“It takes a village to raise a child”

Toen zaterdagavond 23 januari de avondklok begon te tikken, ging dat niet zonder slag of stoot. Nog datzelfde weekend liepen demonstraties tegen de coronamaatregelen uit op gewelddadige confrontaties tussen de betogers en politie, waarbij rellen, plunderingen, traangas en arrestaties de boventoon voerden. De maatschappelijke verontwaardiging was groot: wie waren deze rellende kinderen en jongeren, hadden ze niets beters te doen én waar waren hun ouders?

Menno Hamelink, jongerencoach bij Sterk Huis West-Brabant, laat zijn licht schijnen op de gebeurtenissen in verschillende steden en de lessen die niet alleen jongeren, maar ook ouders en anderen kunnen trekken. “Veel kinderen lieten zich meeslepen vanuit spanning, sensatie en verveling: Ik ging alleen even kijken en plotseling stond ik met stenen te gooien.”

“Veel kinderen lieten zich meeslepen vanuit sensatie en verveling: Ik ging alleen even kijken en plotseling stond ik met stenen te gooien.

Kick
Menno: “Wat begon als protesten van volwassenen tegen de coronamaatregelen liep in verschillende steden uit op sociale onrust onder kinderen. Jongens zijn op zoek naar spanning, vooral als ze verveeld zijn. De meeste kinderen die zich aansloten bij de rellen, deden dat uit pure sensatie en opjutterij. De social media hebben dat proces versneld. Het werd steeds extremer. Via WhatsApp en Telegram kwamen allerlei oproepen: We gaan rellen en de politie aanpakken. Om 20:00 uur daar, kom ook! Veel kinderen die deze oproepen deelden, waren zelf niet eens aanwezig. Ze deden het puur voor de kick: hoeveel mensen reageren op mijn bericht?”

Haantjesgedrag
“Het bizarre was dat mensen willekeurig aan deze groepen werden toegevoegd, zonder dat ze het wisten”, vervolgt Menno. “Een jongere had zelfs zijn voogd in een Telegram-groep gegooid. Veel van de kinderen en jongeren lieten zich meeslepen. Ik heb het hierbij niet over de oudere jeugd en volwassenen die doelbewust hebben gereld en vernield, maar over de kinderen die de ernst van de situatie niet inzagen en meededen vanuit sensatie, bewijsdrang en haantjesgedrag. Wat doe je als iemand een steen gooit, dan gooi je ook een steen. En als iedereen gaat rennen, dan ren je mee. Je kan niet achterblijven. Op deze manier kwamen veel kinderen in aanraking met de politie, omdat ze het op verkeerde moment op de verkeerde plek waren.”

Verbindend gezag
Volgens Menno hadden veel kinderen achteraf spijt. “Ze wilden alleen even kijken, verder niks. Een aantal jongeren gaf toe dat het eigenlijk nergens over ging. Hoezo wilden we met de politie vechten? Ik praat ook veel met ouders, die niet weten hoe ze hun kind moeten binnenhouden. Kijk, als je zestienjarige puber naar buiten wil, dan gaat ie. Als je hem tegenhoudt, kan de situatie zelfs escaleren. Wat je wél kan doen, is in gesprek blijven met je kind. Dat begint altijd met vragen stellen. Waar ben je en met wie? Besef je je wel dat je nu negentig dagen cel kan krijgen voor relschoppen?”

“Ik coach onder andere ouders richting hun kinderen. Geef je kind erkenning, maar geef ook grenzen aan. Ik begrijp dat je wil kijken en dat je het spannend vindt, maar ik accepteer het niet. Ik zou het namelijk heel erg vinden als jou iets overkomt, voor jouw toekomst.

“Geef je kind erkenning, maar geef ook je grenzen aan. Ik begrijp dat je wil kijken en dat je het spannend vindt, maar ik accepteer het niet.”

Contact met andere ouders
“Zoek ook contact met andere ouders”, tipt Menno. “Veel ouders hebben geen zicht op de vriendengroep van hun kind en kennen de ouders niet, terwijl dat je veel krachtiger maakt. Ik heb de vader van Rodney gesproken, die vond het ook vervelend. Zeker ouders van kinderen met een jeugdhulpvraag vinden het lastig om open te zijn over de thuisproblemen. Maar als je iets wil veranderen, heb je anderen nodig. It takes a village to raise a child. De bezuinigingen op de jeugdzorgwerkers en jeugdhonken zijn daarom heel jammer. Jeugdzorgwerkers staan met de voeten in de klei. Zij weten precies wat er speelt onder jongeren in de wijk.”

Wat kan nog wél?
Voor veel jongeren is de lockdown pittig. “Vooral met de avondklok hebben kinderen het gevoel dat ze niks meer kunnen. Op straat spelen of chillen is iets heel natuurlijks en hoeft niet slecht te zijn. Als je om 21:00 uur binnen moet zijn, wordt het leven een stuk saaier. Jongeren worden nu veel aangesproken door de politie of boa’s. Ze mogen niet veel meer. Een milkshake halen, naar de bios, met vrienden een balletje trappen in het park: bijna alles is tegen de regels. Maar als je vaak genoeg tegen een kind zegt dat iets niet mag, gaat ie het juist doen. Kijk daarom naar wat nog wél kan. Maak afspraken met je kind: welke vrienden mogen nog langskomen en welke activiteiten zijn nog wel mogelijk?”

“Als je vaak genoeg tegen een kind zegt dat iets niet mag, gaat ie het juist doen.”

Boeman
“Binnen veel huishoudens lopen de spanningen op”, signaleert Menno. “Voor veel ouders is het taai om thuis te zitten met pubers, vooral als je kind een gedragsprobleem heeft of moeite heeft met dagstructuur. Zie een kind maar eens te motiveren om zijn bed uit te komen en iets te gaan doen. Het is de hele dag schipperen: waarover ga je wel en niet het conflict aan? Geef je grenzen aan, zonder de boeman te worden. Het belangrijkste is dat je in contact blijft met je kind. Wees daarbij oprecht geïnteresseerd. Praat met je kind omdat je werkelijk interesse hebt, niet omdat je iets voor elkaar wil krijgen. Als je kind dat laatste voelt, krijg je zeker niet waarop je hoopt.”

“Blijf in contact met je kind en wees oprecht geïnteresseerd.”     


Menno Hamelink is jongerencoach bij Sterk Huis West-Brabant en geeft de training ‘In beweging kun je leren’. Hiermee helpt Menno kinderen en jongeren, al judoënd, worstelend, boksend én pratend, beter in contact te komen met zichzelf.