Kijk naar een kind en zijn of haar problemen, niet de ‘betaaltitel’ van de organisatie

photo-1610882587765-f0439630a659

Verplaatsing jeugd-GGz geen oplossing

‘Treuzel niet langer. Haal financiering, organisatie en aansturing van de specialistische jeugd ggz weg bij de gemeente en organiseer die regionaal of landelijk’. Dit stellen NVvP voorzitter Elnathan Prinsen en voorzitter NVvP afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie Arne Popma deze week in Binnenlands Bestuur. Hierbij gaan zij in de ogen van jeugdzorgaanbieder Sterk Huis volledig voorbij aan het feit dat kinderen zich niet in een GGz-hokje laten plaatsen. Bij Sterk Huis kennen we veel kinderen en gezinnen met veel en pittige problematiek, ‘multiproblem’. Kinderen en gezinnen voor wie je helemaal geen ‘eenduidige’ diagnoses kunt stellen die je voor behandeling binnen de GGz nodig hebt. Door Lian Smits en Ilona Brekelmans

Trauma

Traumatische vroege jeugdervaringen, zoals kindermishandeling, huiselijk geweld, onvoldoende hechting, sociale isolatie, en veel stress tijdens de zwangerschap, kunnen leiden tot psychische en psychiatrische klachten bij kinderen en jongeren. Denk aan ingewikkeld gedrag, zoals angsten, depressie, suïcidaal gedrag, etc. Dit uit zich vervolgens vaak in probleemgedrag en kan zeer complexe vormen aannemen. Drugs- en alcoholmisbruik, seksueel overschrijdend gedrag, woede-uitbarstingen en agressie, niet om kunnen gaan met regels, terugtrekkend en ontwijkend gedrag; het komt dus vaak ‘ergens’ uit voort.

GGz verzamelbegrip

Kinderen en jongeren die dit gedrag laten zien, kennen alle jeugdzorgaanbieders. Of je nu GGz, Licht Verstandelijke Beperkingen of Opvoed-, opgroei- en veiligheidsproblematiek als expertise hebt; het is van belang dat deze kinderen de hulp krijgen die noodzakelijk is. Deze noodzakelijke hulp is hulpverlening en behandeling gericht op de mentale, psychische gezondheid. Dit heet in het verzamelbegrip “GGz-hulp’’. De kinderen en jongeren die bovengenoemde klachten laten zien, hebben vaak baat bij traumabehandeling of cognitieve gedragstherapieën, onderschrijft ook Peer van der Helm (2018). Deze therapieën en behandelingen worden vaak door een GGz-aanbieder gegeven, maar zijn ook zeker onderdeel van de behandelmogelijkheden van andere hoogspecialistische zorgaanbieders, zoals de Jeugdzorg.

Weg bij gemeenten

Feit is dat de kinderen en jongeren voor deze vormen van hulp te maken hebben met (lange) wachtlijsten. In verkiezingsprogramma’s van veel politieke partijen werd eerder dit jaar voorgesteld het probleem van deze wachtlijsten binnen de jeugd-GGZ op te lossen door de jeugd-GGz te bekostigen via de Zorgverzekeringswet. En zorgverzekeraars de regie te geven over de wachtlijsten. Zo is er vanuit de Zorgverzekeringswet sturing op de GGz-aanbieders die dan samen kunnen kijken waar de beste behandeling voor cliënten kan worden geboden. Zonder ‘bemoeienis’ van gemeenten. En dat is precies het pleidooi van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), deze week in Binnenlands Bestuur. 

Veel kinderen niet in ‘hokje’ GGz

Dit lijkt een mooi idee en het is belangrijk dat trauma-expertise, verslavingszorg, en behandeling en opvang bij onveiligheid[1] worden erkend. Maar verantwoordelijkheid voor jeugd-GGz bij de gemeenten weghalen gaat helemaal voorbij aan het feit dat veel kinderen zich niet in het ‘stoornissenhokje’ van de GGz laten plaatsen. Veel kinderen met problematisch gedrag, ontstaan door mishandeling, misbruik of onveiligheid, vallen in de categorie “multiproblem”. Het betreft vaak kinderen  die uit gezinnen komen waar hun ouders eenzelfde opvoedingsklimaat met ellende hebben gekend, en waar meer speelt dan alleen de traumatische ervaringen van de kinderen. Die problematiek kun je niet bestempelen (diagnosticeren) als louter psychiatrisch. De complexe problematiek  die zich afspeelt in het (gezins)systeem rondom het kind kan alleen duurzaam aangepakt worden wanneer alle gezinsleden betrokken worden en er ook voor hen passende behandeling en begeleiding plaatsvindt.  Er zijn voor deze kinderen en gezinnen geen ‘eenduidige’ diagnoses te stellen die je voor behandeling binnen de GGz nodig hebt. Kinderen en gezinnen die buiten de GGz-organisatie GGz-hulp ontvangen (dezelfde kwaliteiten en opleidingen van behandelaren)  krijgen te maken met (nog meer) bureaucratie. Want hoe ontrafel je een resultaatgerichte behandelopdracht van de gemeente naar een opdracht van zowel de gemeente als de Zorgverzekeraar?  Hoe werken we aan de zo gewenste ontschotting, wanneer we er een  financieringsstroom bij krijgen?

Niet kind, maar gezin het probleem

Als je kijkt naar de kinderen en gezinnen die Sterk Huis behandelt, ambulant en/of met 24/7 behandeling, een pleeggezin of gezinshuis, dan zie je dat veel van deze kinderen traumatische jeugdervaringen en traumagerelateerde klachten hebben. Hierdoor hebben zij vaak therapie nodig (Garcia et al., 2017). Maar alleen therapie voor een kind is niet afdoende om echt het verschil te maken en een duurzame oplossing te bieden. Veel stoornissen en probleemgedrag komen namelijk voort uit de gezinscontext. Als we niet het hele gezin in beeld hebben en behandelen, maakt dat de kans op herhaling van trauma’s groot.

Kinderen betalen als het ware de rekening van de problemen die in een gezin spelen. Het is dus van belang  dat er ingezet wordt op alle levensgebieden waarmee het gezin worstelt en de interactiepatronen binnen het gezin. Alleen die combinatie kan ervoor zorgen dat patronen op een duurzame manier doorbroken worden. Uitgangspunt is dat we doen wat nodig is om veilige en gezonde ontwikkeling bij het kind en het gezin mogelijk te maken. Hiervoor maken we de resultaatgerichte afspraak met de gemeente waar het kind staat ingeschreven. En Sterk Huis kan professioneel bepalen  waaruit die behandeling bestaat. Toch hebben medewerkers nogal eens discussies met gemeentelijke verwijzers over die resultaatgerichte afspraken. Er is geld mee gemoeid, bij sommige kinderen heel veel geld.

Gecombineerde expertise noodzakelijk

Van der Helm (2018) schrijft dat er in de Jeugdwet een gebrek is aan kennis over hoe biologische, psychologische en sociale oorzaken samenhangen met traumatische vroege jeugdervaringen en hoe deze kunnen leiden tot probleemgedrag van kinderen. Dit probleemgedrag is vaak weer de reden waarom kinderen uit huis geplaatst worden en in een pleeggezin, gezinshuis of instelling terecht komen. Door dit gebrek aan kennis worden kinderen nog te vaak van plek naar plek verplaatst en is er te weinig aandacht voor lange termijn oplossingen. Het is dus van belang dat aanbieders met verschillende expertises samenwerken om deze kennis met elkaar te delen en zelf voldoende kennis blijven ontwikkelen om kinderen goed te helpen. Kinderen met meervoudige problematiek, zoals bij Sterk Huis, hebben baat bij die gecombineerde expertises, ook vanuit de psychiatrie. Die bieden we dan ook veelvuldig, en met succes. Kinderen worden minder vaak overgeplaatst, en wonen steeds vaker (een deel van de tijd) thuis, of zo thuis als mogelijk is met oog op de veiligheid van een kind.

Ontschotting en maatschappelijke discussie

Help gemeenten en zorgaanbieders te ontschotten, en voorkom dat er een extra schot bij komt. Een extra schot dat tot meer discussie over de inzet van zorg zal leiden, tot meer contracten, administratie en verantwoording en daarmee tot hogere kosten. En met ontschotte budgetten kunnen we als zorgaanbieders, ook samen, de wachtlijsten verkleinen. Mits tegelijkertijd de maatschappelijke discussie wordt gevoerd over de oorzaken van de beschreven gedragsproblemen, de verantwoordelijkheid van ouders, het netwerk, en de mogelijkheden van preventie. Alleen dan kunnen we echt alle kinderen gelijke kansen bieden om (mentaal) gezond en veilig op te groeien. Als je voor de complexe en dure jeugdzorg (gespecialiseerde hulp na misbruik en mishandeling, trauma, loverboyproblematiek en verslavingszorg) een landelijk dekkend aanbod wil gaan verzorgen is het verplaatsen van de jeugd-GGz naar de Zorgwet geen oplossing.


[1] D66 bijvoorbeeld wilt voor de complexe en dure jeugdzorg (gespecialiseerde hulp na misbruik en mishandeling, trauma, loverboyproblematiek en verslavingszorg) een landelijk dekkend aanbod gaan verzorgen. De meer voorkomende jeugdzorg (kinderbescherming, gesloten jeugdzorg, pleegzorg en gezinshuizen) blijven dan verantwoordelijkheid van de gemeentes.

Bronnenlijst