In twee groepswoningen van Zayaz aan de Groote Wielenlaan begeleidt zorgorganisatie Sterk Huis tien jongeren die zonder hun ouders naar Nederland zijn gevlucht. Een van hen is de Somalische Munira. Zij moest op haar vijftiende vluchten om te voorkomen dat ze werd uitgehuwelijkt. Inmiddels is ze achttien en studeert ze Social Work aan het mbo. “Dat ik hier veilig en vrij ben, vind ik het allerfijnst aan Nederland. Dat geeft zoveel rust.” Mentor Romy helpt Munira en haar huisgenootjes met het opbouwen van hun jonge leven: “Ik vind het belangrijk dat ze alles met me durven bespreken.”
In het gebouw waar tot een paar jaar terug bewoners van Cello woonden, doet nu teamleider Astrid van Sterk Huis de deur open. Sinds 2024 komt ze hier regelmatig: ze startte eerst een woongroep voor vijf jongeren op en afgelopen najaar kwamen er in de woning ernaast nog vijf bij. “Ze zijn tussen de 16 en 21 jaar oud en komen voornamelijk uit Eritrea, Somalië en Syrië. Allemaal zijn ze zonder ouders gevlucht en hebben ze een verblijfstatus gekregen”, vertelt ze. “Wij bieden ze een warm thuis en begeleiden ze op hun weg naar zelfstandigheid, zoveel mogelijk zoals ouders dat normaal gesproken doen. Als we allemaal vinden dat de tijd rijp is voor de volgende stap, gaan ze ‘uit huis’. Soms worden ze tegen die tijd herenigd met hun familie, soms gaan ze echt op zichzelf wonen.”
Minifamilie
Astrid neemt ons mee naar de keuken, waar mentor Romy staat af te drogen en bewoonster Munira de vloer dweilt. “We vormen een soort minifamilie, al is het hier natuurlijk wel anders dan thuis”, vertelt Romy. “Vrijwel alle jongeren woonden in een gewoon gezin voordat ze naar Nederland kwamen; hier krijgen ze ineens te maken met een groep vreemde huisgenoten uit allerlei windstreken en mentoren zoals ik. Dat vraagt behoorlijk wat aanpassingsvermogen.”
Munira en Romy
Hoewel ze zelf pas 22 is, vindt Romy het geweldig om met jongeren te werken. “Ik vind het belangrijk dat ze alles met mij durven bespreken. Door mijn leeftijd begrijp ik wat ze bezighoudt: huiswerk, verliefdheid, kleding, grenzen verkennen. Soms ben ik als een zus of moeder voor ze, soms een dokter of psycholoog. Ik ga met ze mee naar de tandarts, een ouderavond of een sollicitatiegesprek. En we organiseren ook gezellige dingen, zoals meidenavonden of een middagje zwemmen. Net als ieder gezin.”
Munira is een van de meiden die Romy onder haar hoede heeft. Ze woont sinds een paar maanden in de Groote Wielen. “Mijn moeder stuurde me op mijn vijftiende naar mijn tante, om te ontkomen aan een man die met mij wilde trouwen. Hij dreigde mijn moeder te vermoorden als ik weigerde. Mijn tante kende iemand die me samen met een groepje andere kinderen naar Europa bracht. De reis duurde twee maanden. Ik had geen idee waar ik was of waar ik naartoe ging, ik was de hele tijd bang. Ik ben dankbaar dat het zo is afgelopen. In Nederland voel ik me veilig en vrij, hier kan ik als meisje zelf bepalen wat ik doe met mijn leven. Thuis zorgde ik voor mijn broers en zusje en had ik moeten trouwen. Maar hier studeer ik Social Work op het mbo. Uiteindelijk wil ik kinderarts worden.”
Geen telefoon
Munira heeft inmiddels gelukkig weer contact met haar moeder, al was dat niet eenvoudig. Zij en haar moeder hadden allebei geen telefoon toen ze vertrok, dus het was moeilijk om haar terug te vinden. Maar met dank aan een Somalische winkeleigenaar in Nederland lukte het toch. “De Somalische gemeenschap is wereldwijd heel hecht; veel hechter dan de Nederlandse”, vertelt Romy. “Somaliërs helpen elkaar waar ze kunnen, ik vond het heel bijzonder hoe ze via via bij Munira’s moeder uitkwamen.” Munira zelf was dolblij: “Het was zo fijn om haar stem weer te horen, ze was opgelucht dat het goed met me ging. Helaas spreken we elkaar weinig. Het internet is nog niet zo goed in Somalië.”
Munira hoopt al een paar jaar dat haar moeder, broertjes en zusje ook naar Nederland mogen komen. “De beslissing wordt steeds uitgesteld, ik weet niet meer zo goed wat ik kan verwachten.” Dat er in Nederland veel discussie is over immigratie en gezinshereniging, wordt ook besproken in huis. “Onze jongeren zitten ook op de socials, die krijgen dat heus wel mee”, zegt Romy. “Ik voel me soms best rot over de dingen die ze te zien krijgen, maar gelukkig hebben de jongeren er in het dagelijks leven niet zo’n last van.” Ook Munira weet wat er speelt, maar voelt zich desondanks prettig in Nederland: “Als ik onderweg ben naar school, kom ik vaak dezelfde vrouw tegen, met wie ik een praatje maak. Dat geeft me een goed gevoel.”
Veerkracht
Astrid is trots op hoe jongeren als Munira zich hier redden. “Ik heb bewondering voor hun veerkracht. Met alles dat ze met zich meedragen, lukt het toch om zich te focussen op hun nieuwe leven. Inmiddels lopen er zelfs al enkele ex-bewoners stage in onze woonvormen. Ik vind het mooi om te zien dat zij onze veilige haven hebben verlaten en nu andere jongeren helpen. Ik ben ook trots op de verbindende kracht van het team. Ze gaan moeilijke situaties niet uit de weg – natuurlijk zijn die er ook met pubers – en ze doen hun best om goede relaties met de buurt op te bouwen.” Romy voegt daar direct een uitnodiging aan toe: “We zouden het heel leuk vinden als onze buurtgenoten eens op de koffie komen, zodat we elkaar beter kunnen leren kennen. Ze zijn van harte welkom!”
Dit artikel komt uit Bewonersblad Buurt – december 2025, van Woningcorporatie Zayaz.