Gesloten jeugdzorg: noodzaak of onmacht?

vergeten kind stop de gesloten jz

Gemeente Tilburg en Sterk Huis willen gesloten settings overbodig maken  

De Week van Het Vergeten Kind – van 29 januari tot en met 4 februari – vraagt aandacht voor de kwetsbare kinderen in de samenleving. Dit jaar staat de indringende oproep ‘Stop gesloten jeugdzorg’ centraal. Een thema met een grote gevoeligheid binnen de jeugdzorg, waarbij de meesten het erover eens zijn: een slot op de deur van een kwetsbaar kind doet meer kwaad dan goed. Maar het duivels dilemma is groot: want hoe bescherm je een kind in een extreemonveilige situatie tegen zichzelf en de omgeving als je het kind tegelijkertijd wil beschermen tegen gesloten plaatsing? Wat zijn dan de opties? Een urgent gesprek met wethouder Marcelle Hendrickx en Ilona Brekelmans en Lenke Balogh van Sterk Huis.

Marcelle Hendrickx, wethouder jeugd in Tilburg: “Het zal je maar gebeuren als kind, dat alle volwassenen de handen in de lucht gooien: sorry, we weten niet hoe we je moeten helpen, dus we zetten je maar vast. Dat zien we vaak in de loverboyproblematiek, waarbij acute bescherming nodig is tegen de omgeving. De plus van jeugdzorgplus mag niet staan voor een extra slot. Gesloten plaatsing, een hek eromheen, zorgt alleen maar voor extra trauma en schade.”

Extra trauma en schade

Ilona Brekelmans, hoofd inhoudelijke ontwikkeling Sterk Huis: “Het opsluiten van kinderen, zonder aan te sluiten bij waar het precies is misgegaan en bij wat deze kinderen gemist hebben in hun leven, kan echt niet meer. We zijn met elkaar aan het zoeken hoe de opvang en behandeling  eruit moet zien voor kinderen die meer bescherming nodig hebben dan in onze huídige open setting geboden kan worden. Hoe kun je binnen een open setting beter aansluiten bij de behoeften van een kind en het kind tegelijkertijd beschermen tegen alle ervaringen die het zelf niet kan overzien, zoals pijn, onveilige situaties, suïcide? Daar worstelt iedereen binnen de jeugdzorg momenteel mee.”

Marcelle: “Gesloten plaatsing gebeurt vaak omdat wij – als jeugdzorg, als samenleving – onmachtig zijn en geen andere oplossing zien dan opvang met een basis die opsluiten of separeren mogelijk maakt. Dat is kwalijk.”

Lenke Balogh, senior onderzoeker en HIC-projectleider Sterk Huis: “We moeten met elkaar de gesloten jeugdzorg uiteindelijk overbodig maken. We zitten middenin dat proces. Het HIC-project (High Intensive Care), een samenwerking tussen Sterk Huis, Levvel en Fier, draagt bij aan het creëren van een alternatief voor de carrousel (het eindeloos doorplaatsen van jongeren) en gesloten plaatsing.”

Spanningsveld

Ilona: “De visie van Sterk Huis is dat elk kind recht heeft op een zo thuis mogelijke situatie.Wonen doe je het liefste thuis, maarals dat niet kan, willen we het alternatief traumasensitief en systemisch (met betrokkenheid van belangrijke mensen op cruciale posities in het leven van het kind) inrichten.”

“Veel kinderen zijn beschadigd in het contact met anderen, ook binnen hun gezin, waardoor ze ook vaak de strijd met anderen aangaan. Deze spanning kan zo hoog oplopen dat kinderen onveilig gedrag vertonen, zoals agressie, zelfbeschadiging of pogingen tot suïcide. Of ze zoeken onveilige situaties op, zoals contact met verkeerde vrienden, overmatig drugsgebruik of verkeerde seksuele contacten. Als hulpverlener kom je dan in een spanningsveld terecht met allerlei verantwoordelijkheden en dilemma’s waarin je het kind wil beschermen tegen zichzelf. Dit verantwoordelijkheidsgevoel kan zwaar op je rusten. Op die momenten is het van belang om  te verbreden en verdiepen om verantwoordelijkheid te kunnen blijven nemen. Dit doen wij door samen met andere specialisten te analyseren waar het gedrag vandaan komt en wat wij nog kunnen verbeteren om een kind te beschermen binnen onze open setting. Zo ontstaan vaak de meest bijzondere en creatieve ideeën: alles om een nieuwe doorplaatsing (zeker naar een gesloten setting) te voorkomen.”

Gedeelde verantwoordelijkheid

Lenke: “Die gezamenlijkheid is heel belangrijk. Als je samen het verhaal en de visie bekijkt en  met elkaar bepaalt wat passend is voor het kind, deel je de verantwoordelijkheid. Je durft dan meer lef en creativiteit te tonen in de zoektocht naar een oplossing, omdat je je gedragen voelt.”

Marcelle: “Dat is het zorglandschap wat nodig is. Jeugdzorgplus die draait om extra zorg, extra hoge kwaliteit en individueel maatwerk. Bij voorkeur in een open setting”

Ilona: “Het HIC-project leert ons veel, waarbij we ook casussen van gesloten plaatsing onderzoeken. Wat ging hier mis, waarin is tekortgeschoten, wat bieden we als jeugdzorg onvoldoende aan? De oplossing is natuurlijk nooit een gesloten setting, maar soms worden kaders van veiligheid zo ernstig overschreden dat je bang bent dat het de dood tot gevolg heeft: een suïcidaal kind, een kind dat zich seksueel laat misbruiken en in een mensenhandelcircuit belandt. Wat doe je dan? Vanuit de wet mogen open jeugdzorginstellingen geen vrijheidsbeperkende maatregelen toepassen. Maar vrijheidsbeperking is ook: even vasthouden, verhinderen dat iemand wegloopt door de voordeur dicht te doen.  Een jongetje dat heel boos wordt, heeft het soms nodig dat je hem vasthoudt: “anders doe je jezelf of mij pijn”. Een meisje dat buiten te maken heeft met eergerelateerd geweld en wil weglopen, moeten we tegenhouden. Daar mogen we niet voor weglopen. ”

Lenke: “Als er gevaarlijke situaties ontstaan, moeten we onze creativiteit gebruiken en samen verantwoorde manieren vinden om te begrenzen en beschermen. Daarom zijn we samen met Levvel en Fier in gesprek gegaan met het ministerie van VWS en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). We hebben een open gesprek gevoerd, waarin we elkaars bril hebben opgezet en de praktijk en regels met elkaar hebben vergeleken.”

Doorplaatsing op doorplaatsing

Marcelle: “Iedereen wil een ommekeer, zowel de lokale als landelijke politiek, maar niemand neemt systeemverantwoordelijkheid. De landelijke politiek moet zich uitspreken: jeugdzorgplus heeft zich de verkeerde kant op ontwikkeld. We moeten dit stopzetten en teruggaan naar open settings. Maar wat is dan nodig? Als ik jeugdzorgdossiers bekijk, gaat het altijd om een optelsom van ellende en heel veel soorten therapie en behandelingen. Doorplaatsing op doorplaatsing. We hebben de neiging ons alleen te richten op de wereld van zorg en ondersteuning, en op het kind en niet op het gezin.  Terwijl we ook aanwezig moeten zijn in het gewone leven: terug naar de basis, daar waar problemen beginnen. Een groot deel van de jeugdproblematiek is ouderproblematiek. Bij deze intergenerationele problematiek is snelle, adequate en passende hulp nodig. Door vaker preventief, met deskundigheid, te handelen, verkleinen we de kans dat kinderen op latere leeftijd terechtkomen in de carrousel van specialistische jeugdhulp of, erger nog, in een gesloten setting.”

Perspectief

Ilona: “Elk mens heeft drie basisbehoeften: verbinding, autonomie en competentie. Bij veel problemen – zoals delictgedrag, drugsgebruik, seksueel ontremd gedrag – is sprake van een disbalans tussen die basisbehoeften, vaak ontstaan door een verstoorde hechting of trauma: onveiligheid thuis, niet gezien zijn, ouders die geen ruimte hadden voor een kind, ouders met beperkingen We moeten dus veel vroeger aan de voorkant aanwezig zijn en kinderen perspectief bieden. Als je telkens wordt doorgeplaatst en niet weet wat er met je gaat gebeuren, leef je in niemandsland.”

Lenke: “Als je perspectief wil bieden, is een gesloten plaatsing nooit de oplossing. Dat laat het HIC-onderzoek ook duidelijk zien, waarin veel meiden (die vanuit een achtergrond van geweld in afhankelijkheidsrelaties – misbruik, mensenhandel, prostitutie, te maken kregen met een gesloten plaatsing) nare ervaringen hebben opgedaan met het geïsoleerd of gefixeerd worden. Daarbij ontstond trauma op trauma. Dit is ook een frustratie bij gesloten settings die juist zorgvuldig, kleinschalig en traumasensitief werken, zoals Levvel. Zij delen de ambitie om gesloten jeugdzorg uiteindelijk overbodig te maken.”

Af van het slot

Marcelle: “We moeten eerlijk naar onszelf kijken: gebeurt een gesloten plaatsing in het belang van het kind of omdat wíj onmachtig zijn? Als er sprake is van het laatste, moeten we een signaal afgeven richting zorgaanbieders dat we gesloten plaatsingen niet meer willen. Die mindshift is moeilijk, maar er zijn genoeg jeugdzorgplusinstellingen die dit ook willen: terug naar open settings, af van het hek, af van het slot.” Dit betekent ook dat je in de open setting moet doorontwikkelen. Zo weinig mogelijk behandelgroepen, kleine groepen, hulpverlening op maat, rooming in van ouders.

Ilona: “Zolang het deurtje naar gesloten jeugdzorg bestaat, wordt er ook gebruik van gemaakt. Tenzij er meer draagvlak wordt gecreëerd, ook vanuit de wetgeving, om samen meer lef te tonen en tot creatieve oplossingen te komen die gesloten plaatsingen overbodig maken. Het zou ook helpen als we in een open setting wel af en toe een lichte mate van ‘vrijheidsbeperkingen’ mogen  stellen’. Als dit echt nodig is  bij levensbedreigend gedrag. En bij veel problematiek weet je dat er een moment komt waarin kinderen of jongeren risico-gedrag gaan krijgen. We kunnen het ook vooraf bespreken.  Daarmee neem je natuurlijk ook risico’s, maar de risico’s van gesloten plaatsing zijn veel groter. Kinderen worden vaak volledig geïsoleerd, ver weg van hun laatste vertrouwde omgeving en contacten, en raken zo alleen nog meer ontworteld.”

We weten dat de gesloten Jeugdzorg, Jeugdzorg plus eigenlijk, is ontwikkeld omdat in een open jeugdzorgsetting alle vrijheidsbeperkende  maatregelen verboden werden. Er waren wantoestanden en er moest drastisch worden ingegrepen. Maar wat we leren is dat ook de ‘Jeugdzorg plus’ vaak is misvormd naar ‘gesloten Jeugdzorg’. Wat we moeten leren is dat Jeugdzorg altijd in een open setting moet plaatsvinden. En dat we op basis van behandelkennis en relationele veiligheid kinderen en gezinnen weer laten groeien. En daar hoort incidenteel een kind vasthouden, op een beschermende manier, bij. Je eigen kind laat je ook niet weglopen als je weet dat hij naar de shit loopt.

Het HIC-project (High Intensive Care) is een samenwerking tussen Sterk Huis, Fier en Levvel, gesubsidieerd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het project is gericht om de carrousel (eindeloze overplaatsingen van jongeren) te voorkomen aan de hand van meerdere activiteiten:

  • Leren van casussen met behulp van dossieronderzoek en gesprekken met jongeren en betrokkenen. Wat is er voorafgegaan aan een gesloten plaatsing en wat had in de voorgeschiedenis anders gekund?
  • Overleg met meedenkers en meewerkers (inhoudelijke en beleidsmatige experts) om tot relevante en vernieuwende ideeën te komen.
  • Besprekingen met instellingen verbonden aan ‘Stop de Carrousel’: bij welke jongeren verloopt het behandeltraject moeizaam, welke out of the box-oplossingen zijn nodig om doorplaatsing te voorkomen?
  • Nadenken over zorgarrangementen. Wat is extra nodig om jongeren te helpen? Denk aan training, coaching on the job, supervisie en ondersteuning van medewerkers.

Anne-Marije Hanekamp, HIC-projectleider vanuit Levvel:
Doel van het HIC-project is om de high-intensive en high-safety zorgaanpak te vernieuwen en beter op jongeren af te stemmen. We willen niet dat zij voortdurend worden overgeplaatst – bijvoorbeeld vanuit een open naar een gesloten behandelgroep – en zoeken manieren om de zorg op onze groepen te intensiveren en verbeteren. Ons streven is altijd om overplaatsing te voorkomen, kinderen een vaste plek te geven en behandeling vanuit daar te continueren.

De ambitie van Levvel is om de gesloten jeugdzorg overbodig te maken. Gesloten jeugdzorg mag niet als een verlegenheidsantwoord of quickfix gezien worden. Tegelijk moeten we erkennen dat het soms noodzakelijk is om een meisje tijdelijk bescherming te bieden in de gesloten jeugdzorg, om te voorkomen dat ze wegloopt naar het verkeerde netwerk van seksueel misbruik en gevaar.

We vinden het belangrijk dat gesloten plaatsing kindvriendelijk en kleinschalig gebeurt en gericht is op behandeling en bescherming is (niet op repressie en opsluiting). Daarom heeft Levvel als eerste gesloten jeugdzorginstantie de afzonderingsruimtes gesloten. Daarnaast zijn we bezig om alle gesloten jeugdzorggroepen kleinschalig in de wijk te plaatsen, dus niet meer afgezonderd, ergens buitenaf. We blijven altijd in de nabijheid van kinderen, zodat ze niet bang en alleen achterblijven.”

Bes Doornbos, HIC-projectleider vanuit Fier:
“Fier is het landelijke expertise- en behandelcentrum op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties. We bieden opvang, hulp en behandeling, veiligheid en bescherming bij zeer ernstige dreiging. Deze gespecialiseerde zorg combineren we met een kennisfunctie, waarvan het HIC-onderzoek een voorbeeld is.

Fier ondersteunt de oproep om gesloten jeugdzorg af te schaffen. De jeugdzorg staat voor de uitdaging om een hoog niveau van veiligheid en bescherming te bieden in een open setting. Dit betekent allereerst relationele beveiliging in plaats van bescherming door opsluiting. Als er toch veiligheidsbeperkende maatregelen nodig zijn, moeten deze kindvriendelijk, kortdurend en zo licht mogelijk zijn. Het moet dan om uitzonderingen en individueel maatwerk gaan.

Bij Fier bieden we hulp aan meiden en jongens die verstrikt zijn geraakt in een crimineel netwerk, in de ban zijn van een pooier(boy) of het slachtoffer zijn van mensenhandelaren. We geven deze jongeren een veilige plek, weken ze los van uitbuiters, criminelen en foute volwassenen en bieden specialistische behandeling.

Omdat onderwijs net zo belangrijk is als bescherming en behandeling, pleit Fier voor een plek waar High Intensive Care, High Safety & Intensive Education samenkomen, als kindvriendelijk en pedagogisch alternatief voor gesloten jeugdzorg (als thuis of kleinschalig wonen geen optie is). Onze ervaring met gebruikte, misbruikte en uitgebuite kinderen en jongeren leert ons dat veiligheid en bescherming óók vanuit een open setting mogelijk zijn.

Bijzonder aan het HIC-project is dat we direct verschil maken voor kinderen en jongeren. Fier, Sterk Huis en Levvel hebben allemaal een eigen Stop de Carrousel-commissie, waarin we praten over jongeren met lange hulpverleningsgeschiedenissen of waarvan het behandeltraject dreigt vast te lopen. Wat hebben deze kinderen en hun ouders écht nodig? Er worden (out of the box)-oplossingen bedacht om de hulpverleningscarrousel te stoppen.”