Test: wat voor opvoeder ben jij?

Ouders hebben allemaal hun eigen aanpak als het om opvoeden gaat. Ook jij zult vast je eigen manieren en gewoonten hebben. Ben jij de baas en heeft je kind maar te luisteren of zijn de rollen juist omgedraaid? Doe de totaal onwetenschappelijke en volledig onbewezen zelftest om erachter te komen welke opvoedingsstijl jij hanteert.

Voor de zoveelste keer vandaag is het raak: jouw kind zet het op een huilen. Minstens de helft van de keren heb je geen idee waarom. Hoe reageer je?

A. Ik leid een vol leven: drukke baan, veel vrienden en ook nog een gezin. Voor verdriet heb ik geen tijd. Ik word boos op mijn kind en zeg dat hij moet kappen met dat gehuil.

B. Al bij de eerste huil neem ik mijn kind op schoot en probeer ik hem zo goed mogelijk te troosten. Mijn kind hoort gelukkig te zijn, dus als hij huilt, krijgt hij alle aandacht.

C. Ik check eerst even of mijn kind na een tijdje vanzelf stopt met huilen. Als dat niet het geval is, troost ik hem al wiegend. Als hij rustig is, kan hij weer zijn eigen gang gaan.

Net gegeten, maar nu alweer honger?! Er lijkt geen rem op jouw kind te zitten, als hij na een kwartier een woede-uitbarsting krijgt omdat hij wat lekkers wil. Wat doe je?

A. Ik stel duidelijke grenzen aan de woede van mijn kind. Kinderen hebben in feite weinig om kwaad over te zijn en door zijn boosheid toont hij geen respect voor mij.

B. Als mijn kind kwaad is, zit hem vast iets dwars. Kan ik dat oplossen met een snoepje? Geen probleem. Die glimlach achteraf maakt alles goed.

C. Woede is een emotie die het waard is om verkend te worden. Ik probeer de boze buien van mijn kind te veranderen in vrolijke buien. Al lukt dat niet altijd.

In de speeltuin krijgt jouw kind het aan de stok met een ander kind. Ze beginnen wat aan elkaar te trekken, tot jouw kind de ander hardhandig op de grond duwt. Hoe grijp je in?

A. Ik pak mijn kind bij zijn arm en trek hem hardhandig mee. Ik vind het prima als hij voor zichzelf opkomt, maar moet hem heel duidelijk maken dat dit gedrag niet kan.

B. Als mijn kind iemand duwt, zal de ander daar wel om gevraagd hebben. Ik pak mijn kind op en troost hem door iets verderop een lekker ijsje te gaan halen.

C. Ik ga gehurkt voor beide kinderen zitten en vraag waarom ze ruzie kregen. Daarbij maak ik duidelijk dat hun gedrag
niet door de beugel kan.

Iedere ochtend rond half zes staat jouw kind aan je bed. Hij wil tv kijken of op de tablet. Jij bent vooral erg moe en wil nog even verder slapen. Hoe los je dit op?

A. Mijn kind gaat ‘s ochtends vroeg niet voor een scherm zitten. Ik geef hem de keuze: terug naar bed of op de bank een boek lezen. Dan geeft hij het vanzelf wel op.

B. Als hij zo vroeg wakker wordt, heeft hij blijkbaar genoeg geslapen. Om mijn kind en mezelf wat rust te gunnen, mag hij lekker in bed YouTube-filmpjes kijken op zijn tablet.

C. Ik loop met mijn kind mee naar zijn kamer en ga naast zijn bed zitten. We kletsen even wat, waarna ik hem kus en zeg
dat het tijd is om nog even te gaan slapen.

De leraar geeft aan dat jouw kind op school erg brutaal kan zijn. Thuis luistert hij juist altijd voorbeeldig en je snapt er dan ook niets van. Wat vertel je de leraar?

A. Ik bied de leraar mijn excuses aan en zeg dat ik het niet accepteer van mijn kind als hij brutaal is. Eenmaal thuis krijgt hij dan ook goed op zijn donder.

B. Als mijn kind thuis zo lief is en op school ander gedrag laat zien, zal dat wel door de leraar of zijn klasgenootjes komen. Ik neem mijn kind altijd in bescherming.

C. Ik vraag aan de leraar waar hij denkt dat het brutale gedrag van mijn kind vandaan komt. Samen met de leraar probeer ik een oplossing te vinden voor het gedrag.

Op een dag besluit jouw kind op paardrijden te willen. Na een succesvolle proefles schaf je een dure ruiterset aan. Twee weken later is de liefde voor paarden op slag verdwenen. Wat doe je?

A. Enig idee wat zo’n ruiterset kost? Of hij nu wil of niet, mijn kind stapt volgende week gewoon weer op dat paard. Angsten zijn er om overwonnen te worden.

B. Als kind vond ik zelf ook bijna iedere week wat anders leuk. Als paardrijden het toch niet is, vindt hij judo of voetbal
misschien wel leuk. Gaan we gewoon proberen!

C. Na enig doorvragen kom ik erachter dat mijn kind van zijn paar was gevallen en daardoor wat angstig is geworden. De volgende les loop ik naast zijn paard en gaat het alweer stukken beter!

Hoe heb jij de test gemaakt? Tel je antwoorden en kijk wat voor type opvoeder jij bent.

Vooral A

Jouw autoritaire opvoedingsstijl kenmerkt zich door veel regels. Jij bent de baas en jouw kind moet gehoorzamen. Door deze manier van opvoeden kan je kind angstig of juist opstandig worden. In ieder geval ontwikkelt het weinig zelfvertrouwen en
zelfstandigheid.

Vooral B

Als toegeeflijke ouder heb jij veel aandacht voor de wensen en behoeften van jouw kind. Het krijgt bijna altijd zijn zin. In feite is jouw kind de baas en worden er weinig eisen aan hem gesteld. Op die manier leert je kind geen grenzen kennen en wordt het gemakzuchtig.

Vooral C

Jij stelt regels, maar hebt tegelijkertijd oog voor de wensen en behoeften van jouw kind. Als democratische opvoeder geef jij leiding met liefde en houd je rekening met de ontwikkeling van je kind. Hij voelt zich gesteund en aangemoedigd, dat stimuleert zijn zelfvertrouwen.