Juf Yvonne doet mee in de klas

Donderdagmiddag gaat de 2e kamer in overleg over een betere verbinding tussen Onderwijs en Zorg. Een erg belangrijk onderwerp. Dat vindt Jeugdzorg Nederland ook. Zij doen een oproep om de verbinding tussen Jeugdhulp-zorg en onderwijs in te kleuren. Een actie die wij ondersteunen.

Kinderen komen vanaf hun 4e levensjaar, 40 weken per jaar, 5 dagen per week op school. Scholen kennen hun leerlingen buitengewoon goed. De school (basis- en middelbare school) is een plek waar opvoed- en opgroeiproblemen vaak zichtbaar worden. Sinds de invoering van passend onderwijs is er minder doorstroom naar speciaal onderwijs voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben. Scholen moeten extra hulp bieden aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen. Passend onderwijs vraagt om diversiteit van kinderen en jongeren te omarmen. Wij zien de complexiteit van deze opdracht voor scholen. In de regio Hart van Brabant werken we intensief samen met scholen om kinderen en jongeren betere ontwikkelingskansen te geven. Scholen zijn specialist in onderwijs geven. Jeugdhulp en -zorg zijn de specialist bij vragen en problemen op het gebied van veiligheid, ontwikkeling en opvoeding. We geloven dat een verbinding bijdraagt aan betere zorg en onderwijs voor kinderen en jongeren.

Gedragscoach Yvonne werkt samen met juf, kind en ouders in de klas

Op een Basisschool liepen ze helemaal vast door het gedrag van de achtjarige Lars. Hij was erg druk en gooide met tafels en stoelen als hij kwaad werd. Om te voorkomen dat Lars werd geschorst of zelfs verwijderd van school, werd de hulp van gedragscoach Yvonne ingeroepen. Yvonne: “Als Lars thuis was komen te zitten, was een terugkeer naar school erg moeilijk geworden.”

Frustraties door faalangst

Lars zijn moeder Linda denkt dat het gedrag van haar zoon door zijn faalangst komt: “Hij is heel perfectionistisch. Als hij tijdens schrijfoefeningen de letter ‘k’ niet precies schrijft zoals de juffrouw voordeed, voelt dat voor hem als falen. Dan gooit hij uit frustratie zijn schrift op de grond. Door te werken met complimenten in plaats van straf, verandert dat gedrag.” Gedragscoach Yvonne heeft in haar leven al heel wat kinderen begeleid en weet inmiddels goed wat wel en niet werkt: “Samen met Lars heb ik gewerkt in een ‘ik-boek’. Zo kwam hij erachter wie hij is, waar zijn krachten liggen en waar hij nog aan moet werken.”

Interventie door de gedragscoach

Aan het begin van het schooljaar merkten de lerares van Lars en de Interne Begeleider op school al snel dat ze hem niet meer in de hand konden houden. Om hulp te bieden in dat soort situaties heeft Sterk Huis samen met Plein 013 en de gemeente Tilburg het project ’T Kompas ontwikkeld. Op afroep kan een gedragscoach ingeschakeld worden, die zeer intensief de klas (leraar), het kind (schaduwcoach) en het gezin (thuisbezoek) ondersteunt. In het geval van Lars is Yvonne eerst twee keer komen observeren in de klas. “Lars wist niet dat ik voor hem kwam. Bewust, want anders bestond de kans dat hij zijn gedrag zou aanpassen”, verklaart Yvonne. “Daarna heb ik in samenspraak met school en de ouders van Lars een plan van aanpak gemaakt. Een traject is altijd kort, maximaal twee maanden.”

Steeds meer kinderen die ‘anders’ zijn

Linda was al bekend met hulp van buitenaf. Haar oudste zoon heeft een vorm van autisme en is geholpen door de ggz en Jeugdzorg. Zelf heeft Linda in een woongroep van Sterk Huis gewoond, nadat haar vader overleed en haar moeder werd opgenomen met psychische problemen. “Ik wist dus wat er op mijn pad kwam. Dat is ook de reden dat ik nu zo open ben, ik weet gewoon dat Yvonne nodig is om Lars te helpen.” Yvonne geeft aan dat Lars echt niet de enige is die extra ondersteuning nodig heeft: “Er zijn steeds meer kinderen die ‘anders’ zijn. Dat vraagt een andere aanpak van leerkrachten. Het kan lastig zijn daarmee om te gaan.”

Kleine aanpassingen voor grote verandering

“Al tijdens de eerste dag van mijn observatie zag ik dat Lars naast een computer zat. Hij heeft al concentratieproblemen en was helemaal gefocust op die computer”, geeft Yvonne een voorbeeld van kleine dingen die een groot verschil in de klas kunnen maken. “Ik ben ook gaan inzetten op dingen die hij wel goed deed. Zo stak hij bijvoorbeeld netjes zijn vinger op. Voor veel kinderen is dat heel normaal, maar Lars mag daar best beloond voor worden.” Linda weet nu dat ze haar zoon beter kan belonen dan straffen: “Eerst mocht hij bij slecht gedrag niet meer op zijn PlayStation. Nu mag hij bij goed gedrag juist een kwartier langer doorspelen.” En daar klaagt Lars niet over: “Daardoor doe ik extra mijn best om me goed te gedragen. Mijn favoriete spellen zijn Call of Duty en GTA. Moeilijk? Nee hoor, helemaal niet!”

Rondreizende juf

“Yvonne kwam bij mij in de klas omdat ik vaak boos was. Ik dacht eerst dat ze voor iemand anders kwam”, lacht Lars. “De andere kinderen in de klas vonden het niet raar dat Yvonne er was.” Dat is volgens Yvonne nooit het geval: “Ik stel me voor als een juf die op verschillende scholen komt en kijkt of ze kinderen kan helpen. In het geval van Lars vond ik het mooi om te zien hoe zowel zijn lerares als zijn moeder openstonden voor mijn hulp. In het begin was de lerares wel sceptisch, maar dat verdween al snel toen ze een positieve gedragsverandering bij Levi zag. Vaak is er meer weerstand vanuit de school of ouders. Dan moet ik eerste die weerstand wegnemen, voordat ik kan beginnen aan het kindtraject.” Briefjes vol complimenten Lars zijn lerares heeft een tijd complimenten opgeschreven, die Lars nog altijd zorgvuldig in een doosje bewaart. Hij pak de briefjes uit het doosje en vouwt ze open. ‘Lars heeft goed gelezen in de ochtend’, ‘Lars heeft zijn vinger opgestoken bij rekenen en wist het antwoord’ en ‘Lars heeft goed gespeeld in de pauze en een meisje getroost’. zijn complimentjes die voorbijkomen.

Kleine signalen oppikken

“Er waren klasgenootjes die afstand namen van Lars, door zijn drukke gedrag”, zegt Linda. “Maar daar is verandering in gekomen. Er zijn gelukkig genoeg kinderen die hem willen helpen en troosten. Heel lief, maar eigenlijk is het niet aan een kind om een ander kind te helpen.” Yvonne: “Het is aan de juffrouw om snel te signaleren wat een kind nodig heeft en daarop te anticiperen. In het geval van Lars moet je goed op kleine signalen letten. Wordt hij onrustig? Staat hij vaak op? Door eerder in te grijpen, kun je veel voorkomen.”

Scherp blijven

Nu Yvonne een paar maanden later terug is op de Basisschool merkt ze dat het goed gaat met Lars, maar dat er wel een vinger aan de pols gehouden moet worden. Soms vervalt Lars namelijk in oud gedrag en dingen als de complimentenbriefjes worden ook niet meer gebruikt. “Ook al is een traject altijd kort, het is wel belangrijk dat ik af en toe terugkom om te kijken hoe het gaat”, maakt Yvonne het belang van haar werk duidelijk. “Dan zie ik meteen waar ik kinderen als Lars, leerkrachten en ouders nog bij kan helpen.”