En de pijn en het verdriet bepalen de rest van je leven

Als je je kinderen hebt moeten afstaan. Een persoonlijk verhaal in relatie tot het meldpunt ‘misstanden bij  binnenlandse adoptie’.

Vorige week had ik, met een collega, een indrukwekkend gesprek met Ricky en haar partner. Ricky is in 1969 op De Bocht bevallen van een zoon die zij vanwege veel druk en schaamte vanuit haar omgeving (een gezin in een klein dorp in de omgeving van Tilburg) heeft moeten afstaan. Ricky heeft altijd een onveilige jeugd meegemaakt. Zonder erkenning en liefde. Er werd verschil gemaakt tussen de kinderen. De opvoeding was met schaamte, schuld en een harde hand. Bovendien was er misbruik door een oom. Iemand die haar wel zag, maar op een hele foute manier.

In 1970 is zij opnieuw bevallen van een zoon, na een zwangerschap door een gruwelijke groepsverkrachting, waarvan niet geloofd werd dat het een groepsverkrachting was. Hoe verminkt en gehavend zij ook thuis kwam die avond. Ook van deze zoon heeft zij afstand gedaan.

Als een oermoeder

Met de kracht van een oermoeder in zich heeft Ricky haar oudste zoon vanaf zijn tweede jaar bij haar kunnen laten opgroeien. Daarvoor woonde hij bij De Bocht. Haar zoon en haar kleinzoon zijn de hoop en het vertrouwen van Ricky.

Toen zij het besluit kon nemen om haar zoon thuis op te laten groeien was zij getrouwd met een jonge weduwnaar die ook een jong kind had. Dit huwelijk dat een kans leek op gezinsleven, bleek een drama. Meneer was een alcoholist die haar en de kinderen verschrikkelijk mishandelde. Dit was ook de reden waarom ze uiteindelijk haar tweede zoon toch afstond voor adoptie.

Het leven van Ricky is buitengewoon zwaar en verdrietig gelopen. Haar verhaal gaat nog veel verder. Wat overheerst is het besef dat het ontbreken van basisveiligheid thuis, gezien worden thuis, geen liefde krijgen, niet kunnen praten, geen vertrouwen krijgen het begin is geweest van een leven dat verschrikkelijk is verlopen.

Erkenning en verantwoordelijkheid

Voor de periode op De Bocht, waar Ricky in alle eenzaamheid haar kinderen moest krijgen. Waar zij niet geholpen werd met vertrouwen in haar en met erkenning voor haar slechte omstandigheden en waar haar toen geen perspectief geboden werd op een onafhankelijk leven als alleenstaande moeder wil ik graag mijn spijt uitspreken en hardop erkennen dat wij op De Bocht niet het beste voor Ricky en haar kinderen hebben kunnen doen. Schuld is hierin niet het goede woord. Maar het gaat om erkenning en mede verantwoordelijkheid voor het grote verdriet en de tekortkoming vanuit de hulp van De Bocht in die tijd.

Op diezelfde dag sprak ik ook een kind wat ter adoptie was afgestaan op De Bocht, begin jaren 50. Het leven van dit meisje, nu een vrouw van net over de 70, kent ook zoveel verdriet, slaag en ellende. Met terugwerkende kracht moet ik huilen om haar verhaal en het verhaal van Ricky.

Gebrek aan zelfvertrouwen en eigenwaarde

De problemen van de vrouwen, kinderen, jongeren, mannen en gezinnen die we anno 2019 kennen bij Sterk Huis zijn anders. Er is gelukkig veel meer openheid en acceptatie. Wat nog steeds aan de orde is, is dat aan de basis van veel grote problemen een heel groot gebrek aan zelfvertrouwen en eigenwaarde ligt, omdat je als kind nooit gezien en geliefd werd.

En daar begint ons allergrootste verantwoordelijkheid. Veiligheid en liefde in je leven is een levensvoorwaarde. Als je dat mist en daardoor geen gevoel van eigenwaarde hebt, ben je heel gemakkelijk een ‘speelbal’ voor mensen met foute bedoelingen, die jouw hunkering naar liefde en vertrouwen misbruiken en al snel slecht voor je zijn.

Lian Smits, bestuurder Sterk Huis