Koen en Jan-Willem over de liefdevolle zorg voor hun pleegkinderen:

Ze vergeten het nooit meer, die allereerste ontmoeting. “De deur ging open en twee blonde krullenkoppies kwamen de hoek omkijken. Dan voel je meteen, ongeacht welk kind daar staat, dit is het. Dít is onvoorwaardelijke liefde.” Inmiddels zijn Koen Ketelaars (44) en Jan-Willem Verhoeven (39) al jaren de gelukkige pleegouders van deze twee jongens, een tweeling. “We wisten niet dat er in Nederland zoveel kinderen zijn die een veilig thuis missen. Dat gaf voor ons de doorslag om pleegouders te worden.”

Koen en Jan-Willem vonden pleegouderschap best een spannende stap. Jan-Willem: “De meeste pleegzorgkinderen zijn beschadigde kinderen. Ze hebben veel meegemaakt. Daarnaast is het de bedoeling dat ze op een dag terugkeren naar de biologische ouders. Dat vonden we moeilijk. Maar toen we erachter kwamen dat in Nederland, zelfs in je eigen omgeving, veel kinderen rondlopen die dringend zorg nodig hebben, waren we overtuigd. Dit moesten we doen.”

TWEELING

Vanaf dat moment ging het balletje snel rollen. “Na een verplichte startcursus bij Pleegzorg en het aanmaken van een eigen profiel − onze voorkeur ging uit naar langdurige pleegzorg voor één kind − kregen we in maart 2014 het bericht dat ze een tweeling bij ons wilden plaatsen “, blikt Koen terug. “Dit kwam twee maanden voor onze trouwerij, een superhectische periode. Toch zeiden we meteen: Ja, dit gaan we doen. Deze jongens hebben een thuis nodig.”

ZE HEBBEN ELKAAR

8 juni 2014 was het officieel: Koen en Jan-Willem werden pleegouders. “Soms worden tweelingen gescheiden van elkaar”, weet Jan-Willem. “Ze komen dan allebei in een ander pleeggezin terecht. Hoewel onze voorkeur oorspronkelijk uitging naar één kind, was voor ons meteen duidelijk dat de jongens bij elkaar moesten blijven. Achteraf zijn we daar heel blij mee. Ze hebben elkaar hard nodig en wij kunnen ons geen leven meer zonder die twee voorstellen. De rechter heeft uitgesproken dat de kinderen tot 21 jaar bij ons mogen blijven. Dat geeft rust. We vormen nu echt een gezin. Het heeft allemaal zo moeten zijn.”

PROFESSIONEEL OPVOERDER

Het pleegouderschap brengt de mannen veel. “Als je ziet dat de kinderen lachen, spelen en zich goed ontwikkelen, zijn wij zo blij”, vertelt Jan-Willem. “Maar je blijft toch altijd een soort van professioneel opvoeder”, vult Koen aan. “We streven naar een zo normaal mogelijke situatie, maar door de voorgeschiedenis van pleegkinderen komt er toch meer kijken bij de opvoeding. Wij zijn onszelf daarvan bewust en helpen elkaar: nu pak jij je rust en doe ik het even, daarna mag jij weer. Iedere ouder heeft dat soms nodig, maar bij kinderen met een rugzakje brengt het opvoeden extra lading met zich mee.”

STERK HUIS

Koen vervolgt: “We zijn blij met de hulp van Sterk Huis. Ze luisteren naar ons. Wij zien de jongens 24 uur per dag en kennen ze het beste. We mogen zelf aangeven wat goed en niet goed voor ze is.” Jan-Willem: “Daarnaast vraagt onze pleegbegeleider regelmatig: ‘Hoe gaat het met jullie? Besteden jullie nog genoeg tijd aan elkaar? Maak op tijd gebruik van jullie netwerk om even te ontladen.’ Belangrijk, want je stapt op die trein en dendert alleen maar vooruit.”

TRAUMABEHANDELING

Ook als het om therapie gaat, is Sterk Huis een belangrijke partner voor de vaders. “We zijn onlangs met het psychotraumacentrum van Sterk Huis gestart met traumabehandeling voor de kinderen”, aldus Koen. “Bij onze zonen is in de vroege kinderjaren een preverbaal trauma ontstaan. Daar gaan we naar terug met behulp van EMDR-therapie.” Een zwaar en confronterend traject voor het gezin, maar tegelijkertijd zeer effectief. “De therapeut heeft een verhaal (situatieschets) geschreven over die moeilijke begintijd van de jongens”, vertelt Jan-Willem. “Toen ik dat verhaal voor het eerst las, heb ik flink gebruld. Tijdens de therapie nemen we zelf onze zoon op schoot (de andere zoon is er niet bij) en lezen we het verhaal voor. De therapeut gaat vervolgens tappen: ritmisch om de beurt tikken op de rechter- en linkerkant van een knietje.” Koen: “Eerst zie je heftig lichamelijk verzet bij de jongens, maar daarna komen ze tot rust. Deze methode prikkelt de hersenen en ruimt het trauma letterlijk op.”

ONTSPANNEN

Het effect is merkbaar voor het gezin. “De jongens zijn meer ontspannen”, signaleert Koen. “Eerder stonden ze altijd aan. Er was nooit een moment van rust.” Jan-Willem: “Als wij ze ‘s avonds nog een kus gingen brengen voor het slapengaan, zaten ze meteen rechtop in bed. En ‘s ochtends waren ze meestal rond 5:00 uur al wakker. Nu slapen ze tot 7:00 uur door. Er zit meer rust in die lijfjes.” Volgens Koen bewegen de jongens ook makkelijker mee. “Eerder wilden ze zelf alle touwtjes in handen houden: ik bepaal, dan kan er niks geks gebeuren. Als wij linksaf wilden, gingen zij rechtsaf. Nu is de situatie veel minder excessief. Dan denk je oh jee we gaan de andere kant op, daar gaan we weer, maar bewegen ze gewoon mee. Soms lopen ze nog boos een extra rondje de andere kant op, maar uiteindelijk sluiten ze toch aan. Dat is echt de winst van de therapie. Heel bijzonder en waardevol voor ons als gezin.”

HUID HONGER

Onlangs trad de Hilvarenbeekse theatergroep Rauwkost van Koen en Jan-Willem op met een toneelstuk over kindermishandeling, getiteld HuidHonger. Koen is de schrijver en Jan-Willem, samen met de tienjarige Sjors Plasmans, hoofdrolspeler Jaap.

Koen: “Dit werk staat los van onze privé-situatie. Maar gezien de urgentie wilden we, in samenwerking met de gemeente Hilvarenbeek en Regionale Taskforce Kindermishandeling, aan de slag met dit thema. Kindermishandeling is heftig. Niemand wil dat er iets met kinderen gebeurt. Het was bijna niet te doen om dit stuk te maken, vooral nu ik zelf vader ben.”

Jan-Willem: “De eerste keer dat ik de scènes doornam, dacht ik: nee, dit kan ik niet spelen. Vooral de momenten waarop ik terugga naar de kleine Jaap. Dan denk je: waarom is er niemand die me oppakt uit deze situatie? Iemand die zegt dat het goed komt, dat ik veilig ben? In die scènes zie ik mijn eigen blonde jongens. De tranen komen dan vanzelf.”

Koen: “We laten in het stuk echt niet alles letterlijk zien, maar toch is het zo voelbaar wat er fout gaat in het leven van Jaap. De zaal is vijf kwartier stil. De voorstelling raakt.”

Jan-Willem: “In de zaal zitten ook mensen die zelf te maken hebben met het onderwerp. We krijgen vaak te horen: Dit is míjn verhaal. Als je de cijfers erbij haalt, schrik je enorm. In een klas van dertig kinderen zit tenminste één kind dat mishandeld wordt. Per jaar sterven 52 kinderen aan kindermishandeling. Dat is één kind per week. Daar word je stil van.”

Koen: “De impact van de voorstelling is groot. Mensen durven de stap te nemen om erover te praten en melding te doen. Die openheid is belangrijk. Niemand wil bewust een kind pijn doen. Daar zit altijd een verhaal, een bepaalde wanhoop, achter. Pas als het onderwerp bespreekbaar wordt, kan er hulp voor deze mensen komen.”