Vrouwendoding: stop met wegkijken!

femicide

Door Gerrianne Rozema, Lian Smits en Debbie Maas

Vrouwen die gedood worden omdat het vrouwen zijn. In een recente column[1] vraagt Claudia de Breij op krachtige wijze aandacht voor Vrouwenmoord (femicide). Zij doet een beroep op de media om te stoppen met bedekkende termen als ‘conflict in de relationele sfeer en familiedrama. Door de gehanteerde termen  lijkt moord een logisch gevolg van een uit de hand gelopen situatie. Claudia uit hierover haar boosheid. Dit moet anders! En wij onderstrepen deze boodschap! Laten we duidelijk aangeven wat er gebeurd is en mensen die vrezen voor hun leven vertellen waar zij terecht kunnen.

Het is onomstotelijk waar dat het verlies van elk slachtoffer onacceptabel is, een enorm verdriet veroorzaakt en onze aandacht verdient. Bij femicide is echter een bijzonder element aan de orde. Deze vrouwen worden vermoord in een privérelatie. Alleen omdat zij vrouw zijn en moesten voldoen aan de grillen of sociale eisen van hun partner, ex-partner of familie. Zij moeten hun (ex) vrouw zijn, (ex) partner zijn of dochter zijn met de dood bekopen. Deze vorm van vrouwenmoord vraagt (h)erkenning. Niet alleen van professionals die goed moeten opletten bij mogelijke signalen, maar ieder van ons dient een helpende hand uit te steken als je merkt dat iemand doodsbang is.

Wanneer een man een vrouw dood omdat zij een vrouw is, noemen we dat femicide. Tussen 2015 en 2019  werden in Nederland 210[2] vrouwen en meisjes gedood, dat zijn elk jaar 42 doden. 118 van hen zijn vermoord door de (ex)partner en 41 door ouders of familie. En meestal werd de vrouw omgebracht met een steekwapen of gewurgd.

Sinds kort groeit de aandacht voor femicide. Een goede zaak, want het gaat elk jaar weer om een grote groep slachtoffers. Er is nog te weinig kennis over het fenomeen femicide. En de kennis die er wel is wordt niet voldoende gedeeld en gebruikt. We trekken onvoldoende lering uit deze tragische dossiers.

Het hoge aantal baart ons grote zorgen. We moeten onszelf de vraag durven stellen welke lessen femicide ons kan leren zodat we alles op alles kunnen zetten om slachtoffers te voorkomen. Kunnen we daadwerkelijk vrouwenlevens redden door onze kennis in de praktijk toe te passen? En hoe dan?

Vrouwen vaak omgebracht door (ex-)partner

“In de periode 2016–2020 had de politie bij 95 procent van de vrouwen die slachtoffer waren van moord en doodslag een dader in beeld. Bij bijna 6 op de 10 vrouwen die in deze periode werden vermoord, was de vermoedelijke dader de partner of ex-partner. Huiselijke omstandigheden, zoals een echtelijke ruzie, waren het meest voorkomende motief. Vrouwen werden veelal in hun eigen woning met een steekwapen, door mishandeling of door wurging omgebracht”.(CBS 27-09-2021)

Dood Humeyra

De moord op Humeyra, het 16 jaar jonge Rotterdamse meisje dat bij herhaling melding deed van stalking door haar ex-vriend en uiteindelijk door hem werd doodgeschoten, leidde tot grote maatschappelijke verontwaardiging. Bij de politie leidde haar dood tot aanpassing van het beleid op stalking. Het is inmiddels bekend dat stalking de belangrijkste risicofactor is voor femicide. Er is een landelijke werkwijze uit voortgekomen voor alle relevante samenwerkingspartners, zoals Politie, Veilig Thuis, Slachtofferhulp Nederland, Openbaar Ministerie en Reclassering die landelijk nog verder navolging dient te krijgen. Zo  wordt er bij Veilig Thuis Rotterdam-Rijnmond gebruik gemaakt van aandachtsfunctionarissen stalking en de genoemde partners gebruiken het instrument SASH: Screening Assessment for Stalking and Harassment. Een goed voorbeeld hoe we beter kunnen gaan samenwerken.  

In Nederland is tot nu toe weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar voorspellende risicofactoren in relatie tot femicide, in het buitenland wel. De politie krijgt jaarlijks ongeveer 84.000 meldingen van huiselijk geweld waarvan 12.000 meldingen iets te maken (kunnen) hebben met stalking.  Uiteindelijk monden er rond de 2.400 van deze meldingen uit in een aangifte van belaging, dat is slechts 20%. ‘’De ongemakkelijke waarheid is dat de base-rate te laag is om te kunnen voorspellen welke zaken uit de hand zullen lopen,’’ aldus Bianca Voerman, recherchepsycholoog en Pauline Klomp, programmamanager Zorg & Veiligheid bij Nationale Politie.

Handel vanuit wel bekende risicofactoren

Ook al kunnen we met de huidige kennis bij hoog-risico zaken nog niet voldoende voorspellen welke signalen of indicatoren – naast stalking – kunnen leiden tot een ‘’gewone’ of fatale escalatie, we moeten meer doen om escalaties te voorkomen. We maken nu onvoldoende gebruik van de kennis en inzichten die er al zijn. Zoals de belangrijkste risicofactoren uit het genoemde internationaal wetenschappelijk onderzoek. We handelen er in de praktijk simpelweg niet naar. De belangrijkste (onderbenutte) inzichten op een rij:

  • Uit onderzoek in de VS blijkt dat een poging tot verwurging (non-fatal strangulation) een belangrijke indicator is voor mogelijke femicide, maar wurgpogingen worden in Nederland niet met deze kennis onderzocht.
  • Andere bekende risicofactoren zijn o.a.: stalking en uitingen van extreme jaloezie, bezitsdrang, controle, dwang en isoleren (ook wel kenmerken van intieme terreur), seksueel geweld tijdens de relatie, doodsdreigingen, geweld tijdens zwangerschap en een belangrijke: uitingen van suïcide en/of verlatingsangst bij (dreigende) relatiebreuk.
  • In Nederland zien we dat partnergeweld, zeker als er geen kinderen in het spel zijn, lang niet altijd de aandacht krijgt die nodig is. Ook wijkteams krijgen te maken met ernstige risicosignalen zoals geweld tijdens zwangerschap en poging tot verwurging. Deze teams ontberen de kennis en de mogelijkheden om te doen wat nodig is.

Pas beschikbare kennis beter toe

Het is cruciaal de beschikbare kennis toe te passen en daarmee ernstige escalaties te voorkomen. Zo kunnen we femicide beter voorkomen. Om ernstige signalen te zien, slachtoffers te helpen en zo mogelijk levens te redden is het nodig dat we de bekendheid van risicofactoren bij professionals en alle inwoners in Nederland vergroten, inzetten op deskundigheidsbevordering en de samenwerking tussen cruciale organisaties zoals Politie, Veilig Thuis, Openbaar Ministerie, Reclassering en Vrouwenopvang verder intensiveren.

Module Intieme Terreur

Vanuit het programma Geweld hoort nergens thuis is de opdracht gegeven om een module Intieme terreur te ontwikkelen. Hierbij wordt op basis van wetenschappelijk onderzoek, expertise van deskundigen, belangrijke stakeholders en professionals een handreiking ontwikkeld voor de uitvoeringspraktijk. De module is erop gericht om intieme terreur en patronen van macht en controle beter te herkennen en hiernaar te handelen en slachtoffers zo effectiever te beschermen. Een geweldige stap in de goede richting!

Hiernaast willen we nog graag 4 aanbevelingen meegeven:

Aanbeveling 1 Kennis beter opnemen in basisopleidingen

Organisaties en opleidingsinstituten moeten meer investeren in de basisopleiding van o.a.  SPH/Social Work, (huis)artsen, politie, Openbaar Ministerie en rechtspraak. Informeer toekomstige professionals over aard, omvang, verschijningsvormen, oorzaken van het geweld en de dynamiek (spiraal van geweld). Leer hen patronen van dwingende controle te herkennen. Zoom op maat van de beroepsgroep in op de visie gefaseerd samenwerken voor veiligheid, de specifieke rol van de professional zelf en het belang van samenwerkingsafspraken.

Aanbeveling 2 Gendersensitiviteit omarmen

Maatschappelijke opvattingen en rolpatronen spelen een grote rol in het fenomeen femicide. Het is nodig om rolpatronen en dwingende controle te herkennen om huiselijk geweld en femicide effectief te keren; te begrijpen waarom mannen en vrouwen anders reageren op ellende die wordt meegemaakt. Nederland heeft ‘genderneutraal’ tot toverwoord verheven. Maar een aanpak die pleit voor een systeemgerichte benadering, meerzijdige partijdigheid en hoor- en wederhoor zegt niet dat je apert geweld moet relativeren of ‘in de neutrale context’ plaatsen.

Aanbeveling 3 Oproep aan CBS: pas registratie aan

De media stellen ten onrechte zaken die vallen onder vrouwendoding vrijwel altijd gelijk aan (ex-) partnerdoding. CBS rapporteert nu al op leeftijd en relatie pleger-slachtoffer. Wanneer we ook de aard van het geweld registreren: kindermishandeling – (ex-) partnergeweld – eergerelateerd geweld – seksmoorden – afrekening crimineel circuit – roofmoord et cetera, wordt duidelijker waarop we interventies en preventiemaatregelen moeten richten.

Aanbeveling 4 Integrale samenwerking

Blijf investeren in samenwerking. Sinds 2002 (publicatie ‘’Privégeweld Publieke Zaak”) is de aanpak sterk verbeterd. Tussen Zorg- en veiligheidspartners, zowel binnen de Zorg- en Veiligheidshuizen als daarbuiten. Er is een Landelijk Netwerk Zorg en Straf waarin Politie, OM, Veilig Thuis, Reclassering en Raad voor de Kinderbescherming een Ontwikkelagenda Veiligheid Voorop hebben ontwikkeld en hun beleid op elkaar afstemmen. Maar er is meer nodig:

  • Verstevig op landelijk én regionaal niveau de samenwerking tussen de Vrouwenopvang en  het Landelijk Netwerk Veilig Thuis en verbeter de integrale aanpak van hoog risico/intiem terreur door op basis van genoemde handreiking en de belangrijkste risicofactoren samenwerkingsafspraken te maken.
  • Omdat snelheid van handelen bij hoog risico zaken cruciaal is: zorg na signalering voor integrale weging en outreachende inzet. Benut de crisis als kans om directe veiligheid te realiseren voor vrouw en kinderen.
  • Vergroot de expertise rondom niet-fatale verwurging en investeer in het bijzonder ook in forensische expertise. Niet-fatale verwurging is een belangrijke voorspeller van femicide, en in Nederland onderkennen we onvoldoende dat dit ernstige en blijvende lichamelijke en psychische gevolgen kan hebben voor slachtoffers. We moeten dus investeren in (h)erkenning.
  • Een echte verandering bereiken we alleen door op diverse niveaus plegerbehandeling mogelijk te maken[3].
  • Tenslotte, last but not least, zet in op specialistische traumabehandeling voor herstel.

Alleen wanneer we integraal, multidisciplinair én snel handelen kunnen we escalaties (fataal of niet) in geweld tegen vrouwen vaker voorkomen! Waar wachten we nog op?

Lian Smits is bestuurder van Sterk Huis. Sterk Huis biedt zo’n 2300 kinderen, jongeren, vrouwen en mannen hulp en opvang bij complexe veiligheids- en ontwikkelingsvragen. Sterk Huis gunt iedereen een veilig en zelfstandig leven en vertaalt dit in haar werk als landelijk specialist in (trauma)behandeling bij veiligheidsproblemen als huiselijk geweld, kindermishandeling, loverboy- en eerproblematiek.

Gerrianne Rozema is strategisch expert huiselijk geweld en kindermishandeling en projectleider module intieme terreur bij Sterk Huis.

Debbie Maas is bestuurder van Veilig Thuis Rotterdam-Rijnmond en voorzitter van het Landelijk Netwerk Veilig Thuis.


[1] BNN-VARA – 21-0-2021 –  https://www.bnnvara.nl/varagids/artikelen/column-claudia-de-breij:-heb-lief-1

[2] Bron CBS

[3] Zie Bouwstenen plegeraanpak Focus op de ‘pleger’ – deel van het geheel – https://vng.nl/sites/default/files/2021-07/bouwstenen-ghnt-plegeraanpak.pdf