Pleegzorg: Opgroeien in twee families

In de periode van december 2019 tot augustus 2020 was Sterk Huis betrokken bij een onderzoek Opgroeien in twee families. Dit onderzoek is gericht op de verbetering van de samenwerking tussen pleegouders en ouders van langdurig geplaatste pleegkinderen.

Een goede samenwerking tussen ouders en pleegouders van deze pleegkinderen, zo blijkt onder meer uit onderzoek, is een van de belangrijkste pijlers onder een succesvolle pleeggezinplaatsing. Wanneer die samenwerking moeizaam verloopt, vormt dat een belangrijk risico bij het ontstaan van een breakdown, een vroegtijdig afgebroken pleeggezinplaatsing. Een kind dat een breakdown of meerdere overplaatsingen meemaakt, verliest uiteindelijk het vertrouwen in de volwassenen. Daarmee is een breakdown weer een belangrijk risico voor het ontstaan van ernstige hechtings- of gedragsproblemen bij pleegkinderen.

Uit het project ‘Ouderschap zonder opvoederschap’ (Haans 2017) komt naar voren dat de samenwerking tussen ouders en pleegouders voor een groot deel wordt bepaald door de rol die ouders en pleegouders invullen op het gebied van ouderschap en opvoederschap.

Een tussenstand

Voor het project ‘Opgroeien in twee families’, zijn er bij Sterk Huis inmiddels bijeenkomsten geweest met bestandspleegouders, netwerkpleegouders en ouders van perspectiefbiedend geplaatste pleegkinderen. Tijdens de bijeenkomsten is er met de deelnemers uitgebreid gesproken over thema’s als ouderschap, opvoederschap, houden van en onvoorwaardelijkheid. Waar ouders de pleegouders veeleer ervaren als de opvoeders van hun kind, beschouwen pleegouders hun rol ook als die van een ouder. Voor bestandspleegouders geldt dat nog in sterkere mate dan bij netwerkpleegouders. In feite groeit het pleegkind op met meerdere ouders en meerdere families.

Om samenwerking tussen ouders en pleegouders mogelijk te maken, moet je wel differentiëren tussen het ouderschap van ouders en dat van pleegouders. Een van de deelnemende ouders maakte dat als volgt duidelijk: “Ik zie dat pleegmoeder van mijn zoon houdt en omgekeerd mijn zoon van haar en dat vind ik goed, maar ze kan nooit zijn echte moeder worden.” Ouders hebben veelal moeite met het loslaten van hun rol als dagelijks opvoeder van hun kind. Het helpt hen dit verlies van opvoederschap te verdragen indien zij door pleegouders betrokken worden bij de opvoeding van hun kind.

Met pleegouders is ook gesproken over het onderscheid tussen eigen kinderen en pleegkinderen. Is het houden van je eigen kind even onvoorwaardelijk als het houden van je pleegkind? Sommige pleegouders ervaren daarin een onderscheid (eigen bloed is dikker), andere pleegouders ervaren dat onderscheid niet of nauwelijks.  De leeftijd waarop het pleegkind in het pleeggezin werd geplaatst blijkt hier onder meer een rol in te spelen.

Door de coronamaatregelen was het noodzakelijk om de bijeenkomsten met pleegkinderen en de eigen kinderen van pleegouders op te schorten. Inmiddels zijn deze bijeenkomsten opnieuw gepland op 1 en 8 juli. Zowel met de pleegkinderen als met de eigen kinderen van pleegouders willen we het thema ‘ouderschap’ bespreken. Hoe kijken zij aan tegen de rol van pleegouders en ouders in dit opzicht? Wat deed dat met hun loyaliteit naar beide partijen en de loyaliteit naar hun pleegzus of broer?

De resultaten van deze bijeenkomsten en die uit eerdere bijeenkomsten bij Entrea/Lindenhout zijn op 4 augustus besproken met het pleegzorgteam van Sterk Huis. De gegevens uit al deze bijeenkomsten vormen de bouwstenen voor het boek ’Opgroeien in twee families’ dat in januari 2021 is verschenen.

Lees artikel in Brabants Dagblad