Vuur en verleiding: een briefwisseling tussen Lian en Alex

Lian Smits (bestuurder bij Sterk Huis) verslindt de romans van Alex Boogers. Veel van wat zij hoort en ziet tijdens haar werk, herkent ze in de rauwe verhalen van Alex. Lian stuurt Alex een brief met de vraag: “Hoe heeft u uw vuur en verleiding gevonden?”

Geachte meneer Boogers,

Uw boek, Alleen met de goden, vind ik echt prachtig. Een verhaal met mensen die rauw en hard zijn. Vol onvermogen en ook vol open dapperheid. Uw hoofdpersoon, Aaron (door zijn vader Tijgerwelp genoemd), en iedereen om hem heen, komen bij mij direct mijn hart binnen. De manier waarop u vertelt, laat mij ook voelen hoe verschrikkelijk ‘afgezeken’ je als kind kunt worden. Hoe verschrikkelijk kwaad en onzeker je daarvan kunt worden. Terwijl je je niet altijd realiseert dat iedere sneer meer zegt over die ander dan direct over jou.

Ik hou van Aaron. Een goed jong, op een moeilijke plek, met een ongelooflijk verhaal. Hardheid en oordelen als dagelijks leven. Gelukkig heeft hij ook nog een plekje voor het goede en zijn er zachte mensen om hem heen. Ik zie hem overleven en hij lijkt een vuur en verleiding in zich te hebben, waardoor hij onwaarschijnlijk blijft volhouden. Hoe heeft u uw vuur en verleiding gevonden, meneer Boogers?

Wijze mensen

Die hardheid vanuit onbeholpenheid zie ik veel om me heen. Niet alleen bij de kinderen en jongeren, vrouwen en mannen die ik vanuit mijn werk ken. Ik zie dat rottige randje dat het zo moeilijk maakt om vertrouwen in jezelf en een ander te hebben, veel. Ook hier in Brabant. Ik denk dat ik ook best veel van de liefde ‘daaronder’ kan zien. Maar die onbeholpenheid maakt de kleinerende opmerkingen niet milder als het jou raakt. Gelukkig zie ik ook hoeveel fantastische, wijze mensen er zijn. Op alle plekken. Van de buurvrouw tot de man van de friettent, van de docent tot de trainer in de sportschool. En nee, deze mensen zijn ook niet perfect, maar diep van binnen zijn het goede mensen. Mag ik u vragen wie uw wijze mensen zijn?

Toen ik nog studeerde, in 1980, ontmoette ik een hele oude Franse professor. Het was een moeilijk gesprek (vanwege het Frans), maar hij zei een belangrijk ding: “Goed en slecht? De grens is wanneer je mensen afbreekt of klein maakt. En die grens voelt iedereen.” De herinnering aan uw boek is voor mij een herinnering aan compassie en even goed kijken en luisteren voor je een oordeelt velt. Ook een herinnering aan zelf sturen, hoe dat ook gaat met vallen en opstaan.Want jij bent de enige die voor ‘goed’ kan gaan.

Bedankt voor uw prachtige en wijze boek!
Lian Smits

Beste Lian,

Dank voor je brief, die ik met gepaste nederigheid heb gelezen. Dat is geen valse bescheidenheid. Ik heb het schrijverschap nooit durven claimen, omdat ik niet precies wist wat het was, noch waarom ik het deed. Ik schrijf ondanks mijzelf. Bovendien neem ik geen enkele lezer voor lief. Die ene ‘vreemde andere’ daarbuiten, die je niet kent, maar die zich misschien net zo zonderling voelt als jij, als je hem of haar weet te bereiken met je boek, dan heb je veel bereikt.

Het vuur waarover je schrijft, heb ik altijd gevoeld, als kind al. Het was vaak drift, woede. Het kon oplaaien, mij naar de afgrond brengen, mij hoorndol maken, maar nooit lukte het mij om het te bedwingen. Een docent op het voortgezet onderwijs zei tegen mij: “Jij bent typisch zo’n jongen die alles in zich heeft om het te maken en die tegelijk zichzelf volledig ten gronde kan richten, en die zich dan terugvindt in een jeugdgevangenis of erger. Ik hoop dat je het redt, maar ik vrees het ergste.”

Vuur gevonden

Het gaat er niet om of ik het vuur gevonden heb, maar of het mij lukt dat ik ermee kan dansen, of ik lichtvoetig kan blijven, of dat het mij uiteindelijk zal verzwelgen. Dat klinkt dramatisch, maar uiteindelijk werkt het zo wel.

In mijn jeugd heb ik weinig ‘wijze’ mensen meegemaakt. Ze vonden ‘iets’ van me, en zelden was het iets goeds. Ik werd bestempeld als die jongen uit dat arbeiders- milieu. Ik zocht het grotendeels zelf uit. Ik zocht niet meteen naar meesterlijke zinnen, grote geesten, geniale schrijvers. Ik wilde gehoor geven aan het ritme dat ik van binnen voelde, de beelden die ik zag, de woorden die eruit moesten. Hoe dan ook, waar dan ook. Ik wist niet precies wat het was, ook niet wat ik ervan kon verwachten, maar ik moest het doen. Ik loop, ik beweeg, ik ga, ik doe, ik volg op. Veel meer is het eigenlijk niet. Ik zie het allemaal. Ik moet het alleen durven grijpen, kunnen grijpen. Als mij dat lukt, zonder dat ik val, dan is er een boek. Binnenkort komt Onder een hemel van sproeten uit, 2,5 jaar na Alleen met de goden. In mijn geval nooit een vanzelfsprekendheid.

Maar het is er. En ik ben er ook nog.

Dank voor je mooie woorden.
Groet,
Alex Boogers