Ouders van slachtoffers seksuele uitbuiting voelen zich onvoldoende geholpen

‘We zien radeloze, wanhopige ouders en ontwrichte gezinnen’

Ouders van kinderen die seksueel worden uitgebuit vinden dat zij onvoldoende de hulp krijgen die zij nodig hebben. Ze willen meer ondersteuning van hulpverlening en de opsporingsdiensten in het beschermen van hun kinderen. Dit blijkt uit een eerste verkenning, getiteld “Ouders aan het woord”, die Fier vandaag presenteert. Fier, Koraal en Sterk Huis starten op deze zelfde dag een online campagne gericht op ouders: “Niet mijn kind”.

Fier, Koraal en Sterk Huis werken al enige tijd samen om de hulpverlening aan kinderen, jongeren en  ouders die te maken hebben met mensenhandel te verbeteren. De grote onzekerheid van ouders over hun kinderen is een groot punt van aandacht.

“Ouders aan het woord” is een eerste verkenning naar de ervaringen van ouders van seksueel uitgebuite kinderen in Nederland. Negen ouders van wie de dochter (vermoedelijk) slachtoffer was van seksuele uitbuiting werden hiervoor geïnterviewd. Niet eerder is in Nederland een dergelijke verkenning gedaan.‘ Het doel van deze verkenning is tweeledig en sluit aan op de ervaringen binnen de gespecialiseerde hulp’, vertelt Fier-onderzoeker Ferdi Bekken. ‘Allereerst wilden we meer zicht krijgen op de impact van seksuele uitbuiting op de ouders van het slachtoffer. Daarnaast wilden we onderzoeken of en waar er mogelijkheden liggen om de ouders beter te ondersteunen en te helpen als hun kind seksueel wordt uitgebuit. We hebben geconstateerd dat deze gezinnen in een negatieve spiraal belanden, waardoor de situatie rondom hun kind steeds schrijnender en complexer wordt. Ouders geven aan onvoldoende te begrijpen wat er gebeurt, niet goed te weten wat te doen, de grip op hun kind te verliezen en moeite te hebben om overeind te blijven. Uit een Engelse pilot blijkt dat hulpverleners en opsporingsdiensten een belangrijke rol kunnen vertolken in het omzetten van deze negatieve vicieuze cirkel in een positieve cirkel. In Nederland gebeurt dit, in de optiek van de ouders, nog onvoldoende. Daar liggen dus kansen, bijvoorbeeld rondom het aanreiken van kennis en begrip over wat er speelt, het ‘empoweren’ van de ouders om grip terug te krijgen en (emotionele) ondersteuning.’

‘Je kind uitgebuit zien worden door een mensenhandelaar is vreselijk’, zegt Bekken. ‘Als dat gebeurt wil je de best mogelijk hulp. We zien radeloze, wanhopige ouders. Ouders die gebukt gaan onder de stress en machteloosheid. Zij hebben het gevoel dat niemand hen kan helpen en geven aan dat ze niet alleen hun kind kapot zien gaan, maar dat ze er zelf ook aan onderdoor gaan. Dat moet en kan anders. Ouders kunnen, met de juiste ondersteuning, een belangrijke rol spelen in het beschermen van hun kinderen, maar ook in de aanpak van mensenhandel. Daarom moeten hulpverleners en politie samenwerken met ouders.’

Verbeterpunten

In het onderzoeksrapport van Fier staan vier verbeterpunten, waaronder de vraag om het inrichten van specifieke ondersteuning voor ouders van wie de kinderen (vermoedelijk) seksueel worden uitgebuit. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Justitie en Veiligheid worden opgeroepen om te inventariseren hoe die samenwerking tussen hulpverleners, politie en ouders het beste vormgegeven kan worden, zodat er een concrete ‘lijn’ is in de aanpak van seksuele uitbuiting van jongeren. Deze kennis moet vervolgens breed gedeeld worden binnen de reguliere hulpverlening, de opsporingsinstanties en de eerstelijnszorg. Andere verbeterpunten staan in het rapport dat te downloaden is via www.fier.nl en www.nietmijnkind.nl

Campagne en website ‘Niet mijn kind’

Sterk Huis, Koraal en Fier zijn gespecialiseerd in de hulp aan slachtoffers van seksuele uitbuiting. Zij herkennen de verhalen van ouders. ‘Het groomen en uitbuiten van kinderen gebeurt heel geraffineerd zeker op internet’, zegt Lian Smits, bestuurder van Sterk Huis. Ouders voelen dat het niet pluis is maar zijn lang in onzekerheid over de vraag wat er precies aan de hand is. Als ouders te rade gaan bij hulpverleners of politie komen  ze – met hun zorgen dat hun kind mogelijk in handen is gevallen van een loverboy – regelmatig onvermogen tegen. Maar juist bij (vermoedelijke) seksuele uitbuiting van kinderen is het van belang dat ouders uiterst serieus worden genomen: zij zijn vaak de eersten die zich afvragen wat er aan de hand is met hun kind en of er een loverboy in het spel kan zijn.’
Om meer aandacht voor dit vraagstuk te genereren en ouders een steun in de rug te geven, lanceren Fier, Koraal en Sterk Huis vandaag – aansluitend op het onderzoek – de campagne en de website “Niet mijn kind”. Op de website wordt informatie gegeven over seksuele uitbuiting onder jongeren, en waar ouders terechtkunnen voor advies en hulp. Smits: ‘Ouders hebben in de beginfase vaak een “onderbuikgevoel” of een vermoeden dat er sprake is van seksuele uitbuiting, maar ze hebben weinig zekerheid en krijgen die ook niet eenvoudig. Ze maken zich zorgen om hun kind en constateren een gedragsverandering die ze niet kunnen verklaren. Deze periode kenmerkt zich door onzekerheid, verwarring en onbegrip.’ De campagne Niet mijn kind speelt hier op in. ‘We willen ouders aansporen om hun onderbuikgevoel serieus te nemen, en geven hen tips over wat ze concreet met hun vermoedens kunnen doen.’ Zie ook: www.nietmijnkind.nl