Sterk Huis tijdens de coronacrisis: Op afstand, maar altijd dichtbij

Dagelijks staan de medewerkers van Sterk Huis voor grote uitdagingen en complexe problematiek. In geval van nood- en crisissituaties liggen de draaiboeken klaar en weten ze wat hen te doen staat. Maar een aantal maanden terug was dat plotseling heel anders, toen het coronavirus de wereld insloop. Toch wist Sterk Huis snel in te spelen op de nieuwe werkelijkheid. Op afstand, maar altijd dichtbij.

Op tafel staan desinfectiegel en ontsmettingsspray klaar. De stoelen zijn ruim anderhalve meter uit elkaar geschoven. Voor Ilona Brekelmans (hoofd inhoudelijke ontwikkeling), Teun Haans (clustermanager ambulante (gezins)behandeling en dagbehandeling a.i.) en Hilde Gersjes (clustermanager pleegzorg, gezinshuizen en behandelgroepen) is deze nieuwe manier van werken al niet meer zo vreemd. Samen blikken ze terug op een bizarre periode. Een tijd die Sterk Huis nóg sterker heeft gemaakt. 

Teun: “De uitbraak van het coronavirus was een onwerkelijke periode. In de eerste weken hebben de ambulant hulpverleners veel vanuit huis gewerkt. Toen de richtlijnen versoepeld werden, onder meer met de anderhalvemetermaatregel, waren mensen weer vaker op kantoor of in het veld. Ook als clustermanagers wilden we niet thuisblijven, terwijl de medewerkers gewoon aan het werk waren. We wilden klaarstaan, aanwezig zijn.”
Ilona: “We voelden meteen dat we een maatschappelijke opdracht hadden om zichtbaar, toegankelijk en bereikbaar te blijven voor iedereen die in de knel kwam. Ook omdat in veel gezinnen de spanning toenam door de coronamaatregelen.”

“We voelden de maatschappelijke opdracht om zichtbaar, toegankelijk en bereikbaar te blijven voor iedereen die in de knel kwam.”


Hilde:
“Op het terrein van Sterk Huis verblijven veel kinderen op de behandelgroepen. Bij hen liep het proces gewoon door tijdens corona. Daar moesten we ons tot blijven verhouden. Het is een enorm leerproces geweest. Er lagen geen draaiboeken klaar, niemand wist wat de beste aanpak was. Onze dagelijkse corona-overleggen zijn daarbij heel waardevol geweest. Aan de hand van het nieuws, veranderende richtlijnen en de laatste ervaringen bepaalden we telkens onze koers en informeerden we medewerkers en cliënten: wat betekent dit voor jou?”
Teun: “De dagelijkse overleggen hebben onze slagvaardigheid vergroot. We moesten vaak in alle onzekerheid snelle besluiten nemen. Daarbij kwamen we soms voor grote dillema’s te staan: hoe ga je bijvoorbeeld om met bezoek, wat cruciaal is voor kinderen? Of met nieuwe opnames?”

“We moesten vaak in alle onzekerheid snelle besluiten nemen. Daarbij kwamen we soms voor grote dillema’s te staan.”


Ilona:
“Aan de ene kant stonden we voor dilemma’s rondom onze bestaande cliënten en aan de andere kant wilden we mensen bereiken die nog geen onderdeel van Sterk Huis waren, maar ons wel hard nodig hadden. We wilden oog houden voor wat onzichtbaar was in de maatschappij en wat steeds penibeler werd door corona. Dankzij het regionale Crisisinterventieteam (CIT), waar Sterk Huis ook onderdeel van uitmaakt, kregen we in snel in beeld waar meldingen bij de politie vandaan kwamen en waar het thuis spannender werd. Daarnaast hebben we snel onze eigen toegankelijkheid vergroot, onder meer met online webinars en spreekuren en een chatfunctie waarmee mensen anoniem hun verhaal konden doen.”

“We wilden oog houden voor wat onzichtbaar was in de maatschappij en wat steeds penibeler werd door corona.”


Teun:
“We hadden al vaker over de chatfunctie gesproken, maar tijdens corona kwam ie ineens bovenaan ons prioriteitenlijstje te staan. Binnen een week was hij al in gebruik.”
Hilde: “Dat is kenmerkend voor Sterk Huis: de flexibiliteit en het innovatievermogen. Zo hebben we ook, vanwege de scholensluiting, vliegensvlug een uitdagend dagprogramma voor onze jongeren samengesteld. De kinderen werden in groepen verdeeld (op leeftijd en afdeling) om het besmettingsrisico te verkleinen. Ditzelfde hebben we voor onze pleegkinderen gedaan, maar dan buiten het terrein van Sterk Huis. Ook zorgden we ervoor dat kinderen in dreigende of onveilige thuissituaties terecht konden bij de kindernoodopvang voor mensen met cruciale beroepen.”
Teun: “Het contact met cliënten in kwetsbare situaties had onze prioriteit, telefonisch of via beeldbellen, filmpjes en vlogs. In geval van penibele situaties gingen we toch op huisbezoek (buiten, op afstand) of we lieten (klachtenvrije) mensen bij Sterk Huis komen. Het digitale contact leverde ons veel nieuwe inzichten op. Soms bleek het juist helpend. Denk aan een complexe scheiding waarbij mensen niet fysiek, maar wel digitaal met elkaar om tafel wilden.”
Ilona: “We hebben ook psycho-educatie aangeboden. Er waren bijvoorbeeld jongeren die lak hadden aan de coronaregels. Voor hen organiseerden we een webinar met een arts die de risico’s toelichtte. Ten aanzien van vrouwenhulpverlening hebben we snel meer capaciteit vrijgemaakt, om een flexibele schil rondom opnames te creëren. Vooral in het begin signaleerden we een grotere toevoer door huiselijk geweld en kregen we ook meer kindercrisismeldingen.”

“Vanwege de scholensluiting hebben we vliegensvlug een uitdagend dagprogramma voor jongeren samengesteld.”


Ilona:
“Waar onze hulpverleners vaak mee worstelden, was de anderhalve meter: het vinden van een balans tussen afstand en nabijheid. Ons werk vraagt om warmte, verbinding en geborgenheid. Onze cliënten hebben soms een knuffel nodig of een schouder om op te huilen.”
Teun: “Ook het onderlinge contact tussen collega’s was soms ingewikkeld. Gelukkig konden we dat altijd benoemen: is het wel verstandig om met zoveel mensen bij elkaar te zitten?”
Ilona: “Het gevoel van veiligheid is regelmatig ter sprake gekomen, ook door de verschillen in de thuissituaties. Er zijn bijvoorbeeld medewerkers die een kwetsbare partner hebben of voor ouders op leeftijd zorgen. Iedereen kreeg de ruimte om te doen wat goed voelde.”
Hilde: “Wat opviel was de grote motivatie van mensen. Er hing een bijzondere energie, een groot gevoel van saamhorigheid, waar we allemaal op meeliftten.”

“Waar hulpverleners vaak mee worstelden, was de anderhalve meter: cliënten hebben soms een knuffel nodig.”


Teun:
“De afgelopen maanden waren heftig, maar hebben ons ook veel gebracht. Het heeft Sterk Huis nóg sterker gemaakt.”
Ilona:
“Wij kunnen die positieve kant ook meer belichten, omdat we veel minder hard getroffen zijn dan zorginstanties die te maken hebben met de risicogroep.”
Hilde: “Het is goed dat we altijd uiterst zorgvuldig hebben gehandeld bij verdenking van corona. De cliënt verbleef op de eigen kamer tot de uitslag binnen was. Zelfs de personeelsleden die mogelijk met een cliënt in contact waren geweest, draaiden ooit een dienst van 48 uur om geen andere collega’s of eigen gezinsleden te besmetten.”
Teun: “Als iemand heel ziek zou worden (wat gelukkig niet gebeurde), konden we  gebruikmaken van de speciaal ingerichte units voor coronaslachtoffers van Amarant. Een goede samenwerking met ketenpartners is extra waardevol in crisistijd. Zo hebben wij bijvoorbeeld ruimtes beschikbaar gesteld aan Veilig Thuis en de Jeugdbeschermingstafel gefaciliteerd.”
Hilde: “Voor pleegzorg heb ik vooral samengewerkt met Jeugdbescherming Brabant. We vonden het belangrijk om hetzelfde uit te dragen richting pleeggezinnen en ouders, om verwarring te voorkomen. De richtlijnen waren voor iedereen hetzelfde in Nederland, maar soms moesten we er iets van afwijken in het belang van de cliënt. Dat ging altijd in goed overleg.”

“Bij verdenking van corona verbleef een cliënt op de eigen kamer tot de uitslag binnen was.”


Ilona:
“We hebben de afgelopen periode veel geleerd. Deze kennis heeft soms ook tot betere hulpverlening en gezondere arbeidsomstandigheden geleid en blijven we dus toepassen in de toekomst. Mocht er nog een nieuwe piek komen, weten we wat ons te doen staat om de veiligheid te waarborgen.”
Teun: “Momenteel hebben we één keer in de twee weken corona-overleg. Daarbij is aandacht voor nieuw onderzoek: we nemen de laatste inzichten mee in ons beleid. Ook zijn er enquêtes onder medewerkers om erachter te komen hoe mensen de afgelopen periode hebben beleefd en welke dilemma’s ze zijn tegengekomen. We kijken met een sterk en positief gevoel terug, mede door de geluiden uit het veld. Mensen zijn geïnspireerd door het gedegen beleid van Sterk Huis.”
Hilde:
“We hebben onze cliënten niet in de steek gelaten, maar zijn altijd dichtbij gebleven. We mogen heel trots zijn op onze medewerkers.”

“We hebben onze cliënten niet in de steek gelaten, maar zijn altijd dichtbij gebleven.”