Stille waters, diepe gronden

Ruim negentien jaar geleden zag hulpverlener Leonie van Oosterum (56) een stil meisje binnenkomen op de kamertraining van Sterk Huis, genaamd Hoi-Shan (toen 16 jaar). “Ze was rustig en teruggetrokken, bijna niet aanwezig”, herinnert Leonie zich. “Maar ze droeg ook een kracht bij zich. En een groot verdriet. Soms huilde ze urenlang dikke tranen. Ze was zoekende, voelde veel frustratie, wilde ergens bij horen. Mijn collega en ik werden haar nieuwe papa en mama. We zagen haar opgroeien tot een prachtige vrouw, die inmiddels sterk in haar schoenen staat en zelf ook mensen helpt.”

Hoi-Shan (35) denkt nog vaak terug aan de intensieve kamertraining. “Het was aan de Ringbaan Oost in Tilburg, in een oud en hoog herenhuis met een gigantische tuin. Eigenlijk kon je daar alles uitvreten wat je maar wilde”, lacht ze. “Wil ik het weten?”, knipoogt Leonie. “Ik denk dat jullie het wel wisten hoor”, gaat Hoi-Shan verder, “maar het was gezond om op die leeftijd grenzen te verkennen, dus dat stonden jullie oogluikend toe.”

Expressief kind

Hoewel Hoi-Shan haar grenzen opzocht – “Soms zaten we hoog in de make-up verstopt in bed, wachtend op hét moment om te ontsnappen” – had ze vooral behoefte aan geborgenheid. Ergens rust vinden. Op haar twaalfde verliet Hoi-Shan op eigen initiatief haar ouderlijk huis. “Ik groeide op in de Chinese cultuur, waar het belangrijk is om altijd samen te blijven en te werken. Maar achter het luikje van ons restaurant ging veel ellende schuil. Mijn moeder verdween regelmatig en mijn vader was altijd aan het werk. Na het lezen van meidenbladen als Tina, YES! en Break Out! ontdekte ik dat mijn situatie niet normaal was. Ik besloot de gesloten cultuur bij ons thuis open te breken, maar dat werd niet gewaardeerd. Emoties tonen, kon niet. Dat was echt not done, terwijl ik juist een expressief kind was.”

Appels snijden

En zo kwam Hoi-Shan al vroeg in aanraking met hulpverlening. “Eerst woonde ik bij vrienden van mijn ouders. Vervolgens kwam ik op mijn veertiende terecht bij de gedragstherapeutische behandelgroep Prinsenhoeven van Sterk Huis, waar ik tot mijn zestiende verbleef. Daar leerde ik alle basics die je nodig hebt in het leven, zoals appels snijden (dat had ik echt nog nooit gedaan). We hadden daar een lieve gastvrouw. Het was feest hoor, als zij ku lo yuk met nasi maakte. Veel jongeren wilden vooral naar buiten, vrijheid proeven, maar ik zat het liefst aan die keukentafel.”

Veilig eilandje

Leonie: “Dat merkte ik ook toen je bij ons kwam. Jouw zoektocht was anders.” Hoi-Shan: “Ik wilde rust. Een veilig eilandje, waarvandaan ik iedereen kon benaderen en ontmoeten, maar waar ik me ook kon terugtrekken. De kamertraining was zo’n eilandje. Een plek waar ik niet continu bezig hoefde te zijn met anderen, maar mijn eigen pad kon uitstippelen. Als ik verdriet had, stond Leonie voor me klaar. Dan kon zij gaan puinruimen.” Volgens Leonie is dat juist het mooiste werk voor een hulpverlener. “Een ander kalmeren, ondersteunen, vragen stellen. Een mens kan zelf heel goed de antwoorden op levensvragen vinden. De waarheid schuilt in jezelf, maar zit soms nog verstopt achter alle trauma’s, emoties en ervaringen. Stille waters hebben diepe gronden, dat was kenmerkend voor Hoi-Shan.”

Aai over de bol en schop onder de kont

“Wat ik fijn vond aan Leonie, was haar directe aanpak”, vertelt Hoi-Shan. “Het heeft geen zin om ergens omheen te draaien. Zeg gewoon wat je denkt. Soms zijn er hulpverleners die je heel zielig vinden. Nou, dan sla je de plank mis.” Leonie: “Ik ben een hulpverlener van een aai over de bol en een schop onder de kont.” Hoi-Shan: “Jij hebt mij ook nooit het gevoel gegeven dat ik een cliënt was. Ik was gewoon een jongere, op zoek naar antwoorden in het leven.”

Psychische lijntjes

Op haar achttiende was het voor Hoi-Shan tijd om de kamertraining te verlaten. “Het was moeilijk om afscheid te nemen”, blikt ze terug. “Ik ben iemand die graag psychische lijntjes behoudt met mensen die cruciaal zijn geweest in mijn leven, die mij de weg hebben gewezen. Gelukkig hebben we tegenwoordig ook Facebook.” Leonie en Hoi-Shan zijn elkaar dan ook nooit uit het oog verloren. “Als hulpverlener kun je natuurlijk niet met alle cliënten in contact blijven”, benadrukt Leonie, “maar met Hoi-Shan had ik een speciale band. Ik wilde haar blijven volgen. Daarom was ik ook aanwezig bij haar afstuderen aan de kunstacademie St. Joost.”

Groei

Hoi-Shan: “Ik mocht ook een keer bij jou thuis langskomen rond kerst. Ik herinner me die lelijke roze kerstboom van jou”, plaagt ze. Leonie: “Klopt, je zat toen niet zo lekker in je vel. Ik was weer even jouw mama, die jou onder mijn vleugels nam en zakdoekjes aangaf. Het is echt prachtig om te zien hoe jij bent gegroeid. Je bent een volwassen vrouw. Een kunstenares. Een geweldig mens! Je kunt nu veel beter loslaten. Dingen laten zijn zoals ze zijn. Als reisleider reis je heel de wereld over, dan zie ik je op Facebook bijvoorbeeld voorbijkomen in IJsland. Je geeft mensen veel mee, ook in je werk als kunstenares.”

Persoonlijke kunst

“Ik word vaak gevraagd voor culturele projecten, wat voor mij raakvlakken heeft met kunsttherapie”, vertelt Hoi-Shan. “Dan hoor ik mezelf dingen zeggen tegen mensen die ik ooit van hulpverleners heb geleerd. Via kunst kan ik mezelf ook goed uiten. Ik ben nu in de leer bij een man van tachtig jaar, die me leert werken met emaille. Hij zei: ‘Je kunt altijd nijlpaardjes en vogeltjes blijven tekenen, maar een tekening wordt pas interessant als je iets te vertellen hebt.’ Sindsdien maak ik werk over mijn leven, tekeningen die uit mijn jeugd komen. Zo geef ik mijn verleden een mooie plek.”