Manon over haar pleegouders: ‘geen ouders maar opvoeders’

pleegkind doet haar verhaal over haar pleegouders

Thuis werd Manon verwaarloosd en kreeg ze geen aandacht. In een woongroep kreeg ze de verkeerde aandacht. Vanaf haar elfde woont Manon bij pleegouders en krijgt ze stapje voor stapje haar leven op de rit. Inmiddels heeft ze een lieve vriend, woont ze in een leuke studio en volgt ze een uitdagende opleiding. “Normaal kan ik me moeilijk concentreren, maar in de horeca heb ik daar geen last van.”

“Vanaf het moment dat mijn jongste zusje werd geboren, voelden mijn oudere zus en ik ons buitengesloten. We werden verwaarloosd, omdat mijn moeder vond dat het baby’tje alle aandacht nodig had. Mijn zus en ik zijn vervolgens uit huis geplaatst. Eerst verbleven we in een woongroep, maar daar voelde ik me niet thuis. Bij Dirk en Janine, mijn pleegouders, in huis voelde het meteen fijn. Zij zijn ouders die goed voor mij zorgen. In de woongroep woonde ik samen met kinderen met gedragsproblemen. Ik ben zelf erg stil, dus dat botste. Ik kreeg soms klappen en voelde me alleen in de chaos.”

Alle spullen al ingepakt

“Mijn eerste ontmoeting met Dirk en Janine was bij de woongroep. Janine had verkeerd getankt, dus ze was veel te laat. Dat vond ik grappig. De spanning die ik voelde, ebde meteen weg. Ik had mijn meeste spullen al ingepakt, omdat ik wist dat ik zou verhuizen. Dirk en Janine wilden mijn lievelingskleuren weten: geel, roze en rood. Mijn nieuwe kamer was helemaal in die kleuren geverfd, heel leuk!”

Bij vreemden in huis wonen

“In het begin vond ik het lastig om bij vreemden in huis te wonen. Ik wilde naar mijn echte ouders toe. Nu vind ik het normaal. Dit is mijn leven. Ik heb het er zelf niet moeilijk meer mee. Mijn echte moeder nog wel. Eens in de maand heb ik contact met haar. Het kan zijn dat anderen het vreemd vinden dat ik niet bij mijn echte ouders woon, maar het kon nu eenmaal niet anders. Als iemand ernaar vraagt, vertel ik hoe het zit.”

Geen ouders, maar opvoeders

“Ik zie Dirk en Janine niet als mijn ouders, maar wel als mijn opvoeders. Als ik iets moois meemaak of als er iets naars gebeurt, zijn zij de eersten waar ik mijn verhaal mee deel. Toen ik mijn woongroep verliet, heb ik mijn moeder beloofd dat ik mijn pleegouders nooit papa of mama zou noemen. Daar heb ik me altijd aan gehouden. Mijn moeder zou heel verdrietig worden als ik dat wel zou doen. Ze is bang dat zij haar plaats overnemen.”

Nog steeds samen koken

“Mijn pleegouders hebben een aanbouw aan het huis laten maken. Dat is mijn studio, met een eigen voordeur. Dirk en Janine zorgen ervoor dat ik alsmaar zelfstandiger leer leven. Als ik klaar ben met mijn leer-werktraject bij Prins Heerlijk, wil ik met mijn vriend gaan samenwonen. Dirk denkt dat dit wel kan. Hij blijft wel mijn bewindvoerder, dus hij blijft in mijn leven. Dat vind ik fijn, dan kunnen we nog steeds lekker samen koken en eten.”