Tienduizenden kinderen in de knel door een conflictscheiding

Conflictscheidingen zorgen voor heftige emoties en een hoop verdriet. ‘Af en toe vliegen de koffiekopjes hier door de lucht’, vertelt ouderschapsbemiddelaar Bernadette. Met collega’s Fieke en Marieke praat ze over de complexiteit van een conflictscheiding en de samenwerking die nodig is voor een effectieve aanpak.

Bernadette, Fieke en Marieke

De media reppen over vechtscheidingen, terwijl jullie het een complexe scheiding noemen. Waarom die verschillende benamingen?

Fieke: “De term vechtscheiding bekt lekker en maakt duidelijk waar het om draait: twee mensen die met elkaar vechten. Een conflict kan echter ook onzichtbaar voor de buitenwereld uitgevochten worden. Daar­om is er bij Sterk Huis voor gekozen om de term complexe scheiding te hanteren.”

Bernadette: “Er zijn ouders die elkaar nooit meer spreken en alle contacten via de advocaat laten lopen. Ook van zo’n situatie hebben kinderen last, maar de ouders zeggen dan: ‘Wij vechten niet, dus er is ook geen sprake van een vecht­scheiding.’”

Ga eens wat dieper in op het verschil tussen ‘koude’ en ‘warme’ conflicten.

Bernadette: “Warme conflicten zijn goed zichtbaar en worden verbaal en veelal ook fysiek uitgevochten. Dat zijn de conflicten waarbij onze ouderschapsbemiddelaars strak moeten arbitreren. We maken weleens mee dat de koffiekopjes door de lucht vliegen. Dat zijn de hete conflicten, waarbij de ernst van het conflict meteen duidelijk is. Koude conflicten gaan onder­gronds, als een veenbrand. Wij moeten dan de pyromanen zijn die de boel in de fik zetten. Dan komt er vaak een complex conflict naar boven.”

Ouders kunnen dus ‘ondergronds’ gaan met hun conflict. Vertonen kinderen dat gedrag ook?

Bernadette: “Sommige kinderen tonen hun emoties makkelijk, maar er zijn ook kinderen die stil worden en niets loslaten. Ze doen vooral wat er door papa en mama verwacht wordt. Dat is bij koude conflic­ten zorgelijk. Voor de buitenwereld lijkt het alsof alles goed gaat, terwijl je niet weet wat het kind doormaakt.”

Gaan jullie een afzonderlijk traject aan met kinderen in deze positie?

Bernadette: “Het traject richt zich vooral op de ouders, maar we horen kinderen wel. Tenzij daar contra-indicaties voor zijn.”

Fieke: “Er zijn kinderen die door hun ouders voorgeprogrammeerd worden: ‘Je moet dit en dat zeggen, zodat papa niet in de problemen komt.’ Een kind is loyaal en zal zijn ouders niet zomaar afvallen.”

Marieke: “Natuurlijk hebben wij soms onderbuikgevoelens en merken we dat een kind klem zit. Maar je kunt niet van een kind verwachten dat het degene is die de situatie verandert.”

Dus in een conflictscheiding speelt het kind de hoofdrol, maar in het traject juist de ouders?

Marieke: “Precies. De ouders moeten het werk doen.”

Bernadette: “Op het moment dat wij merken dat ouders het werk niet doen, halen we het kind naar voren. Dan spelen de belangen van de ouders even geen rol. In het meest extreme geval leidt dat tot een uithuisplaatsing, maar dat is natuurlijk nooit het doel.”

Fieke: “Het kan ook zijn dat de rechter bepaalt dat het kind bij één van de ouders gaat wonen en dat het co-ouderschap ophoudt.”

Komen conflictscheidingen in alle lagen van de samenleving voor?

Bernadette: “Complexe conflictscheidingen komen we met name bij hoogopgeleide ouders tegen. Zij kunnen zeer manipulatief en geraffineerd te werk gaan. Ze bespelen hun omgeving en zorgen dat het vechten onzichtbaar gebeurt.”

Sterk Huis biedt de groepstherapie ‘Kinderen in de knel’ aan voor mensen die in scheiding liggen. Is er geen schaamte om daaraan deel te nemen?

Marieke: “Ik denk dat schaamte juist een van de werkzame bestandsdelen van de groepstherapie is. In een groep hebben mensen de neiging zich van hun beste kant te laten zien, dus gaan ze hun ex-partner niet volledig afkraken. Als diezelfde mensen tegenover een ouderschapsbemiddelaar zitten, doen ze er alles aan om hun ex-partner volledig zwart te maken.”

Bernadette: “Ouders spreken elkaar ook aan op verkeerd gedrag.”

Fieke: “De tekeningen die de kinderen tij­dens hun afzonderlijke groepsbijeenkomst maken, maken meestal veel indruk. Ouders worden geconfronteerd met de gevoelens van hun kinderen.”

Zijn conflictscheidingen een groot maatschappelijk probleem?

Bernadette: “Zeker. Meer dan 70.000 kin­deren per jaar komen in de knel door een conflictscheiding en die aantallen stijgen. Dat komt omdat er steeds meer geschei­den wordt en er meer nieuwe relaties worden aangegaan, waarbij beide ouders kinderen uit een vorige relatie hebben. Er zijn vaders en moeders die moeite hebben met een nieuw ouderfiguur in het leven van hun kinderen. Wie wordt er nu papa of mama genoemd? Dat maakt de positie van kinderen extra ingewikkeld, vooral qua loyaliteit.”

Snappen ouders dat de belangen van het kind altijd centraal staan?

Bernadette: “Niet altijd. Zeker als een voorstel in hun nadeel uitpakt. Ze zijn bijvoorbeeld best bereid tot co-ouder­schap, maar dat is niet altijd in het belang van het kind. Om de week ergens anders wonen, kan een hoop onrust met zich meebrengen. Uiteindelijk strijden vrijwel alle ouders in een conflictscheiding voor hun eigen belang. Wij zijn er dan om van­uit het belang van het kind te handelen.”

Voor een succesvolle aanpak van conflictscheidingen werken jullie samen met ketenpartners. Wat is de kracht van die samenwerking?

Fieke: “Met de Wijzer Scheiden-partners ontwikkelen we gezamenlijk beleid vanuit dezelfde visie en uitgangspunten op pre­ventie, kortdurende en lichte hulp en de aanpak van conflictscheidingen. Voor dat laatste punt zijn er plannen om naar Ca­nadees voorbeeld ook in Midden-Brabant een High Conflict Forum te starten. Dat wordt een terugkerend overleg, waarbij we onoplosbaar lijkende cases bespreken. Alle ketenpartners brengen hun kennis in: een forensisch hoogleraar, de Raad van de Kinderbescherming, Veilig Thuis, een jurist en Sterk Huis. Een van de par­tijen brengt een casus in, waar intern geen oplossing voor gevonden is. Alle partijen gaan dan om de tafel om een oplossing te vinden.”

Jullie trainen het voorliggende veld: huisartsen, consultatiebureaus, scholen en andere instanties. Wat kunnen jullie deze professionals leren?

Marieke: “We leren professionals uit de wijkteams signaleren en ook tot welk niveau ze zelf iets kunnen betekenen voor mensen in een conflictscheiding. Van een arts van het consultatiebureau hoorde ik een verhaal van ouders die daar aan tafelknallende ruzie kregen over hun kind. Die arts kan daar eigenlijk niets mee, maar moet er wel melding van maken. Zonder training en opleiding branden professio­nals in het voorliggende veld te snel op: ze trekken hun handen van een conflict af of raken er juist te veel ingezogen.”

Fieke: “Op tijd ingrijpen is cruciaal, anders escaleert de situatie.”

Is eigenlijk niet iedere scheiding complex?

Marieke: “Scheiden is altijd ingewikkeld. In Nederland wordt het heel erg gezien als een zakelijk en juridisch proces, terwijl het in de kern een psychologisch proces is. Ik vind dat daar te weinig aandacht voor is.”

Wat kan een kind met ruziënde en vechtende ouders doen?

Bernadette: “Iemand zoeken die hij vertrouwt. Ook tijdens de trajecten die wij begeleiden, zoeken we naar een vertrou­wenspersoon bij wie het kind structureel zijn verhaal kwijt kan. Een oom, juf of vriendje bijvoorbeeld.”

Marieke: “Een goede tip is ook Villa Pin­edo (www.villapinedo.nl, red.). Een online plek waar kinderen van gescheiden ouders terechtkunnen om hun verhaal te delen en steun bij elkaar te vinden. En voor ouders is het een goede wake-up call. Door de verhalen te lezen, worden zij zich bewust van wat er in het hoofd en hart van kinde­ren omgaat.”

Is een scheiding traumatisch voor kinderen?

Marieke: “Een kind wil niets liever dan opgroeien met zijn vader en moeder. Als ouders scheiden, is dat een hele nare ervaring. In hoeverre de scheiding invloed heeft op het langetermijngeluk van een kind, wordt bepaald in de eerste twee jaar. Als ouders in staat zijn het goed te regelen, is het geluksniveau van het kind na twee jaar weer gelijk aan dat van leeftijdgenootjes met ouders die nog bij elkaar zijn. Het kind moet met allebei de ouders een band mogen opbouwen. Ouders moeten zich realiseren dat zij de verantwoordelijkheid voor een ‘goede’ scheiding moeten nemen.”

Zijn er nog stappen te maken in de aanpak van conflictscheidingen?

Bernadette: “Absoluut. Ik wil ernaartoe dat we niemand meer terug moeten stu­ren naar de rechter en dat we voor iedere zaak een oplossing hebben.” Is dat een haalbare doelstelling?

Marieke: “Ik denk het niet, maar het is wel een ultiem doel. Conflictscheidingen zijn een boeiende problematiek, omdat er op zoveel verschillende lagen zaken spelen. Als je daar oog voor hebt, kun je mensen inzichten geven waar ze echt iets aan hebben. Daarom is een ‘complexe conflictscheiding’ misschien wel de beste term voor een ‘vechtscheiding’. Iedere scheiding is complex, maar als het conflict escaleert, zijn kinderen daar de dupe van. En dat mag nooit gebeuren.”