Project ‘Opgroeien in 2 families’

Uit het project ‘Ouderschap zonder opvoederschap’ (Haans 2017) komt naar voren dat de samenwerking tussen ouders en pleegouders voor een groot deel wordt bepaald door de rol die ouders en pleegouders invullen op het gebied van ouderschap en opvoederschap.

Inmiddels zijn er vier bijeenkomsten geweest:
In juli 2020 zijn er twee bijeenkomsten voor jongeren uit pleeggezinnen:
–        een bijeenkomst met pleegkinderen (18+) en
–        een bijeenkomst met de eigen kinderen (18+) van pleegouders.
De bijeenkomst voor de eigen kinderen (18+) van pleegouders is op woensdag 8 juli van 18.30 tot 21.00 uur.

We zoeken nog jongeren 18+ (pleegkinderen en kinderen van pleegouders) die mee willen werken aan het onderzoek. Wil je meer weten of meedoen aan zo’n bijeenkomst? Stuur dan een mail naar Nese Maden. Nesemaden@sterkhuis.nl

Een tussenstand

In het kader van het project ‘Opgroeien in 2 families’, zijn er bij Sterk Huis inmiddels bijeenkomsten geweest met bestandspleegouders, netwerkpleegouders en ouders van perspectiefbiedend geplaatste pleegkinderen. De geplande bijeenkomst met ouders en pleegouders gezamenlijk kon niet doorgaan vanwege het geringe aantal aanmeldingen. Tijdens de bijeenkomsten is er met de deelnemers uitgebreid gesproken over thema’s als ouderschap, opvoederschap, houden van en onvoorwaardelijkheid. Waar ouders de pleegouders veeleer ervaren als de opvoeders van hun kind, beschouwen pleegouders hun rol als die van ook een ouder. Voor bestandspleegouders geldt dat nog in sterkere mate dan bij netwerkpleegouders. In feite groeit het pleegkind op met meerdere ouders en meerdere families. Om samenwerking tussen ouders en pleegouders mogelijk te maken, moet je wel differentiëren tussen het ouderschap van ouders en dat van pleegouders . Een van de deelnemende ouders maakte dat als volgt duidelijk: “Ik zie dat pleegmoeder van mijn zoon houdt en omgekeerd mijn zoon van haar en dat vind ik goed, maar ze kan nooit zijn echte moeder worden.” Ouders hebben veelal moeite met het loslaten van hun rol als dagelijks opvoeder van hun kind. Het helpt hen dit verlies van opvoederschap te verdragen indien zij door pleegouders betrokken worden bij de opvoeding van hun kind.

Met pleegouders is ook gesproken over het onderscheid tussen eigen kinderen en pleegkinderen. Is het houden van je eigen kind even onvoorwaardelijk als het houden van je pleegkind? Sommige pleegouders ervaren daarin een onderscheid (eigen bloed is dikker), andere pleegouders ervaren dat onderscheid niet of nauwelijks.  De leeftijd waarop het pleegkind in het pleeggezin werd geplaatst blijkt hier onder meer een rol in te spelen.

Toen gooide corona roet in het eten en was het noodzakelijk om de bijeenkomsten met pleegkinderen en de eigen kinderen van pleegouders op te schorten. Inmiddels zijn deze bijeenkomsten opnieuw gepland op 1 en 8 juli. Zowel met de pleegkinderen als met de eigen kinderen van pleegouders willen we het thema ‘ouderschap’ bespreken. Hoe kijken zij aan tegen de rol van pleegouders en ouders in dit opzicht? Wat deed dat met hun loyaliteit naar beide partijen en de loyaliteit naar hun pleegzus of broer?

De resultaten van deze bijeenkomsten en die uit eerdere bijeenkomsten bij Entrea/Lindenhout worden op 4 augustus besproken met het pleegzorgteam van Sterk Huis. De gegevens uit al deze bijeenkomsten vormen de bouwstenen voor het boek ’opgroeien in 2 gezinnen’ dat eind 2020 of voorjaar 2021 zal verschijnen bij uitgeverij SWP.

Nese Maden en Gé Haans