In het Brabants Dagblad verscheen een indrukwekkend artikel over het dagelijks leven van jonge vluchtelingen in Tilburg, waaronder jongeren die begeleid worden door Sterk Huis. Het vertelt wat deze jongeren meemaken — van hun gevaarlijke reis naar Nederland tot het opbouwen van een nieuw bestaan. Je leest hoe onze collega’s ze begeleiden, structuur en vertrouwen bieden en samen met hen werken aan zelfstandigheid. Wij zijn trots op onze jongeren en collega’s die dagelijks het verschil maken. Dit artikel laat goed zien waarom dat nodig is.
Lees de samenvatting hieronder of het volledige artikel in het Brabants Dagblad als je een abonnement hebt (betaalmuur)
‘We komen niet om crimineel te worden’
Helemaal alleen maakten ze een gevaarlijke en soms traumatische reis die eindigde in Nederland: alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Minderjarige vluchtelingen krijgen bij aankomst in Nederland een voogd toegewezen via Nidos. Jongeren onder de 15 jaar of bijzonder kwetsbare kinderen verblijven bij gastgezinnen, terwijl oudere kinderen meestal in opvanglocaties van het COA worden geplaatst. Kinderen van wie de asielaanvraag is afgewezen, hebben recht op opvang tot hun achttiende verjaardag.
Begeleiding
In Tilburg-Noord wonen twaalf jongeren met een verblijfsvergunning, verdeeld over drie panden van Sterk Huis. Elke dag van 09.00 tot 22.30 uur zijn er begeleiders aanwezig. Deze groep doet denken aan een gewoon gezin. “Als ik zie hoe het onderling gaat, vind ik het echt bijzonder”, vertelt begeleider Michaja. “De jongens spreken elkaars taal niet en hebben een andere cultuur. En toch hebben ze bijna nooit ruzie. We investeren veel in het opbouwen van een goede relatie, maar stellen ook grenzen. Met iedere jongere stellen we persoonlijke leerdoelen op, zoals het gezonder krijgen van het dag-nachtritme. Een doel kan ook zijn leren koken of zelfstandig afspraken maken met een dokter.”
Druk van familie
Khalid (19) is gekomen om een balletje mee te trappen. Hij komt uit Syrië, net als bijna de helft van de 3974 AMV’ers in Nederlandse opvangcentra. Khalid verkeert al drie jaar in onzekerheid over de komst van zijn familie naar Nederland, Hij vertelt hoe erg hij zijn familie mist. Zijn ouders en de andere kinderen zitten nu in Turkije. De meeste jongeren vragen gezinshereniging aan; een traject dat vaak jaren duurt. “Mijn familie legt druk op me, maar ik kan niet meer doen. Ik moet ook studeren, de taal leren.” Khalid vindt Nederlanders heel behulpzaam. “Maar Geert Wilders wil ons hier niet. We komen niet hier om crimineel te worden. Ik kom om te werken. Ik heb doelen. Deze woning is een heel andere setting dan het asielzoekerscentrum, waardoor jongeren meer rust ervaren, volgens Michaja. “Na een paar maanden beginnen we ze klaar te stomen voor gezinshereniging of meer zelfstandigheid.”
‘Veel jongeren hebben onderweg dingen meegemaakt die je je bijna niet kunt voorstellen’
Band opbouwen
Het is de bedoeling dat de jongeren vanaf hun achttiende op zichzelf gaan wonen, maar als het nodig is mogen ze tot hun 21ste blijven. Als het zo ver is, kunnen ze te maken krijgen met ambulant begeleider Maria (36). Zij ondersteunt jonge migranten van 18 jaar en ouder in hun dagelijks leven. “Wij leren ze praktische dingen. Vaak weten ze niet of een brief belangrijk is. Sommigen sturen ons alles door, inclusief reclamefolders. Wij kijken mee: is alles goed geregeld? Heb je een zorgverzekering? Begrijp je wat eigen risico is, waarom je premie betaalt? Het is belangrijk dat ze dit goed begrijpen.” Er zijn veel organisaties waar ze kunnen aankloppen, maar jongeren begrijpen vaak niet hoe het werkt, vertelt Maria. “Soms hebben ze twee uur gewacht bij een instantie en worden ze weggestuurd omdat ze een document missen. Jongeren mogen ons alles vragen en voelen dat we tijd voor ze hebben. Uiteindelijk is ons doel dat wij niet meer nodig zijn.”
Wat jongeren onderweg meemaken
Maria’s werk draait om meer dan praktische hulp. “Veel van deze jongeren hebben onderweg dingen meegemaakt die je je bijna niet kunt voorstellen. Sommigen hebben duizenden kilometers afgelegd, zijn door landen gereisd waar ze niet veilig waren en hebben op gammele boten de oversteek gemaakt. Ze kregen te maken met mensen die doodgingen, geweld en verkrachting. Een meisje moest haar broer achterlaten in de Sahara; hij stierf voor haar ogen.”
“Psychologische hulp krijgen is voor deze doelgroep lastig. De wachttijden zijn lang en de taal vormt een grote barrière. Ik zie soms dat een jongere na maanden wachten wordt geweigerd vanwege de taal. Zelfs als ze zeggen: wij werken intercultureel. Maar dan blijken ze alleen Turks, Arabisch of Pools te spreken. Jongeren mogen geen tolk meenemen, omdat dat als belemmerend wordt gezien voor de therapie.” Daarnaast heerst er vaak een taboe op het zoeken van psychologische hulp.
‘Op een dag gaat het beter’
Maria benadrukt hoe belangrijk het is om jongeren te zien, goed te luisteren en samen met hen te kijken wat ze nodig hebben. “Er komt zoveel op hun pad en ze hebben al zoveel meegemaakt. Ik zeg altijd: Uiteindelijk komt er een moment dat het beter gaat en je je weer thuis voelt.” Nazorg is belangrijk voor Maria. “Ik zeg altijd: als er iets is, mag je me bellen en ik baken mijn werk niet af. Ik had eens een meisje dat zwanger was. Ik was erbij toen de bevalling begon. Toen de situatie kritiek werd, durfde haar vriend niet mee naar de operatiekamer. Hij bevroor als het ware. Toen ben ik met haar mee gegaan, Dat moment zal ik nooit vergeten.”
Uitdagingen
De grootste uitdaging vindt Maria de samenwerking met andere instellingen en overheden. “Ik vind het moeilijk om steeds uit te moeten leggen waarom deze jongeren zo’n specifieke aanpak nodig hebben. Deze doelgroep heeft niet alleen praktische begeleiding nodig. Er moeten echt stappen worden gezet om ze te helpen integreren én ze vertrouwen te geven.” Saleh (19) uit Jemen komt toevallig net terug van een schooluitstapje naar de Efteling. Enthousiast vertelt hij: “Het was zo leuk, we hebben veel gelachen.” Hiervoor woonde hij in een dorp; in Biezenmortel, in een nieuwe woonvorm voor jonge vluchtelingen. Begeleidster Maaike vertelt: “Ook daar was er onrust over de komst van deze groep jongeren. Maar het team heeft geïnvesteerd in contact met de buurt, en de jongeren aangemoedigd zich in te zetten voor klusjes. Zo leerden ze elkaar kennen.” Saleh: “Ik mis Biezenmortel. Mensen in een dorp vind ik leuker dan in een stad. Ze discrimineren niet.” In Tilburg heeft hij een buurman die dat wel doet: “Ik kwam een keer vragen of ik iets mocht lenen. Toen zei hij ‘Ik kan je niet helpen’ en sloeg direct de deur dicht. Dat vind ik jammer.”
Cultuurverschillen
Saleh gaat binnenkort een inburgeringstraject volgen, zodat hij daarna naar de universiteit kan om IT te studeren. Hij merkt cultuurverschillen: “Bij ons vraag je altijd toestemming aan je vader, zelfs als je 20 of 25 bent. Hier nemen jongeren zelf beslissingen.” Hij lacht: „Ik ben zo benieuwd hoe mijn vader reageert als hij zulke dingen ziet. Ik heb veel zin om hem de Nederlandse cultuur te laten zien. Als mijn vader hier komt, wil ik hem leren fietsen.”