Het is een rustige middag bij Sterk Huis. Ik heb afgesproken met collega Bart Foolen. Hij werkt bij Lima en is bekend met middelengebruik. Bij cliënten, maar Bart is ook ervaringsdeskundig. Hij kan als geen ander vertellen waarom het belangrijk is dat middelengebruik dit jaar het focusthema is.
Bart: ”Aan de ene kant wordt vaak gedacht dat cliënten die middelen gebruiken niet in staat zijn voor zichzelf of voor hun kinderen te zorgen. Ook roept het vaak angst op vanwege onbekendheid. Ik denk dat het belangrijk is om allereerst te kijken waarom mensen middelen gebruiken. Ik ben ervan overtuigd dat het in de meeste gevallen een vorm van coping is. Middelen zijn een manier om te vluchten bij trauma bijvoorbeeld.”
Normalisering
Bart vindt dat het van groot belang is dat je als professional op een andere manier leert en durft te kijken: “Wanneer een cliënt cocaïne gebruikt, dan schrikken veel collega’s daarvan. Ik zou willen dat we de vraag gaan stellen: ‘Waarvoor heb je dit nodig en wat kan ervoor in de plaats komen?’. Vroeger was middelengebruik direct een contra-indicatie voor plaatsing. Drugs, drank en gokverslavingen zijn een groot maatschappelijk probleem. Er is eenvoudig aan te komen en het is ook meer en meer geaccepteerd. We zullen hier dus mee moeten dealen, want het neemt alleen maar toe. Vroeger werd er wel eens geblowd en wisten we veel niet. Ik denk zelf dat nu 60-70% van de cliënten in cluster 4 middelen gebruikt. Je kunt iemand dan niet zomaar de deur wijzen.”
Middelengebruik bij Sterk Huis
Het maakt natuurlijk uit waarom je bij Sterk Huis bent en het is ook afhankelijk van afdeling en het doel dat je met cliënten stelt. Als je hier woont met je kind, dan moet je er uiteraard voor open staan om een traject aan te gaan, zo nodig bij Novadic Kentron. Een plaatsing bij Dana Eos is vaak een laatste kans voor ouders. Ze moeten laten zien dat ze een veilige plek kunnen creëren voor zichzelf en hun kind(eren). Dat betekent niet dat je nooit meer een terugval kan hebben, maar wel dat middelengebruik onderdeel van het gesprek is. Als een cliënte bij Lima speed snuift, staat dat de behandeling in de weg. Ze moet nog steeds wel geholpen worden om zelfstandig te kunnen wonen. Als een kind de dupe van het gebruik is, dan is dat een ander verhaal. Verplichte hulp of dwingen te stoppen, daar geloof ik niet in. Wel kan dan de conclusie zijn dat er een andere plek wordt gezocht voor het kind.”
Eigen ervaring
Bart is ervaringsdeskundig. Hij heeft 30 jaar lang in een situatie gezeten waarin hij zaken moest verdoven of vergeten: “Ik kwam op een punt dat ik moest kiezen: hulp zoeken of er een eind aan maken. Voor mijn kinderen en partner heb ik ervoor gekozen om eraan te gaan werken. Dat lukte niet in één keer, maar ik zag wel dat ik dingen had om voor te leven. Ik heb mijn trauma’s aangepakt en kreeg tools om het zelf te gaan doen: handvatten om terugval te voorkomen en om in te zetten als er een terugval is. Ik kan nog steeds overal in doorslaan, maar het lukt me wel om ermee te dealen.”
Ervaringsdeskundigheid hierin heeft voordelen bij het werken met cliënten die middelen gebruiken: “Het helpt omdat je snapt wat het doet. Dat kan helpend in een team zijn, maar ook in gesprek met cliënten. Ik ben bekend met de angsten, de neerslachtigheid die je voelt na gebruik. Maar ook met feit dat je je schaamt en mensen niet onder ogen durft te komen. Wanneer collega’s meer kennis hebben en beseffen dat het een vlucht of uitweg is, dat een cliënt soms wel wil, maar niet weet wat ze in de plaats kunnen doen… Dat is een weg die je samen met de cliënt moet bewandelen.”
Omgaan met middelengebruik
Bart maakt zich ook zorgen. Hij denkt dat het lastig is om collega’s te helpen bij het omgaan met middelengebruik. “Er zijn veel vooroordelen en die wegnemen is al een grote stap. Dat is ook een taak voor gedragswetenschappers. Zorg dat er bij een vergadering tijd is voor het stellen van vragen en leg meer de link tussen trauma en gebruik. De een kiest voor snijden, de ander grijpt naar een middel. Een cliënt moet ook zichzelf willen helpen. Het werkt niet als een cliënt het niet wil. Als organisatie zijn we wel verantwoordelijk voor de kinderen. Als het echt niet gaat, dan moet daar een oplossing komen.”
Erkenning en herkenning
Bart heeft ook wel ideeën die we bij Sterk Huis kunnen inzetten om cliënten te helpen: “Het is meestal geen ‘gezelligheidsgebruik’ hier. Mensen moeten behandeld worden om hun leven zonder middelen aan te gaan. De behoefte om te verdoven moet omlaag worden gebracht. Kortere wachtlijden voor traumatherapie zou daar een bijdrage aan leveren. Of meetings faciliteren voor cliënten die willen stoppen. Als je eenzaam bent en je zou naar zo’n meeting willen, dan kan ik als ervaringsdeskundige mee. Dat kan een collega die nooit middelen gebruikt heeft niet, want die mag daar niet komen. Je zou zo’n meeting ook intern kunnen organiseren. Er is veel schaamte en verdriet. Door mijn verhaal te vertellen, haal ik anderen wellicht ook over om hun verhaal te vertellen. Erkenning en herkenning krijgen kan echt heel helpend zijn.“