Onderzoek ‘hoe gaat het later’: We vragen kinderen en gezinnen naar het effect van onze hulp

We vragen kinderen en gezinnen naar het effect van onze hulp

Welk effect van onze hulp ervaren kinderen van 6 t/m 16 jaar en hun ouders? Wat helpt hen wel of juist niet? En hoe gaat het naderhand met hen? In de periode september 2020-2024 gaat Combinatie Jeugdzorg dit samen met collega-organisaties Sterk Huis, Maashorst en Oosterpoort en met de Academische Werkplaats Jeugd van Tilburg University onderzoeken. Hoe? Door het hen zelf te vragen. Het initiatief past in de ambitie van onze Koers 20-25 om nadrukkelijker het effect van ons handelen te meten en met de opgedane inzichten de hulpverlening verder te verbeteren. Bron: Jaarmagazine Combinatie Jeugdzorg

Breed binnen de deelnemende jeugdzorgorganisaties vragen we jongeren (vanaf 11 jaar) en ouders op vier momenten hoe het met hen gaat: bij de start en afsluiting van de hulp en 9 en 18 maanden later. Daarnaast interviewen we een aantal kinderen en ouders over wat het positieve of negatieve verschil heeft gemaakt in de hulp.

Bijzondere van het onderzoek

Beleidsadviseur Judith van Vugt en gedragswetenschapper Bernadette Janssen zijn de onderzoekscoördinatoren vanuit respectievelijk Combinatie Jeugdzorg en Sterk Huis. Voor Bernadette is het tevens haar promotieonderzoek. Hoogleraar Ron Scholte, verbonden aan de de Academische Werkplaats Jeugd, is haar promotor. Wat vinden zij het bijzondere en de meerwaarde van het onderzoek?

Judith en Bernadette: “Het bijzondere is dat we de ervaring van de kinderen en gezinnen zelf in beeld brengen en dat we hen door de tijd heen volgen. Het gaat bovendien niet over het effect van één interventie maar over het gehele hulptraject. We hopen te weten te komen hoe duurzaam onze hulp is. Ervaren gezinnen echt effect tussen start en einde van de hulp en houdt dat effect aan? De blik is dus niet alleen gericht op hoeveel problemen ze nog hebben, we proberen juist ook de positieve uitkomsten in beeld te brengen. Voelen ze zich als gezin steviger, ervaren ze minder opvoedbelasting?”

Bernadette: “Stel dat er uitkomt dat ze zich niet zo zelfredzaam voelen. Misschien moeten we de afronding van onze hulp dan anders organiseren.” Ron: “Eigenlijk weten we nog niet zo veel over de ervaringen van de kinderen en gezinnen zelf. De meerwaarde zit voor mij vooral in het bevragen van een grote groep kinderen en gezinnen in combinatie met directe feedback uit interviews op cliëntniveau. Via die interviews komen we te weten waar kantelpunten zitten in de hulpverlening. Waardoor ging het de goede kant op of ging het juist minder goed? Dat laatste is ook waardevol, want dat leert ons wat we misschien anders moeten doen. Die gepersonaliseerde informatie geeft betekenis aan de cijfers. Bovendien krijgen we zicht op wat er met de gezinnen gebeurt na afronding van de hulp. Krijgen ze daarna nog hulp van andere organisaties? Ook daar weten we nu weinig over. Het onderzoek kan in die zin ook informatie opleveren voor een mogelijk betere vormgeving van de jeugdhulpverlening.”

Integratie van praktijk en onderzoek

Interne en externe klankbordgroepen, teamambassadeurs en een cliëntenpanel waarin ouders en jongeren meedenken, zijn nauw bij het onderzoek betrokken.

Bernadette en Judith: “Zij helpen ons de opgedane bevindingen te verspreiden. Dat vinden we belangrijk en is ook bijzonder: dat we de onderzoeksresultaten direct naar de praktijk terugbrengen en zo de jeugdhulp gaandeweg proberen te verbeteren.” Bernadette: “Ik hoop ook dat dit initiatief eraan bijdraagt dat ‘onderzoek doen’ binnen de jeugdzorg vanzelfsprekender wordt en dat professionals de meerwaarde daarvan inzien. Integratie van praktijk en onderzoek is nog relatief nieuw.”

 Judith: “Dat onderschrijf ik helemaal. Een interessant aspect daarbij is ook dat we ervaringsdeskundigen en cliënten willen laten meedenken bij dit onderzoek.” Ron vindt dat een goede ontwikkeling. “Je loopt anders het risico dat je over in plaats van met mensen onderzoek gaat doen.”

Fotografie: Maartje van Berkel