’s heeft gezien, dat wil ik ook niet eens weten.’’

Iedereen doet aan sexting

Lapien van Sterk Huis weet door haar werkervaring hoe sexting ook negatief kan uitpakken voor jongeren. Toch is het van deze tijd, jongeren doen het, Kim doet het nog steeds en wij eigenlijk ook. Iedereen doet mee aan sexting, ieder onbewust op zijn eigen manier: “Laatst organiseerden we een ouderavond. Een deelnemer zei dat ze met collega’s Over de streep deden. De vraag was toen wie er wel eens een naaktfoto naar zijn of haar partner stuurde. Van de 25 volwassenen waren er 15 die wel eens een naaktfoto naar iemand hadden gestuurd. Echt iedereen doet het. Wat denk je van het filmpje van Patricia Paay, dat stuurt iedereen toch ook door naar elkaar? Zij heeft er ook niet om gevraagd, maar toch doen we het. Of al die stomme filmpjes waar je naakte mannen en vrouwen ziet? De meeste zijn dronken of onder invloed, maar dat geeft ons geen recht om ze door te sturen. En toch doen we het. We doen allemaal aan sexting, bewust en onbewust: iedereen. We moeten respectvol leren omgaan met het materiaal dat we van anderen ontvangen. Dat is het belangrijkste.” zegt Lapien.

mannelijke slachtoffer van mensenhandel op een rots

VERBRIJZELDE DROMEN

Een brief geschreven door een slachtoffer van mensenhandel

Verbrijzelde dromen. Als je me vraagt ​​hoe mijn leven is, is dat het eerste antwoord dat je van me krijgt. Ik had nooit gedacht dat ik mijn verhaal zou vertellen. Het leven zoals we het kennen, vol verassingen en wonderen, is niet het leven dat ik tot nu toe heb gekend. Ik kom uit Oeganda. Ik heb altijd vol trots gekeken naar het land waar ik vandaan kom, omdat dit een van de landen is die in Afrika de meeste vluchtelingen een woonplek biedt. Ik weet niet of ik nu nog steeds trots ben op Oeganda. Ik ben nu namelijk ver weg van de plek die ik zelf vroeger ‘mijn thuis’ noemde.

Tijdens mijn werk in het Midden-Oosten leerde ik iemand kennen. We werden intiem. Ik vertelde mijn moeder erover. Toen ik weer thuis was, vroeg ik haar of ze hem wilde ontmoeten. Dat deed ze. Helaas kwam via mijn moeder mijn hele familie erachter, wat zorgde voor een enorme escalatie. De situatie liep zo erg uit de hand, dat mijn leven in gevaar was. Ik moest op zoek naar een veilige plek voor mezelf. Dit allemaal omdat je in Oeganda geen homo kunt zijn.

Een misdaad

Ik heb mijzelf altijd afgevraagd of het een misdaad is om homo te zijn. Dit is in Nederland niet zo, maar in Oeganda wel. Daar krijg je een levenslange gevangenisstraf als je homo bent. Op 20 december 2013 werd namelijk de Anti-Homoseksualiteitswet aangenomen door het parlement van Oeganda, waarbij een leven in de gevangenis werd vervangen door de doodstraf. Het is triest, maar zo is het.

De persoon met wie ik intiem was, regelde alles voor me. Daar ging ik: op weg naar Europa. Dat is in Oeganda de droom van bijna iedereen. In Europa krijg je namelijk de hoop op een veilig leven en geen kritiek, ongeacht je seksualiteit. Je krijgt de kans op een betere toekomst. Helaas wist ik niet dat in Europa een helse situatie op me wachtte.

‘Sprookjeswereld’

In Europa ontmoette ik een lange, blanke man met blauwe ogen. Ik zou een paar dagen bij hem intrekken, terwijl ik daar wachtte op mijn vriend. De man leek aardig, maar bracht me uiteindelijk in een vreselijke, traumatiserende situatie. Ik werd seksueel misbruikt. Ik moest gedwongen seks hebben met zowel mannen als vrouwen. De sprookjeswereld waarvan ik dacht dat die bestond in de Westerse wereld, viel voor mij in duigen.

Ik slaagde erin om te vluchten uit de vreselijke situatie waarin ik terecht was gekomen. Ik zocht naar het dichtstbijzijnde politiebureau dat ik kon vinden. Gelukkig vond ik er snel een. Daar legde ik mijn situatie uit. Helaas werd ik daar al gauw naar buiten gesleurd door politieagenten. Ik bracht een koude nacht door, buiten in de regen. Ik dacht erover na om zelfmoord te plegen, omdat ik als vuil behandeld werd op de enige plaats waarvan ik dacht dat ik er hulp kon krijgen. Gelukkig hielp iemand die mij tegen kwam mij om naar een ander politiebureau te gaan. Daar legde ik mijn situatie opnieuw uit. Gelukkig werd ik vanaf daar naar een veilige plek gebracht. Zo kwam ik terecht bij Sterk Huis.

Sterk Huis was voor mij het begin van een tweede kans in het leven. Het is niet makkelijk voor mensen zoals ik om je open te stellen na zo’n vreselijke situatie die je hebt doorgemaakt. Bovendien is de Nederlandse cultuur anders dan de Afrikaanse cultuur. Ik waardeer het daarom juist enorm dat ze bij Sterk Huis de tijd nemen om naar me te luisteren. Ik krijg de moed, hoop en hulp om me weer goed te kunnen voelen. Het is al zo fijn dat er alleen al geluisterd wordt naar mijn verhalen, gedachten en nog veel meer. De hulp vanuit Sterk Huis zorgt ervoor dat ik alle lange, eenzame slapeloze nachten uit mijn leven kan vergeten. Ik probeer positief te blijven in de situatie waarin ik me momenteel bevind. Het is niet eenvoudig, maar Sterk Huis helpt me daarbij.

Werken bij de technische dienst

Ik ben begonnen met vrijwilligerswerk op een technische afdeling. Hierdoor kon ik mezelf focussen op het werk, in plaats van op negatieve gedachten. Ik werkt met geweldige mensen die de tijd namen om mij nieuwe dingen te leren over het werk, de cultuur van de mensen in Nederland en de Nederlandse taal. Er worden grappen gemaakt die zorgden voor een lach op mijn gezicht.

Ik heb nog een lange weg te gaan en weet nog niet waar het leven mij zal brengen, maar ik hoop op het beste. Ik ben in ieder geval heel blij dat ik bij Sterk Huis terecht ben gekomen. Ik wil dan ook iedereen enorm bedanken die mij binnen Sterk Huis heeft geholpen.

‘MIJN NAAKTSELFIE GING DE HELE STAD ROND’

Het huis van Sanne is vrolijk versierd, want morgen viert ze haar zestiende verjaardag. Vandaag laat ze de presentatie zien, die ze voor haar klas hield: Sexting is onuitwisbaar’. Een onderwerp waar ze zelf mee te maken kreeg toen ze pas dertien was. Vol zelfvertrouwen vertelt ze haar verhaal.

Naam, adres en telefoonnummer naaktfoto

Via Snapchat en WatsApp kwam Sanne in contact met Stijn, een leuke jongen op school. “We kletsten op een normale manier met elkaar, maar op een gegeven moment vroeg hij me een naaktfoto te sturen. Dat wilde ik niet, maar hij bleef doorvragen. In die tijd was ik best kwetsbaar en het lukte hem om me over te halen.” In de meivakantie stuurde Sanne via Snapchat een naaktselfie naar Stijn, waarop haar gezicht niet zichtbaar was. “Op maandag na de vakantie kwam ik Stijn tegen en was er niets aan de hand. Toen ik op dinsdag op school kwam, keek iedereen me raar aan. Iemand kwam naar me toe en vroeg: ‘Heb jij die foto gemaakt?’ Ik kon het niet ontkennen. Stijn had mijn naam bij de foto gezet en ook mijn adres en telefoonnummer.”

Ook degene die om de foto heeft gevraagd en mensen die de foto hebben doorgestuurd zijn verantwoordelijk.

Geen aangifte, wel straf

Razendsnel werd de foto via social media op verschillende scholen in de stad verspreid. “Sommige kinderen zeiden dat de foto zelfs in Amsterdam was opgedoken, maar dat geloof ik niet.” Nog dezelfde dag stapte ze naar de teamleider op school en vertelde wat er gebeurd was. Stijn werd er ook bij gehaald. Hij gaf meteen toe dat hij de foto had doorgestuurd. De teamleider belde hun ouders en die kwamen naar school. “Ik mocht kiezen of ik aangifte zou doen, maar dat wilde ik niet. Ik was bang dat het nog erger werd. Thuis heb ik lang gepraat met mijn ouders. Voor straf moest ik mijn telefoon een maand inleveren en ik mocht een maandlang niet naar buiten. Mijn ouders waren geschrokken en teleurgesteld. Ze hadden dit niet van me verwacht, maar het kan iedereen overkomen. Stijn deed het om stoer te zijn. Ik voelde me onder druk gezet en had niet nagedacht over de gevolgen.”

Veel gemene en ranzige apjes

Na het voorval ging Sanne gewoon naar school. “Alle leerlingen keken naar me en hadden een mening over me. Sommigen noemden me een hoer, maar ik was echt niet de enige die ooit een naaktfoto had gestuurd via Snapchat!” Vriendinnen durfden het niet voor haar op te nemen. Vooral de eerste maand had ze last van pesterijen. “Toen ik na een maand mijn telefoon terugkreeg, zag ik  veel gemene en ranzige appjes . Die heb ik allemaal verwijderd. Na de zomervakantie kwam ik in een fijnere klas. Tot mijn schrik zat ik wel bij Stijn in de klas, maar van hem heb ik geen last meer gehad.”

Lotgenotengroep voor verwerking

Sanne heeft veel gehad aan de gesprekken met teamleiders en de zorgcoördinator op school. “Zij leerden me om te gaan met gemene opmerkingen en pestgedrag. De ene keer koos ik ervoor om mensen aan te spreken, de andere keer negeerde ik hen, afhankelijk van de situatie.” Ook de hulp van Sterk Huis was waardevol. “Elke week kwamen we met een groep meiden bij elkaar. We hadden allemaal iets vergelijkbaars meegemaakt en het was fijn om er samen over te praten. Ik merkte dat ik een stuk verder was in de verwerking dan de andere meiden en ik vond het prettig om hen te helpen. Zo kreeg ik meer zelfvertrouwen.”

Durf over sexting te praten

Het gaat goed met Sanne. Ze probeert om niet te focussen op wat er gebeurd is. “Ik maak er nu een leuke tijd van en richt me op de toekomst. Later wil ik fysiotherapeut worden, dus ik heb een zware opleiding voor de boeg.” Haar tip voor jongeren die te maken krijgen met sexting: “Praat erover, met je ouders, familie, vrienden en op school. Je kunt het niet alleen oplossen!”

Een foto is onuitwisbaar

Tijdens de presentatie in de klas vertelde Sanne dat veel jongeren er niet bij stilstaan dat het versturen van een sexy foto veel schade kan veroorzaken. Een foto kan in één seconde verspreid worden. Eenmaal op internet is de foto onuitwisbaar en kan die je altijd achtervolgen. Sanne wil de mening van mensen over sexting veranderen. “Ze denken al gauw dat het de schuld is van de persoon die de foto heeft gemaakt. Ook degene die om de foto heeft gevraagd en de mensen die de foto hebben doorgestuurd zijn verantwoordelijk.” Tijdens de presentatie zat haar moeder achter in de klas. Stijn zat ook in het lokaal. “Hij durfde me niet aan te kijken en staarde de hele tijd naar buiten…”

Heb jij te maken gehad met sexting? Kijk hier voor meer informatie

Kindermishandeling

VAN EEN HUIS, WEER EEN THUIS MAKEN

Het is belangrijk dat slachtoffers van kindermishandeling hun verhaal kunnen doen. De kindertelefoon voert onder andere hierover zo’n 1000 tot 1500 telefoontjes per dag. Maar niet elk kind vind het fijn zijn of haar verhaal bij een onbekend iemand te doen. Voor anderen kan het juist fijn zijn om hun verhaal te doen bij een bekende, die jouw en jouw omgeving goed kent. Voor Robin (17) was dit ook de beste manier. Zij besloot op de zwemclub voor het eerst te vertellen over wat er zich thuis allemaal afspeelde. 

“Mijn vader pakte me vast of duwde me omver en mijn moeder gooide met spullen”

 “Er was veel ruzie bij ons thuis. Mijn moeder en ik konden het niet goed met elkaar vinden en er hing altijd een gespannen sfeer. Mama kon uit het niets boos worden en wanneer ik haar een weerwoord gaf, nam papa het voor haar op.” Vanaf het moment dat Robin ging puberen werden de ruzies steeds erger en liepen ze verder uit de hand. Er kwam dan zowel verbaal als fysiek geweld aan te pas. “Mijn vader pakte me vast of duwde me omver en mijn moeder gooide met spullen.”

“Ik heb ook een broer (19) en een broertje (15), zij bleven vaak buiten schot. Als mijn moeder en ik weer ruzie kregen, vluchtten zij naar hun kamer. Ik voelde me vaak onbegrepen. Mijn broertjes deden niks en mijn vader koos tijdens een ruzie nooit mijn kant.” Robins vriendinnen merkten de blauwe plekken op haar lichaam op en vroegen regelmatig waar dit vandaan kwam, maar ze verzon altijd een smoesje.

“Het voelde alsof ik mijn ouders aan het verraden was”

Voordat Robin naar haar zwemtraining moest, had ze weer ruzie gehad thuis. Nog zichtbaar aangedaan kwam ze op de training aan, haar vriendin zag meteen dat er wat aan de hand was. Robin besloot, in tegenstelling tot voorgaande keren, nu wel eerlijk te zijn over wat er zich thuis afspeelde. “Het verbale geweld kon ik nog wel aan, maar het fysieke werd me nu echt te veel. Alles vertellen voelde op dat moment als mijn enige uitweg.”

“Ik ben toen samen met mijn vriendin naar onze coach gegaan om het te vertellen. Ik heb haar het verhaal laten doen, omdat ik het niet nog een keer kon. Hij reageerde geschrokken en heeft mij doorverwezen naar een vertrouwenspersoon.” Nog steeds zonder dat haar ouders het weten doet Robin zowel bij een vertrouwenspersoon als bij de huisarts haar verhaal. “Ik vond dit wel lastig om te doen. Het voelde toch een beetje alsof ik mijn ouders aan het verraden was.”

Toen Robins vader hoorde wat er zich achter de schermen had afgespeeld reageerde hij geschrokken. “Papa zei meteen, waarom heb je dit niet eerst met ons besproken? Maar op dat moment, bij het zwembad, zat het me zo hoog dat het er gewoon uit moest.” Robins moeder is later ingelicht. Ook zij reageerde eerst verontwaardigd, maar erkende later dat hun gezin inderdaad niet meer goed functioneerde.

“We spraken af er met zijn alle voor te gaan”

Ze zijn toen als gezin doorverwezen naar Veilig Thuis en vervolgens naar Sterk Huis. “We spraken af er met zijn allen voor te gaan en te investeren in onze relatie. Mijn broertjes wilden het liefste buiten dit hele gedoe blijven, maar we hadden als gezin hulp nodig. Daar horen zij ook bij.”

“Het was voor ons allemaal confronterend. We hebben hier echt leren praten, zowel individueel als met elkaar. Mijn vader kon zijn gevoel nooit echt delen, dat deed hij nu wel. Daarnaast leerde ik mijn moeder beter begrijpen en zij mij. Onze ruzies ontstonden vaak als een van ons een slechte dag had, dit had dus niet per se te maken met de ander.”

“Het zal voor ons als gezin vanaf hier alleen nog maar beter worden”

“Het overgrote deel van ons hulptraject vond online plaats in verband met de coronacrisis. Dit heeft op ons als gezin gelukkig een positief effect gehad. We zaten in een bekende omgeving en hadden veel meer tijd om de theorie uit de gesprekken meteen toe te passen.” Het gezin is nog steeds volop bezig met therapie. Beide ouders gaan nog naar Sterk Huis voor gesprekken, hier krijgen ze opdrachten mee voor thuis. Daarnaast zijn er individuele gesprekken ingepland met Robin en haar broertjes.

“Ik zie zeker al een groot verschil met onze situatie toen en nu. We hebben nog steeds wel ruzies op zijn tijd, maar dat heeft elk gezin. Als ik nu boos ben, proberen mijn ouders het brandje te blussen, in plaats van er olie op te gooien. En er wordt geen geweld meer gebruikt.” Robin heeft vertrouwen in de toekomst. “Het zal voor ons als gezin vanaf hier alleen nog maar beter worden. Als ik iets mag meegeven aan anderen in eenzelfde situatie is het om er ‘gewoon’ over te praten. Dat is heel moeilijk in het begin, maar het helpt echt.”

Signs of Safety bij Sterk Huis

Sterk Huis zet altijd eerst in op veiligheid. Hierbij maken ze tijdens het Signs of Safety traject gebruik van een veiligheidsplan. Wat doet iedereen op het moment dat het misgaat? Wat is een trigger? Waar komt ieders gedrag vandaan en wat zorgt voor de onveiligheid?

Toen het gezin van Robin hun veiligheidsplan had gemaakt kwam er meer rust in het gezin. Het gezin werd zich bewust dat er hardnekkige patronen zijn ontstaan waardoor ze elkaar snel triggerde. Door middel van systeemtherapie kon het gezin geholpen worden deze onderliggende factoren aan te pakken.

STA OP VOOR KINDEREN

Henny vertelt haar verhaal omdat ze wil dat het voor een volgende generatie beter wordt. “Sta op voor kwetsbare kinderen, luister naar hen.” Het is een verhaal van pijn, verdriet, kracht en die ene persoon die het verschil maakt.

Dit verhaal moet verteld worden

Dat zegt Henny uit de grond van haar hart. Ze wil dat geen enkel kind nog meemaakt wat zij heeft meegemaakt. Mensen moeten leren om het beter te doen, om kinderen beter te beschermen. En het mag niet alleen bij praten blijven. Ze vraagt ook aandacht voor hulp aan de kinderen die als vluchteling naar Nederland zijn gekomen. Je kunt een kind uit de oorlog halen, maar de oorlog niet uit een kind.

Henny is in 1947 geboren in Huize De Bocht. Haar moeder was ongehuwd en in verwachting. Een grote schande in die tijd. Vanuit De Bocht werd Henny overgeplaatst naar kindertehuis De Sprankel. Vanuit het tehuis werd ze toen ze 5 jaar was, geadopteerd door een zeer gelovig echtpaar wat ook de oudere broer van Henny al had geadopteerd.

Niemand deed wat

Het is nog altijd een raadsel voor Henny waarom ze werd mishandeld. Het enige wat ze kan bedenken is dat de adoptiemoeder psychisch gestoord is geraakt door het overlijden van haar dochtertje voor de komst van Henny. Misschien moest Henny het leed verzachten, maar het effect was dat ze niets goed kon doen. Keer op keer moest ze aanhoren dat ze een slecht kind was en veel uren heeft ze opgesloten gezeten in de kelder. Ze werd verwaarloosd en misbruikt, ze weet zeker dat mensen het wisten, in de buurt en op school, maar niemand deed wat.

Weglopen

Toen Henny 10 jaar was is ze voor de eerste keer weggelopen en naar de politie gegaan. Ze werd weer terug gestuurd. Ook is ze een keer met geld wat ze had gepakt met de trein naar de kinderbescherming gegaan in Breda. Ook daar kwam ze aan een gesloten deur. Toen ze 18 was is ze weer weggelopen en naar De Bocht gegaan om te kijken of ze haar moeder zag. Ze lag uren in de struiken tot iemand van de zusters haar zag en binnen haalde. Via de Bocht werd ze 3 weken opgevangen bij een mevrouw en van daaruit is ze naar het klooster het Cenakel gegaan waar ze een tijd heeft gewoond. Zo kwam een eind aan een vreselijke tijd, maar de herinneringen en de angst nam ze haar hele leven mee.

Riet was mijn redding

Bij het Cenakel ontmoette ze Riet, Riet was haar redding. Riet was als een moeder voor Henny en later zijn ze ook samen gaan wonen om voor elkaar te zorgen totdat Riet overleed. De jaren met Riet waren de beste jaren van haar leven. Riet maakt het verschil in het leven van Henny. Riet zag dat Henny meer in haar mars had dan huishoudelijke werk en ze moedigde Henny aan om naar de avondschool te gaan. Na de avondschool ging Henny studeren. Ze wilde heel graag maatschappelijk werkster worden. Maar haar hoofd zat zo vol en ze is ingestort. Twee jaar is ze opgenomen geweest in een psychiatrische instelling.

Dag mevrouw

Van haar moeder wist ze niks. Behalve dat er over haar moeder werd gesproken als een slechte vrouw, een slet. Toen Henny 21 jaar was heeft ze haar moeder voor de eerste keer ontmoet. In het klooster het Cenakel. Moeder kwam met haar drie kleine kinderen op bezoek. Ze schudden elkaar de hand en moeder begroette haar inmiddels volwassen dochter na al die jaren met “Dag mevrouw”. Henny beantwoordde deze begroeting ook met “Dag mevrouw”. De ontmoeting was geen succes en ze hebben elkaar daarna nooit meer gezien. Henny heeft haar biologische vader nooit gezien of gekend. Ze kent zijn naam en heeft gehoord dat hij op 50 jarige leeftijd is overleden.

Altijd in de startblokken

Henny herinnert ze zich dat ze als volwassene altijd bang was om haar adoptiemoeder tegen te komen als ze in de stad liep. Altijd de onrust en steeds over je schouder kijken. Als ze bij Riet was, was die angst weg. Met de kennis van nu is het duidelijk voor Henny, ze heeft PTSS en dat gaat niet over. Wat haar helpt is schrijven en tekenen. Henny heeft veel tekeningen gemaakt en veel geschreven. Haar droom is dat van haar verhaal, haar tekeningen en haar herinneringen een boek wordt gemaakt. Een boek wat kinderen van nu kan helpen. Een andere droom van Henny is dat er een monumentje komt voor alle kinderen die bij De Bocht zijn geboren. Voor de zwijgkinderen die er niet mochten zijn, waar niet over gesproken mocht worden en waar niet naar werd geluisterd.

Toch geluk gehad

Henny heeft veel tegenslag en verdriet gekend en dat heeft ook haar weerslag op haar gezondheid. Ondanks dat is ze een sterke vrouw. Dat komt volgens Henny omdat ze bij De Bocht een goede start heeft gehad en in het kindertehuis ook goed had. De eerste 1000 dagen zijn heel belangrijk voor een kind. Die dagen waren goed zegt Henny: “Ik heb al met al toch geluk gehad. Ik wist dat het niet goed was wat me werd aangedaan. Maar er was niemand die het voor me opnam. Nu hoop ik dat mijn verhaal kan helpen om het anders te doen voor de kinderen van nu.

Eergerelateerd Geweld

“Het leven heeft mij niet voor niets opgeleid tot dít”

Op veertienjarige leeftijd verlaat Gulcan Uslu (38) haar geboorteland Turkije. Samen met haar moeder en broer trekt ze in bij haar stiefvader in Nederland. Daar komt Gulcan in een spiraal van huiselijk en eergerelateerd geweld terecht. Ondanks alle angst, pijn en dwang verliest Gulcan geen seconde haar vechtlust. Ruim tien jaar later vecht ze zich letterlijk uit de armen van haar verloofde en pakt ze – samen met haar dochter – haar vrijheid. Gulcan heeft niets meer te verbergen, ze is niet langer op de vlucht. De wereld mag haar ‘littekens’ zien. Als professioneel ervaringsdeskundige deelt ze haar verhaal met lotgenoten. “Hoe erg je situatie ook is, je kunt eruit komen.”

Het verhaal van Gulcan …

“Toen mijn vader op 27-jarige leeftijd overleed, bleef mijn moeder achter met drie jonge kinderen. Om ons een goed leven te geven, hertrouwde ze jaren later met een Turkse man in Nederland. Ik was veertien jaar – middenin mijn puberteit – toen ik samen met mijn moeder en broer naar Nederland vertrok. Mijn zus was op haar zestiende al getrouwd en bleef in Turkije.

Opoffering

Ik kende mijn moeder als een sterke en zelfstandige vrouw, die in haar eentje drie kinderen had grootgebracht. Maar in Nederland kwamen we terecht in een gesloten systeem, bij een man die alleen contact had met de Turkse gemeenschap en alles daarbuiten als gevaar zag. Hij vertelde mijn moeder wat ze moest doen. Dat botste in het begin heel erg en leidde tot mishandelingen. Ik zag mijn moeder veranderen in een steeds kleinere vrouw. Ze liet ons regelmatig weten zichzelf te hebben opgeofferd voor ons, waardoor ik alles van haar accepteerde. Zelfs de klappen. Er was bij ons geen aandacht voor onze mening of om dingen uit te praten, alleen voor fysieke bewegingen. Maar van geweld leer je niets, je haalt er niets positiefs uit.

Mijn moeder was bezig met haar eigen angst en pijn. Als ze mij sloeg, praatte ik het goed: ze heeft veel meegemaakt. Dat is niet oké, daarmee houd je geweld in stand. Net als mijn moeder deed: mijn man slaat mij, maar dankzij hem ben ik wel in Nederland.

Lees het artikel verder in ons online magazine www.sterkmagazine.nl

ALS JE FAMILIE EEN MOORDENAAR OP JE AFSTUURT

Bron: NOS op 3

Als we over eergerelateerd geweld praten, hebben we het vaak over vrouwen die slachtoffer zijn. Maar van de doden door eergeweld is de meerderheid man, blijkt uit cijfers van het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG). In de afgelopen vijf jaar onderzocht het expertisecentrum 52 doden door eerwraak. Van de slachtoffers waren er 33 man.

Hulp en opvang

Wanneer je familie over jouw leven beslist vanwege de familie-eer, word je beperkt in je vrijheid. Je mag geen verkering hebben, geen kleren dragen die je mooi vindt of geen andere mening hebben dan je ouders. Soms komt er ook dreiging en agressie bij kijken. Dit kan ervoor zorgen dat jij je niet meer veilig voelt. Of zelfs dat je niet meer veilig bent en moet vluchten voor je familie.

Dat ook jongens en mannen slachtoffer kunnen zijn van eergerelateerd geweld is vaak niet bekend. Er moet meer oog voor komen. Met name omdat meer aandacht vaak betekent dat jongens en mannen de weg naar hulp en opvang beter vinden.

‘Ik moest mijn zusje vermoorden’

Efe verblijft sinds een aantal maanden bij Sterk Huis. Op een extra veilige afdeling kunnen wij heb een veilige plek bieden. Dat is nodig. Want Efe is het slachtoffer van eergerelateerd geweld. Hij moest van zijn vader zijn zusje vermoorden. ‘ Volgens mijn vader is mijn zusje een schande is voor onze familie. Mijn zusje kon zich nooit aan de regels houden. Ging vaak op stap, kwam laat thuis en droeg uitdagende kleding. Op zich geen gek gedrag voor een meisje van 17 jaar, maar in onze cultuur wordt dit niet geaccepteerd. Wij hebben andere waarden, normen en regels dan onze vrienden thuis hebben. Ik zag ook dat mijn zusje zich steeds meer ging afzetten, maar had nooit gedacht dat mijn vader zo ver zou gaan om onze ‘eer’ te beschermen.’

Efe weigert de opdracht van zijn vader. En ook hij schendt hiermee de eer van de familie. ‘Ik wilde mijn zusje niet vermoorden. Ik heb mijn zusje wel gezocht, om haar te kunnen helpen en beschermen. Gelukkig vond ik haar voor dat mijn vader dat kon. Ik heb haar gewaarschuwd. ‘Kijk uit lieve zus, want vader stopt niet. Dat ik je nu bescherm betekent niet dat je veilig bent’.

Extra veilige afdeling

Nu loop ik zelf ook gevaar… Ik heb natuurlijk de opdracht van mijn vader geweigerd. Gelukkig zijn er veilige plekken waar je om bescherming kan vragen. Ik woon nu sinds een tijdje op een extra veilige afdeling. En zoals ik mijn zusje al waarschuwde: mijn vader heeft nu mijn neef op pad gestuurd. Met als doel ons beiden te vinden en te vermoorden, want wij zijn in de ogen van mijn vader nu allebei een schande voor de familie

Heb je net als Efe te maken met eergerelateerd geweld? Word je bedreigd of mishandeld? Aarzel niet en zoek hulp. Bel bij acuut gevaar 112. Sterk Huis is te bereiken op 013 543 30 73

ALS IK IN DE SPIEGEL KIJK …

Wat zie je als je jezelf eens goed aankijkt? Drie jonge, sterke mensen vertellen wie zij in de spiegel zien

Als ik in de spiegel kijk…

Dan zie ik iemand die eindelijk voor zichzelf
kiest. Ik heb lange tijd geprobeerd om mijn
ouders tevreden te houden. Uiteindelijk kon ik
dit niet meer. Ik werd er ongelukkig van en kon
mijn eigen weg niet gaan. Toen ben ik op zoek
gegaan naar hulp, want mijn ouders accepteerden
niet dat ik mijn eigen keuzes wilde maken.
Ik ben weggegaan van huis en ben binnen de
opvang gaan wonen.

Ik heb geprobeerd om het contact met mijn
ouders te herstellen. Ik ben zelfs weer even
thuis gaan wonen. Mijn ouders planden een
vakantie bij familie voor mij. Toen ik daar aankwam
bleek dat mijn ouders wilden dat ik daar zou trouwen.

Ik wilde dit niet en de jongen waarmee ik
moest trouwens was niet mijn type. Ik ben gevlucht
en terug naar Nederland gegaan. Ik heb
het contact met mijn ouders verbroken, want
ik kan ze niet meer vertrouwen.

Wat de toekomst me brengt weet ik niet. Maar
ik kies voor mezelf, voor mijn eigen geluk.

Als ik in de spiegel kijk…

Als ik in de spiegel kijk …
… dan ben ik trots! Trots
op wat ik heb bereikt en op
waar ik nu sta. Ik woon nu
zes maanden in het Fasehuis
en het gaat goed met me.

Mijn zussen zijn heel belangrijk
voor me. Toen het met mij niet
goed ging, waren zij er om dingen
met me te regelen, bij mijn
evaluatiegesprekken te zijn en om
me te ondersteunen.

Ik heb op veel verschillende opvangplekken
gewoond. Daar werd ik onrustig
van. Vaak kon ik niet slapen.
In een noodopvang raakte ik verslaafd
aan drugs. Het ging toen echt
niet goed met me. De dood van mijn
vader betekende een ommekeer in
mijn leven. Ik ben abrupt gestopt met
drugs en besloot om voor mezelf te
knokken.

In de toekomst wil ik huisje, boompje,
beestje. Met spelende kinderen
in de tuin. En een baan in de zorg,
waarbij ik jongeren in nood vanuit
mijn eigen ervaringen kan helpen om
de draad weer op te pakken.

Als ik in de spiegel kijk…

Dan zie ik dat ik weer gelukkig
kan zijn! In het verleden had ik een
vriendje dat me opsloot in een hokje.
Ik was depressief en kon de mooie
dingen in het leven niet meer zien.

Vanaf mijn zestiende woon ik niet
meer thuis. Ik ben sindsdien van de
ene naar de andere plek verhuisd.
Een vervelende periode, waarin ik me
vaak depressief en verdrietig voelde.
Gelukkig kon ik me optrekken aan
muziek. Vooral de muziek van Frans
Bauer heeft me geholpen om door
deze moeilijke tijd te komen.

Sinds kort heb ik eindelijk een plekje
voor mezelf. Ik ben van mijn depressie
af en kan weer genieten van de
dingen om me heen.

Als ik naar de toekomst kijk, heb ik
echte meisjesdromen. Een sprookjeshuwelijk
in het buitenland. Een mooi,
groot huis in De Blaak. En een carrière
als actrice in de musicalwereld.

Problemen bij scheiden

NIET ELKE SCHEIDING IS EEN VECHTSCHEIDING

Kristel schreef een brief aan jeugdzorg. Teleurgesteld in alle instanties die betrokken waren bij haar scheiding. ‘Niet elke scheiding waarin moeder en vader niet met elkaar door een deur kunnen, is een vechtscheiding. Soms wordt de strijd maar van één kant gevoerd. En ik kan je vertellen: dan is het extra zwaar als jullie dit niet signaleren en het bestempelen als een ruzie van twee kanten.’

Tijdens de relatie van Kristel was er vaak geweld tussen haar en haar ex-partner. Het psychische en fysieke geweld maakte de relatie kapot. Kristel wist er zelf uit te stappen nadat haar ex haar sloeg waar haar dochter bij was. Ze trok aan de bel bij Veilig Thuis en nam de moedige keuze om te scheiden van de vader van haar kind. In haar brief noemt Kristel de zeer kwetsbare positie van hun dochtertje, die omgang heeft met beide ouders. En dat terwijl Kristel grote zorgen heeft over de veiligheid van hun dochtertje in de omgang met haar vader.

Heeft elk verhaal twee kanten?

We weten niet het verhaal van de kant van de vader. Wellicht heeft hij zijn eigen beleving en kijk op de situatie, zowel tijdens hun relatie als daarna. Hoe dan ook raakt Kristel een essentieel punt in de behandeling en begeleiding van complexe scheidingen. Inderdaad, zoals zij beschrijft, is de maatschappelijke kijk op complexe scheidingen: ‘waar twee vechten, hebben twee schuld’. De begeleiding die daar in de brede visie het beste bij past, is het wijzen van beide ouders op hun gezamenlijke verantwoordelijkheid als ouders, en ze daarom samen aan tafel zetten ‘om de communicatie te verbeteren en het wederzijds vertrouwen weer te doen groeien’.

Wanneer samen aan tafel zitten onmogelijk is

Binnen de behandeling van complexe scheidingen bij Sterk Huis zien we dat de insteek van gezamenlijkheid in een aantal situaties ernstig tekort schiet. Zeker, als ouders door de pijn van een scheiding, bedrogen worden, door de komst van nieuwe partners elkaar in de samenwerking rondom hun kinderen zijn kwijt geraakt, zijn ouderschaps-bemiddelingsgesprekken nodig om samenwerking en communicatie weer terug te vinden. Echter, als er sprake is, of is geweest, van ernstig huiselijk geweld, of als er sprake is van persoonlijkheidsproblemen bij één of iedere ouder, is de vraag in hoeverre die gezamenlijke gesprekken en gezamenlijk ouderschap haalbaar en wenselijk is.

Noodzakelijke screening

Precies zoals Kristel noemt, vindt Sterk Huis het noodzakelijk dat op het moment dat ouders scheiden, er een screening zou moeten komen. Om te achterhalen of er kans is op blijvende problemen en moeilijkheden in de oudersamenwerking, bijvoorbeeld als gevolg van huiselijk geweld. Van belang is dat hierbij feiten worden gecheckt, om wederzijdse beschuldigingen te onderzoeken. Om zo een professioneel oordeel te vellen of er ernstige veiligheidsproblemen zijn, of niet. En in het verlengde daarvan, of gezamenlijke oudergesprekken, samen verantwoordelijk zijn, en samenwerkend ouderschap haalbaar is, of niet.

Kristel geeft aan ‘In dit soort scheidingen moet je een ander beleid volgen’. Sterk Huis kan zich hier helemaal in vinden. In situaties, waarin uit een goede screening blijkt dat samenwerking als ouders niet haalbaar of veilig is, moet je durven kiezen voor een andere insteek. Een stevige inzet op parallel solo ouderschap, waarbij iedere ouder -mits dit voor het kind veilig is- nog steeds verantwoordelijk is voor het kind, maar waarbij de onderlinge afstemming en samenwerking zo minimaal mogelijk is, is dan de beste keuze en oplossing voor allemaal. En nog het meest voor het kind, die gebaat is bij twee stabiele ouders, die blijvend uit de strijd kunnen blijven en het kind ruimte kunnen bieden om loyaal te zijn aan iedere ouder.

Uit de prostitutie stappen

meisje die sekswerker is doet haar verhaal

“IK LEIDDE JARENLANG EEN DUBBELLEVEN”

Hoeveel mensen er in Nederland precies werkzaam zijn in de prostitutie is niet duidelijk. Een groot deel van ‘de bisnis’ vindt onder de radar plaats. Wat wel glashelder is: als je er eenmaal inzit, kom je er niet zomaar weer uit. Daar weet Lara* alles van. Ze ging vrijwillig als sekswerker aan de slag: “Ik hoopte op die manier snel mijn schulden af te betalen.”

Lara kwam niet rond van haar salaris in de horeca. Ze zocht een manier om wat bij te verdienen. Die vond ze in een zogenaamd privéhuis, een plek waar mannen prostituees bezoeken. “Het zit in mijn karakter dat ik graag spanning opzoek en ik verdiende er behoorlijk goed mee. Al snel stopte ik met mijn baan in de horeca.” Een behoorlijk risico, weet ze nu: “Veel meiden verliezen zichzelf in dit wereldje.”

‘En ineens was ik bijna 30’

In plaats van het geplande half jaar om ‘snel te cashen’, werkte ze ruim vijf jaar in het privéhuis. Dat was vooral mentaal zwaar voor Lara: “Ik besloot dit voor mezelf te houden, dus ik leidde jarenlang een dubbelleven. Dan moet je dus altijd scherp zijn om te voorkomen dat je tegenstrijdige dingen zegt. Ik heb al die jaren een masker opgezet.”

Zelfs haar partner wist niets van haar ‘andere leven’. “Toen hij wilde gaan samenwonen, verbrak ik de relatie. Ik wilde koste wat kost voorkomen dat mijn geheim zou uitkomen. Dat besluit heeft me wel aan het denken gezet. Ik werd bijna 30 en realiseerde me: als ik nog iets anders wil met mijn leven, is het nú tijd om ermee te kappen.”

Problemen zitten vaak anders in elkaar dan je denkt

Om echt te kunnen stoppen, zoekt ze hulp. Via de GGD komt Lara bij RUPS terecht, een uitstapprogramma voor prostituees. “Het stoppen zelf was het probleem niet eens. Ik werkte als het ware als ZZP’er en ik heb me nooit onveilig gevoeld. Maar ik moest natuurlijk wel mijn vaste lasten blijven betalen. En dat gaat niet als je geen werk hebt en wél schulden.”

Een uitlaatklep

“Hanne, mijn begeleidster van RUPS, heeft me eerst geholpen orde in mijn papieren te brengen. Financiële stabiliteit was een belangrijk beginpunt, structuur ontbrak namelijk volledig bij mij en ik had al jaren geen belastingaangifte gedaan. Hanne ging bijvoorbeeld mee naar afspraken bij de Belastingdienst. Maar ze was ook een hele waardevolle gesprekspartner. Ik had mijn geheim nooit met iemand gedeeld en bij haar kon ik mijn verhaal kwijt. Dat luchtte enorm op. Zij liet me inzien dat het normaal werk is. Zo had ik dat zelf nooit gezien. Hierdoor kreeg ik een veel positiever beeld van mezelf, wat me kracht gaf om mijn leven volledig om te gooien.”

Soms nog moeilijk

Het was een intensief traject voor Lara. “Eigenlijk moest ik helemaal opnieuw beginnen, maar ik wist niet goed hoe. Samen met Hanne heb ik een plan van aanpak gemaakt en de chaos in mijn hoofd weer tot rust gebracht. Ik ben met een opleiding begonnen en ik heb een baan in de zorg gevonden. De belangrijkste les? Genoegen nemen met minder salaris. Na een jaar begeleiding had ik pas het vertrouwen om te stoppen in het privéhuis. Eerlijk: het is soms nog steeds moeilijk om aan een ‘normaal salaris’ te wennen.”

Kleintje op komst

We zijn nu een jaar verder, het gaat goed met Lara. “Onlangs heb ik mijn contact met Hanne goed afgesloten. Ik kan het weer zelf”, vertelt ze trots. “Mijn vriend en ik zijn weer bij elkaar, ik durfde nu wél de stap te zetten om samen te gaan wonen. We verwachten zelfs ons eerste kindje! Ik heb altijd al graag moeder willen worden, dus daar kijk ik erg naar uit.”

Je bent meer dan je werk

“Ik had voor mezelf een strikte grens gesteld tussen dit werk en mijn leven. Als ik op het werk was, was ik een ander persoon. Dat was nodig om het niet persoonlijk te laten worden. Zodra ik na het werk de deur achter me dichttrok, kon ik het ook afsluiten. Soms wilden collega’s vriendinnen met me worden. Dat kon ik niet. Andere meiden zou ik ook adviseren buiten werktijd écht afstand te nemen van ‘het wereldje’, anders ga je eraan onderdoor. Zorg dat je er nog iets anders naast hebt. Een studie. Een andere baan, al is het een flutbaantje. Ik ken meiden die denken verder niks anders te kunnen. Dat is niet zo. Nooit.”

* De gebruikte naam is om privacyredenen gefingeerd

Stuur een bericht

Laat je gegevens achter en wij nemen je bericht in behandeling